La Licorne
CATALOGUE
De H. Willibrordus Parochie Ammerzoden,
Een historische schets door: S E M van Doornmalen, 1998
(gedeeltelijk)
.....
De H. Willibrordusparochie omvat de gemeente Ammerzoden
en de nabij gelegen plaatsen Nederhemert-Noord,
Aalst, Poederoijen, Delwijnen
en Kerkwijk. Het grondgebied van de parochie is veel groter dan dat van de
burgerlijke gemeente Ammerzoden. De oorzaak hiervan
ligt in het verleden.
De Reformatie en de politieke-militaire ontwikkelingen tijdens de Nederlandse
Opstand of Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) maakten aan het begin van de
zeventiende eeuw in een groot deel van het huidige Nederland een einde aan de
bestaande parochies. Bisdommen en parochies verdwenen toen Nederland boven de
rivieren door de Heilige Stoel in Rome tot missiegebied werd verklaard: De
Hollandse Zending.
Voordien was het
grondgebied van Ammerzoden verdeeld in twee parochies of kerspels: Well met Wordragen en Ammerzoden. Beide .hadden een
kerk; een in Well en een in Ammerzoden.
De kerspels maakten voor 1559 deel uit van bet bisdom Utrecht.
Dat jaar veranderden de grenzen van de bisdommen. De Bommelerwaard
werd een deel van bet bisdom 's-Hertogenbosch. Het nieuwe bisdom behoorde tot
bet aartsbisdom Mechelen. Toen Nederland tot missiegebied
werd verklaard kwam er aan deze organisatie een einde.
Wanneer de
Hervorming in de parochies van Ammerzoden en Well doorgedrongen is, is tot op heden niet precies bekend.
Waarschijnlijk zijn de beide kerken in het begin van de zeventiende eeuw definitief
overgegaan in protestantse handen. Typerend is dat uiteindelijk het dorp Well grotendeels de 'nieuwe leer' was toegedaan, terwijl
bet overgrote deel van de inwoners van Ammerzoden
katholiek bleef.
Hierbij is bet zeker van belang geweest dat de toenmalige heer van Ammerzoden die op het plaatselijke kasteel resideerde het katholieke geloof trouw bleef. Vanaf het
midden van de zeventiende eeuw bood hij bijvoorbeeld onderdak op het kasteel
aan missiepaters van de orde der minderbroeders. De minderbroeders leefden
volgens de regels van de H. Franciscus.
Deze missiepaters
hebben gezorgd voor de continuïteit van de katholieke zielzorg, waardoor de
inwoners van Ammerzoden waarschijnlijk overwegend
katholiek zijn gebleven. De paters vestigden in Ammerzoden
een statie. Een statie is de standplaats van een geestelijke in bet
missiegebied zonder expliciete territoriale grenzen. Het werkgebied van de
paters bleef niet beperkt tot het dorp waar zij zich vestigden. Slechts enkele
minderbroeders hadden in de zeventiende eeuw de zielzorg op zich genomen voor
de gehele Bommelerwaard. Uiteindelijk werden in de
Waard staties gesticht te Hedel, Kerkdriel,
Rossum/Hurwenen en Zaltbommel. Opvallend is dat in de West-Bommelerwaard
geen enkele pater zich vestigde. De enkele katholieken daar werden toevertrouwd
aan de paters van Zaltbommel en Ammerzoden.
Hierbij ontstond een verdeling waarbij de katholieken uit Nederhemert-Noord,
Aalst, Poederoijen, Delwijnen
en Kerkwijk werden toevertrouwd aan de missionaris te Ammerzoden.
Deze historisch gegroeide situatie vormde het uitgangspunt bij de
parochie-indeling van 1853. In dat jaar kwam er een einde aan de missiestatus
van Nederland. De kerkelijke hierarchie met bisdommen
en parochies werd hersteld. Sinds dat jaar bestaat de huidige parochie pas
officieel. De indeling is tot op heden nog van kracht. In 1973 werden de
grenzen van de parochie opnieuw bevestigd:
......
VIER KERKEN
De huidige H. Willibrorduskerk in Ammerzoden is
de vierde kerk van de parochie. Tijdens de Reformatie werd zoals gezegd het
eerste, laat middeleeuwse, kerkgebouw overgedragen aan de plaatselijke
protestantse gemeenschap.
Pas in het begin
van de negentiende eeuw mochten de katholieken in Ammerzoden
een nieuw kerkje oprichten. Dit gebouwtje werd vlak voor de eeuwwisseling
afgebroken, nadat een grootse neo-gotische kerk was
verrezen. In november 1944 is die door Duitse soldaten opgeblazen.
Na enige jaren de H. Mis te hebben opgedragen in een noodkerk kon in de
jaren vijftig de tegenwoordige kerk in gebruik worden genomen. In dit hoofdstuk
zal kort worden stil gestaan bij de vier godshuizen.
De Onze Lieve Vrouwe kerk
De 'eerste' kerk van de Ammerzodenaren, bestaat nog steeds. Het is de huidige
ruïnekerk die nu nog gebruikt wordt voor diensten door de Hervormde gemeente in
Ammerzoden. Deze kerk is toegewijd geweest
aan Onze Lieve Vrouwe. Over
de kerk is weinig bekend.
De oudste nog resterende
delen van de kerk dateren uit de veertiende eeuw. Dit stemt overeen met de
oudste bekende vermelding van de kerk in een akte uit 1353. Gerard
van Herlaar ,destijds heer van Ammerzoden, en
zijn broers Jan en Arnt beloven hierin aan de
bisschop van Utrecht om op bedevaart te gaan naar Aken en de kerk te
herstellen:
.....
Intermezzo
Tijdens de Reforrnatie, ongeveer eind zestiende begin zeventiende
eeuw, moesten de katholieken de kerk afstaan aan de protestanten. Omdat de
kleine Ammerzodense protestantse gemeenschap de kerk
niet kon onderhouden is zij vervallen. Uiteindelijk besloten zij in 1632 om her
koorgedeelte te verbouwen tot kerk.
......
in 1648 was het weer mogelijk voor priesters om naar Ammerzoden
te komen. Vanuit Megen, dat niet behoorde tot de
Republiek namen paters van de orde der minderbroeders de zielzorg op zich. De
bekendste onder hen is pater Joannes Ooms (ovl. 1674). Hij kreeg onder andere
onderdak op het kasteel van Ammerzoden. De Ammerzodense kasteelheer Thomas Walraven van Arkel was katholiek gebleven. Van Arkel
zal zeker aan de paters de mogelijkheid hebben gegeven om op zijn kasteel de
Heilige Mis op te dragen. Daarnaast zullen er ook wel samenkomsten in een
schuur in het dorp zijn geweest.
In de loop van de achttiende eeuw groeide de religieuze tolerantie ten
opzichte van de katholieken in de Republiek. Op vele plaatsen mocht men weer
een eigen kerkje hebben. Ook de Ammerzodenaren gingen op zoek naar een meer permanent onderkomen om de H.
Mis te vieren. Hiervoor kochten zij in 1742 een woning aan. Destijds gelegen aan de rand van
het dorp, ongeveer op de plaats van het huidige verpleegtehuis Het Zonnelied.
Daar bouwde men waarschijnlijk een klein bedehuis bij. Het werd in 1793
vervangen door een nieuw gebouwtje met een rietendak. De bouwseltjes mochten
nog niet te veel op een kerk lijken, daarom dat men ook wel spreekt over
schuurkerken.
Met de komst van de Franse troepen in 1795 kwam er een einde aan de
bevoorrechting van de protestantse kerken.
.....
De Waterstaatskerk
..... in
1828 .... Op de plaats van het oude gebouwtje uit 1793 werd een 'echte' kerk
gebouwd.
De neo-gotische H Willibrorduskerk
...... Eind augustus 1894 werd de eerste steen gelegd
voor een nieuwe kerk. Architect J van Goenendael uit
Hilversum ...... Bij de snelle bouw was de kwaliteit
van een en ander blijkbaar minder in acht genomen.
......
Minderbroeders missiepaters
Toen de katholieke Ammerzodenaren hun kerk was
ontnomen, zochten zij naar andere mogelijkheden om hun godsdienstplichten te
vervullen. Na de
Reformatie was het de katholieke inwoners van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (1648 - 1795) echter verboden om hun
godsdienst openlijk te belijden. De katholieke kerk was niet verboden,
evenmin was het protestantisme verheven tot staatsgodsdienst. De gereformeerde
kerk was wel de 'heerschende kerk' en katholieken
konden slechts in beslotenheid bijeen komen. Voor lange tijd verbleef er geen
(vaste) priester meer in Ammerzoden. Wel is bekend
dat enkele jezuieten-paters voor 1649 in de Bommelerwaard actief zijn geweest. Onder hen mogelijk ook
de in 1595 in Ammerzoden geboren jezuiet
Willem van Weel, die in 1628 vanuit het klooster in
's-Hertogenbosch gezonden werd. De Ammerzodenaren namen waarschijnlijk ook
hun toevlucht tot het vrije Bokhoven, aan de overkant van de Maas gelegen, waar
men wel openlijk katholiek kon zijn. Bokhoven behoorde namelijk niet tot de
Republiek maar maakte deel uit van het prins-bisdom
Luik.
Pas vanaf de
missionering door de paters-minderbroeders komt het
katholieke leven beter in beeld. De minderbroeders begonnen hun missiewerk
vanuit het in 1645 gestichte klooster te Megen.
.......
De derde
orde is de lekenorde van de minderbroeders. In 1756 nam de Bokhovense
juffrouw Maria Anna Duwooz het habijt en de regel aan
van de derde orde. Een jaar later legde ze de ordegeloften af.
In 1767 trad Margareta Constant
tot de orde toe. Ook zij deed een jaar later professie.
In de negen- tiende eeuw zou de derde orde geweldig
floreren in de parochie.
De 'Bataafse Omwenteling' van 1795
maakte een einde aan de voorrechten van de protestantse kerk. Kerk en staat werden
nadrukkelijk gescheiden. Katholieken mochten hun geloof weer openlijk belijden.
Tijdens de omwenteling was in Ammerzoden pater Antonius Vesters werkzaam. Vesters
is een bijzonder man geweest. Hij was in 1743 geboren
in Well. De familie Vesters
behoorde tot de plaatselijke elite.
Vader en grootvader van Antonius
waren bierbrouwers die over voldoende geldmiddelen beschikten. Vader was tot
buurmeester en schepen benoemd in Ammerzoden. Antonius was een slimme jongen: hij volgde de latijnse school te Megen. Kort daarop tract hij toe
tot de orde der minderbroeders.
Op 8 november 1767 werd hij in Luik tot priester
gewijd. Hierna volgde Vesters' met succes de
theologiestudie in Leuven. Na zijn studie was hij zelf lector (leraar) aan de
scholen van minderbroeders in Lichtenberg, Turnhout, Venlo
en Brussel. Hij maakte een voorspoedige wetenschappelijke carriere
die in 1781 abrupt werd afgebroken. Antonius Vesters begon, mede op aandringen van de vrouwe van Ammerzoden, als missionaris in de statie Ammerzoden.
Na de
Omwenteling van 1795 nam Vesters in de jaren 1797 -
1798 als volksvertegenwoordiger voor de Bommelerwaard
plaats in de Tweede NationaIe Vergadering en de
Constituerende Vergadering (de voorlopers van onze huidige Tweede Kamer). Vesters was een van de eerste
katholieken, en een van de eerste priesters die zitting hebben genomen in een
volksvertegenwoordiging in Nederland. Antonius Vesters overleed in 1806. Zijn opvolger, pater Joannes Gillis is de initiator geweest voor een nieuw
kerkgebouw. Uiteindelijk kon dit in 1828-1829 gerealiseerd worden door de
subsidie van de rijksoverheid. Gillis overleed het jaar daarop. De nieuwe
'waterstaatskerk' zou de gehele eeuw nog dienst doen.
Joannes Ebben,
eerste pastoor
Na het overlijden van pater Gillis werd kapelaan Joannes Ebben benoemd tot diens opvolger. Ebben was in 1797
geboren in Hernen. Hij begon in 1819 als kapelaan te Ammerzoden. Pater Ebben is meer dan veertig jaar de
zielzorger geweest van Ammerzoden.
Tijdens zijn verblijf werd de missiestatus van Nederland
boven de rivieren opgeheven. In
1853 werd de kerkelijke hierarchie hersteld.
Missiepater Ebben werd aldus de eerste pastoor van de H. Willibrordusparochie
te Ammerzoden.
Uit zijn pastoraat, waarin de katholieke
gemeenschap groeide en zelfbewuster werd, zijn meer zaken bekend over de
devotie van de Ammerzodenaren. Het geloof zoals dat
onder de parochianen werd beleefd kwam onder meer tot uiting in de wereldlijke
derde orde van de H. Franciscus en verschillende
broederschappen.
Een
broederschap is een vereniging van gelovigen ter bevordering en bestendiging
van de vroomheid. Vaak steunden deze broederschappen ook een goed (christelijk)
doel. De leden betaalden een kleine jaarlijkse bijdrage en ontvingen als zij
aan de verplichtingen van de broederschap hadden voldaan verschillende aflaten. Naast volwassenen werden
vele nieuwe communicanten lid van een broederschap. Bijna aIle
meisjes traden toe tot de derde orde. Vanaf 1822 is de registratie bewaard
gebleven van de leden van de derde orde in de parochie. In 1825 werd de
broederschap van het 'Koordje van de Heilige Franciscus'
opgericht. In 1835 volgde de broederschap van de
'Allerheiligste Rozenkrans', in 1837 de broederschap 'ter uitroeiing der
Godslasteringen, verwensingen en onkuise gesprekken' en in 1842 de broederschap
van de 'Heilige Franciscus Xaverius'.
Het 'rijke roomse leven'
Met Jacobus van Kesteren
kreeg de parochie in 1870 een actieve nieuwe pastoor. Door alert optreden in de
eerste jaren van zijn pastoraat werd 'de kerk' een factor van belang in de
gemeenschap. Een aanzienlijk deel van de gemeente (ruim een kwart van de
oppervlakte) was eigendom van de heer van Ammerzoden
en bewoner van het plaatselijke kasteel: baron Arthur
de Woelmont. Begin jaren zeventig besloot deze,
waarschijnlijk vanwege financiële problemen, zijn eigendommen in Ammerzoden van de hand te doen. In 1872 wist de parochie de hand te
leggen op de landerijen van de baron die behoorden tot de voormalige vicarie van de H. Quirinus. Een jaar later wist pastoor Van Kesteren door snel te handelen alle resterende goederen van
de baron in de gemeente Ammerzoden aan te kopen.
Hiertoe behoorden vele landerijen, verschillende woningen, het oude kasteel en
enkele heerlijke rechten zoals de veer- en
visrechten. Eensklaps was de parochie de grootste landeigenaar van de gemeente.
De benodigde gelden waren deels geleend. De invloed van de parochieherder
betrof sindsdien niet alleen de zielzorg en de morele levenswandel van zijn
parochianen. Door de verpachting van landerijen en verhuur van diverse huizen
die de parochie had verworven kreeg de parochie ook op een andere wijze invloed
in de gemeenschap.
Met deze aankopen kan gesteld
worden dat niet alleen in figuurlijke en geestelijke zin, maar ook in
letterlijke zin 'het rijke roomse leven' in Ammerzoden begon.
Jacobus van Kesteren bleef pastoor te Ammerzoden
tot aan zijn overlijden in 1880. In de jaren daarna hebben een drietal parochieherders korte tijd te Ammerzoden gewerkt, Bernardus Schuurs, Cornelius van Hout en Jacobus Hamer. Diens opvolger Joannes
Nieuwenhuizen staat bekend als de 'bouwpastoor' van Ammerzoden. Onder zijn leiding kreeg de parochie Ammerzoden de grootse neogotische kerk.
Deze kerk was de tweede mijlpaal en symbool voor het
rijke roomse leven. Pastoor Nieuwenhuizen overleed in
1903. Tot halverwege 1905 verbleef pastoor Cornelius
Hermans in Ammerzoden. Een van de oudste bewaarde
foto's van Ammerzoden is genomen tijdens zijn
begrafenis in juni 1905. Hij werd opgevolgd door pastoor Henricus
Geevers. Geevers kende Ammerzoden al. Van juni 1876 tot en met december 1877 assisteerde
hij er als kapelaan. Pastoor Geevers vertrok in 1917
naar bet minderbroederklooster te Vorden.
De nieuwe pastoor te Ammerzoden werd Joannes Trienekens, beter bekend
onder zijn kloostemaam Isidorus
Trienekens.
Trienekens was op 24 juni 1868 in
Weert geboren. Hij zou vanaf 1917 tot aan de Zomer van 1944 de parochie
bedienen. Het pastoraat van Trienekens zijn de
hoogtijdagen van het roomse leven in Ammerzoden. Het
gehele dorpsleven was doordrongen met de normen en waarden die volgens de
kerkelijk bestuurders wenselijk waren. Aan het hoofd van de parochie stond een
'almachtige' pastoor die geen tegenwoord dulde. Zijn kapelaans waren zeer actief in het Ammerzodense verenigingsleven. De derde orde en verschillende
broederschappen floreerden. Geregeld ging men op processie. Vanaf midden jaren
twintig namen veel Ammerzodenaren jaarlijks deel aan
de mei-processie van de Zoete Lieve Vrouwe in :s-Hertogenbosch. De
bewaarschool was in handen van zuster Franciscanessen. Vanaf 1912 verzorgden
zij ook het lager onderwijs voor de meisjes. In 1934 werd ook de jongensschool
voor lager onderwijs een bijzondere, katholieke school. Op het middeleeuwse
kasteel in het dorp was een klooster gevestigd van zusters Clarissen. Een groot
aantal inwoners uit Ammerzoden voelden
zich geroepen tot een religieus leven en traden toe tot een orde of werden
seculier priester. Ammerzoden was trots op zijn
'zonen' en 'dochters'.
Het is uit de
jaren van bet pastoraat van Trienekens, dat door de
beschikbaarheid van een groot aantal foto's beelden zijn overgeleverd van bet
roomse leven. Een leven dat nostalgie oproept bij een groot aantal oudere Ammerzodenaren. Van veel feeste- lijkheden zijn foto's bewaard gebleven: commu-
niefeesten van parochianen, priester-
en kloosterjubiliea van geestelijken, missies, eeuw-herdenkingen ter ere van de Heilige Franciscus en de Heilige Antonius,
een onthulling van een H. Hartbeeld enzovoorts. Al deze festiviteiten werden
als vanzelfsprekend opgeluisterd door de plaatseijke
fanfare. In bet dorp maakte men feest- en erebogen en
een rijtoer door bet dorp was gebruikelijk.
.......
EEN CLARISSEN KLOOSTER
Halverwege de maand juni in 1876 vertrokken vanuit Megen
12 zusters Clarissen naar Ammerzoden. De zusters, die
normaal niet buiten de kloostermuren mochten komen, hadden toestemming gekregen
om in het kasteel te Ammerzoden een nieuwe
gemeenschap op te richten. De communiteit zou spoedig groeien tot een aantal
van 30 a 40 zusters. De
orde der Clarissen is de tweede orde van H. Franciscus.
De Heilige Clara (1194 - 1253) werd beïnvloed door
het armoede-ideaal van Franciscus. Op haar achttiende
legde zij de kloostergeloften af en werd met Franciscus
de stichteres van de Clarissen-Orde.
Toen de Ammerzodense
parochie in 1873 de kasteelgoederen van de laatste baron kocht gebeurde dit met
geld van de kerkprovincie van de minderbroeders, de Provincie Germania Inferior. Waarschijnlijk
is toen de voorwaarde gesteld dat het kasteelgebouw doorverkocht zou worden ten
behoeve van de zusters Clarissen. Er diende nog het een en ander verbouwd te worden voordat de zusters terecht konden.
In 1876 was bet dan zover.
De Clarissen
waren slotzusters, zij mochten niet buiten de muren van het klooster komen.
Evenmin konden anderen zomaar naar binnen. Het 'slot' op het kasteel kon
slechts met pauselijke toestemming worden geopend. In 1938 mocht zelfs de
pauselijke internuntius mgr. Giobbe,
die een bezoek bracht aan de Clarissen in Nederland, niet binnen gelaten
worden.
Het contact met
de Italiaanse afgezant en de zusters vond plaats via de getraliede
bezoekkamers. De binding tussen klooster en parochie is gering geweest. Voor de
Ammerzodenaren bleef deze hoofdzakelijk beperkt tot
een nieuwe geestelijke in het dorp, de rector van de Clarissen. Hij verbleef op
de pastorie en verleende zo nu en dan ook de pastoor assistentie. Er was wel
contact met de kleinste Ammerzodenaren. Sinds 1877
hielden enkele lekenzusters bij het kasteel namelijk een bewaar-
of kleuterschool. Het schooltje heeft tot 1911 bestaan. Toen ging de zorg voor
de kleintjes over op de Zusters Franciscanessen van Oirschot
die midden in het dorp naast een bewaarschool, vanaf 1912 ook de meisjesschool
verzorgden.
Toch kwamen er wel zusters in Ammerzoden. Dit waren de zojuist genoemde 'lekenzusters', zij waren niet
verplicht tot de koordienst. De 'koorzusters' bleven geheel binnen.
Sommige zusters mochten 'op termijn gaan'. Zij gingen dan in de omgeving de
huizen langs voor een gift ten behoeve van de zusters.
De verbouw van
het kasteel in 1876, voordat de zusters naar Ammerzoden
kwamen, was de eerste ingreep in het aanzien van de middeleeuwse burcht. In de
jaren negentig van de vorige eeuw kregen de zusters behoefte aan een goede
kapel en enkele andere ruimten.
Op 19 oktober 1893 werd de eerste steen gelegd van een grote aanbouw. Het
betrof een ontwerp van J. van Groenendael. Op 15
november had de inzegening van de nieuwe kapel plaats door pastoor Nieuwenhuizen. Het was een eenvoudige neo-gothieke
kapel. Naast een kapel voor de zusters (de zusters hadden vanachter tralies
zicht op bet altaar), was er een 'buitenkapel' waar parochianen de diensten
konden bijwonen en een sacristie. Deze vertrekken waren op de eerste
verdieping, dat was gelijk met de kasteelvertrekken van de zusters. Op de
begane grond bevonden zich twee kamers voor de rector, een vertrek voor de
portierster van het klooster en drie spreekkamers waar de Clarissen, achter
tralies en door gordijnen verborgen, met familie of andere bezoekers konden
spreken.
.......
MORE ABOUT