La Licorne

CATALOGUE

 

Pater Tarcisius van Schijndel, s.o. Cist., Perceelsnamen te Bokhoven. Met Gansen Trou 1971, pag. 134-136

 

Kamp:

Een veel voorkomende perceelsnaam langs een smalle strook van de Maas te Bokhoven zijn de kampen, die met verschillende andere woorden een geheel vormen. We zullen dus allereerst afzonderlijk het tweede lid "kamp" bespreken en daarna het lid, waarmede het is samengesteld. ! Kamp is verreweg de meest voorkomende naam van één enkel perceel. In de 14e eeuw tot grasland ontgonnen. Kamp is tevens een omheind stuk land, dat in de regel nogal hoog blijkt te liggen. De omheining kan verschillend zijn.

Wielkamp:

Onder "Wiel" verstaat men het gat, dat in het land wordt geslagen, wanneer de dijk doorbreekt.

Hengstkamp:

Vanouds werden weiden genoemd naar het vee, dat er in graasde. Zeer verbreid vindt men deze samenstelling..

Zandkamp:

Geeft aan uit welke soort grond dit kamp bestaat.

Haarkamp:

"Haar" heeft vermoedelijk oorspronkelijk betekend: hoog gelegen stuk hei. Kleine verhevenheid in het bijzonder op de heide, dan vaak ook begroeid terrein.

Gerstekamp:

Product dat bebouwd wordt op dit genoemd perceel.

Bessenkamp:

Geeft aan welk soort struikgewas op genoemd perceel geplant was.

Beelekamp:

Kamp van Beel (vrouwennaam) of kamp van familie Beelen.

Varkenskamp:

In 't algemeen slechte weide, goed geschikt echter om varkens op te jagen.

Sluiskamp:

Kamp bij een sluis, of kamp waarin een sluis lag.

Ruttenkamp:

Kamp van rut = Rutger, of van de familie Rutten.

Kooikampen:

Doet den ken aan eenden- en schapenkooi.

Snoekenkamp:

Visvijvers in de buurt, waarvan de eigenaar recht heeft om te vissen.

Duivenkamp:

De wilde duif is schadelijk voor de boer, en het houden daarvan was vanouds aan bepaalde regels gebonden.

Leenkamp:

Lees in plaats van uitgeleend: "in leen worden uitgegeven".

Doornekampen:

Geeft de naam van de bezitter aan, namelijk de familie van Doorne.

Brandheuvel:

Kan betekenen een heuvel bij de brand. Brand is de naam voor een turfveld.

Welland:

Eerste lid geeft de waterbron aan.

Gersteland:

Geeft het product aan, namelijk gerst dat op het land be- bouwd wordt.

Lieve heuvel:

Heuvel van een persoon, genaamd Lieven, of schoon men verwacht zou hebben Lievensheuvel.

Varkensgemeente:

Het eerste lid duidt aan welk soort er op huist, terwijl het tweede lid een terrein aanduidt, dat eertijds als gemeenschappelijk grasland voor de dorpsgemeenschap heeft gediend. Thans zijn het vaak percelen, die in de verste uithoek van het tot een dorp gerekend land gelegen is. Land dus, dat voor de boeren van weinig waarde was, daar het te ver van de boerderij lag.

Achtmorgen

hoefslag:

De twee eerste leden "achtmorgen" geven de maat aan van de grootte van het perceel, terwijl het derde lid een of andere afgrenzing aan de gemeenschappelijke gronden was onttrokken.

Poeltje:

Lage weilanden, die vroeger veel onder water stonden. Volgens een oude zegsnaam .zouden poelen voorkomen aan de oostkant van oude offerplaatsen: De boze geesten werden erin vernietigd.

Dankersweide:

Het eerste lid duidt de naam van de bezitter aan, terwijl het tweede lid een zeer verbreid bestanddeel is van de perceelsnaam. Bij deze naam denkt men meer aan grasland, waarin het vee graast en minder aan land, waarvan het gras gehooid wordt.

Steenbeemden:

Men moet hierbij niet direct denken aan steenbakkerij, maar aan steen liggend op een lage plaats, waarop een pad loopt door de beemden.

Het Geerke:

Wigvormig stuk land. In een smalle eind toelopen.

Kerkenmorgen:

Grondbezit van de kerk van reeds voor de Hervorming daterend.

Schoolhof:

Perceel land wat toebehoorde aan de schoolmeester en hierbij dus het beroep uitoefende wat met deze naam werd aangeduid. Het tweede lid duidt op de tuin, welke grensde aan het huis van de schoolmeester.

De bandjes:

Zeer bekend onder de naam bundgras.

Aartshoefken:

Hoefke van Aart (= Arnold) óf van de familie Aarts.

Hillekensbroek:

Genaamd Hilleken (= Hildegont). Van de 14e tot de 18e eeuw vinden we voornamen met de voornaam Hilliken, die in de Latijnse teksten Hildegont of Hildegondis heten.

Konijnenbelt:

Het eerste lid geeft een dierennaam aan, voornamelijk bestemd voor de jacht, gezien waarmede het tweede lid is samengesteld, wat een verheven plek aanduidt.

Hennenweide:

Het eerste lid duidt een dierennaam aan. Gezien waarmede dit eerste lid is samengesteld is het een perceel grasland dichtbij de boerderij gelegen, waar kippenverblijf op gevestigd is.

Snoekpad:

Namen met vis zijn gegeven naar een visrijk water, wat hier vooral doet denken aan de snoek. Het tweede lid duidt op een voetpad door het land naar een bepaald water, hier genomen, waar veel snoek zit.

Dorpsdamme:

Terwijl het eerste lid geen verklaring nodig heeft, verstaat men onder het tweede lid een perceel land, dat tussen dezelfde sloten ligt.

Schaapsdreef:

Dreef waardoor schapen gaan naar de weideplaats of gemeijnt.

Korte hof:

Kleine tuin.

Hophof:

Het eerste lid geeft aan de vroeger rijk geteelde. hopcultuur.

Bleekveld:

Laag liggend stuk grasland, waarop linnengoed gebleekt kan worden.

Bol:

Zandplaat - zandbank bij de Maas.

't Werdje:

Land wat vaker onder water loopt en ongeschikt is voor akkerbouw.

Kakelveld:

Plaats nabij de kerk waar na de H. Diensten veel gepraat werd.

Berkwaard:

Eerste lid is een boomsoort - berk genaamd, terwijl het tweede lid aanduidt wat vaak onder water loopt. Landstreek geheel of gedeeltelijk door rivieren omsloten.

Maria Engelen:

Waard van Maria van Engelen.

Kivitswarande:

Duidt de naam van de bezitter aan. Het tweede lid duidt een jachtterrein aan, een benaming die beneden de grote rivieren bewaard is gebleven. Een warande behoort in eigendom en gebruiksrecht uitsluitend toe aan de Heer als privé persoon.

Kostverloren:

Naam van een slecht stuk land, waaraan men zijn onkosten verspilt. Deze naam komt in onze streek veelvuldig voor.

Brandgreet:

Was een brandvrije strook grond.

Puistje:

Kleine hoogte.

Ankersweide:

Weide van de familie Ankers.

Ottershoek:

Hoek waar otters zitten, of wel een hoek land van de familie Otter.

  

P. Tarcisius van Schijndel.

 

The House

As a Monument

Its Noblesse

Bokhoven

 

©

Key

Back to Master Page