La Licorne

CATALOGUE

 

A J L van Bokhoven, Het Bokhovense Kasteel in het jaar 1672 verwoest , Met Gansen Trou 1974 p 145-147

 

Meer dan eens heb ik stil gestaan bij het lezen van de mededeling van mijn vrind 1), drs. Alph. W. van den Hurk, 'O.Praem. in dit tijdschrift, jaargang 19, bladzijde 92, waar deze stelt, dat het aangehaalde kasteel, "volgens een niet te controleren mening", in 1672 zou zijn opgeblazen. Reeds in het jaar 1960 nam ik de gelegenheid te baat, om in de "Brabantse Leeuw" 2) een opmerking te plaatsen aangaande de vindplaats van de vernieling van dit slot in gemeld jaar. Het is een Bokhovense akte 3), opgemaakt veertien jaar na de verwoesting, welke van die ramp melding maakt. We zullen thans die akte op de voet volgen. Op 16 december 1686 legden de schepenen van "het vrije en neutrale graafschap Bokhoven", een verklaring af ten verzoeke van Johannes Anthonius de Bastro, die handelde als lasthebber van "zijne genade Gloude, graaf de Tilly etc.". De schepenen verklaarden, dat "de franchoise" het kasteel van Bokhoven hadden "doen opspringhen int jaer 1600 en twee en zeventig en dat het serve casteel niet alleenlijk en is onbewoonbaar, maar geheel ligt in ruwiene". Voorts werd verkaard, "dat daer nu maer en is een nederhuijs, met eenen hoff en cingel gelegen aan het voorzegde geruwineerde casteel, welke nederhoff heel wankelbaar en slecht is". Dit resterende gedeelte "vereist jaarlijks zeer grote onkosten in reparatiën, zoals blijkt uit de rekeningen van den drossaard aan de gravin z.g. en aan de graaf de Tilly gedaan". De schepenen welke de afgelegde verklaring ondertekenden waren: Willem Hendrikz. van Weert, (president-schepen); Hendrik de Hert; Peter Jansz. Crol; Anthonie Clercx; Huybert (Jansz.) Horn; Jan Geritz. van Engelen en Hendrik Arisz. Lathouwer(s), welke laatste niet kon tekenen en daarom een kruisje plaatste.

Op 11 februari 1687 legden dezelfde schepenen een verklaring 4) af aangaande het verblijf van de grafelijke familie. Deze getuigenis werd opgemaakt op verzoek van Mr. Roeland van Breugel, drossaard, rentmeester, kastelein (= slotvoogd) en secretaris van Bokhoven. Op die dag verklaarden de schepenen, dat noch wijlen "Thomas Ignatius d'Immerselle, graaf van Bokhoven, noch diens vrouw Magdalena 't Serclaes de Tilly, en eveneens hun kinderen, geen van allen ooit in het graafschap Bokhoven hebben huis gehouden, of om beter te zeggen haar eigen minagie of fisce domecilium gehouden, maar als zij alhier gekomen zijn voor enkele dagen, zij haar tafel hebben gehouden bij de drossaarden of de heren pastoors". De schepenen wisten niet beier, dan dat genoemde grafelijke familie "haar residentie had te Venloon dat men noemt Loon op Zant". Een der volgende graven, namelijk graaf Charles van Immerseel hield wel verblijf op het kasteel. Zulks leert ons een schepenakte van Bokhoven van 19 september 1702 5). In dat geschrift verkaarden de drossaard en het dorpsbestuur, dat graaf Charles van Immerseel, op zijn kasteel te Bokhoven, "met sijnen persoon, bedienden, paarden en gehelen treyn residentie houdt" en dat zij deze graaf dagelijks hebben kunnen zien en nog zien. Ook in het jaar 1794 resideerde er een graaf van Bokhoven op zijn kasteel, hetgeen blijkt uit het Bokhovense schepenprotocol over de jaren 1740-18006). Op fol. 99 van dat register leest men o.m., dat op 4 januari van genoemd jaar, compareerde. "zijne hoogheid den heere Anne Lodewijk Alexander de Montmorency, prins van Robecq, graaf van Bokhoven, tegenwoordig op zijn casteel alhier residerende". Deze graaf legde toenmaals een verklaring af. De bekende geschiedschrijver pastoor Schutjes en ook anderen verklaren, dat "het weleer prachtig slot" de genadeslag is gegeven in 1794. Het waren ook nu weer de Franse troepen die de nog bewoonbaar zijnde gebouwrestanten geheel verwoestten. Blijkens genoemde drs. Alph. W. v. d. Hurk in dit tijdschrift, jaargang 19, bladzijde 93, zou een Bokhovens register van gedenkwaardigheden 7), de aantekening bevatten, dat de Franse troepen te Bokhoven verblijf hebben gehouden van augustus 1794 tot 27 december d.a.v. Zij zouden met zich hebben gevoerd "40 stuks kanon met de nodige kruitwagens, welke alle rondom de kerk stonden".

Een indruk omtrent de aanzienlijke afmetingen van dit kasteel, met hetgeen daarin werd aangetroffen, kan men vinden in een Bokhovense akte d.d. 3 -10 juli 1624 opgemaakt door de kastelein van die heerlijkheid, in het bijwezen van twee schepenen aldaar. Die inventarisstaat, waarin bovendien alle zalen, kamers en andere vertrekken van het kasteel worden genoemd, is door mij in extenso in dit tijdschrift gepubliceerd. Men zie daarvoor jaargang 8 (Ao 1958), bladzijde 151-166.

Op 23 juni 1668 overleed de priester Jan van Esch op de voorpoort van dit kasteel 8).

Ten tijde van de eerste verwoesting van het kasteel in 1672, was graaf van Bokhoven, Thomas Ignace van Immerseel. Deze huwde (huw. voorwaarden op 11 september 1660) met Magdalena, dochter van graaf Jan 't Serclaes de Tilly, baron van Marbais, heer van Templour, Bossieres, Goisinnes, Viefville, Boves, de beide Isnes en Montigny-sur-Sambre. Moeder van de bruid was Marie Françoise de Montmorency 9). Het vorenstaande en hetgeen in de aangehaalde Bokhovense akte d.d. 11 februari 1687 staat, wekken de veronderstelling, dat de grafelijke familie het kasteel niet bewoonde ten tijde van die verwoesting van 1672.

Voor afbeeldingen van dit kasteel zie men dit tijdschrift jaargang 12. bladzijde 112; jaargang 19, bladzijde 91 en jaargang 7, bladzijde 104 en naast bladzijde 106.

 

Vught A. J. L van Bokhoven.

 

1) Ik durf hem zonder schroom zo te noemen.

2) Jaargang 9 (Ao 1960), bladzijde 74, noot 32a

3) Dit stuk wordt bewaard in het rijksarchief te Den Bosch in de portefeuille: Bokhoven R. 16

4) Dit geschrift kan men vinden in het gemelde rijksarchief in dezelfde portefeuille als onder noot 3 genoemd.

5) Evenals noot 3, portefeuille Bokhoven R. 16.

6) Bokhoven. portefeuille R. 23.

7) Dit register wordt aangehaald onder volgnr. 473 (bladzijde 54) van de "Inventaris van het archief der parochie Bokhoven, door Mr. J. A. M. Hoekx (1969)". Zie voorts nog, pastoor Schutjes, derde deel, bladzijde 299.

8) Zie dit tijdschrift jaargang 7, bladzijde 87.

9) Dit alles blijkt uit de leenverheffingen van Bokhoven welke zijn gepubliceerd op de bladzijden 70 - 74 van het boekwerk: Les Seigneuries Feodales du Pays de Liège. Table des Reliefs. par Stanislas Bormans (Liège, anno 1871).

 

MORE ABOUT

The House

As a Monument

Its Noblesse

Bokhoven

 

©            

Key

Back to Master Page