Deze pagina bevat de volgende artikelen
|
Over de Grafkelder der Familie Verheyen |
Rentmeester
Verheyen Bokhoven |
De
Familie Verheyen |
OVER DE GRAFKELDER DER FAMILIE VERHEYEN
Pastoor Breugelmans, MGT 1954 pp 193 t/m 197. 1955
pp 2 t/m 4 en 17 t/m 221
In het Choor der kerk voor het altaar van de H. Antonius abt, patroon der
kerk van Bokhoven ligt de grafkelder van de Heer Cornelius Stooters ab Enckeforti
De grafsteen geeft als tekst:
Monuraentura hoc posuit honorabilis vir Mr
Cornelius Stooters ab Enckefort, huius comitatus
satrapa et quaestor qui obiit
anno 1654,
die 16 Martii, cum charissima sua
conjuge
Anna Wijelems quae obiit 28 Novembris
1641, quorum animae requiescant in pace.
Vertaald: Dit gedenkteken werd
geplaatst door de hoogedele heer Mr Cornelius
'Stooters van Enckefort, Satraap
en rentmeester van dit graafschap; hij stierf
16 Maart
1654 en zijn dierbare vrouw Anna Wijelems; zij stierf 28 November p 193
1641. Hun zielen rusten in vrede.
In die grafkelder werden ook de rentmeesters Verheijen begraven en hun
familieleden.
I. Zo werd 8 April 1774 daar begraven Vrouwe Maria
Cornelia van Grootveldt,
huisvrouwe van de Heer Joannes Baptista Verheijen, oveleden
6 April
1774 op het kasteel van Loon op Zant. Zij was de eerste vrouw van Jan Bapt.
Verheijen, geboren te Hoorn 1 Jan. 1750 als dochter van Mr Gerebrand van
Grootvelt en Anna Hoeck. Zij huwde te Westwoud 18 Februari
1770 en
schonk hem vier kinderen.
II. Op 16 Mei 1790 werd er begraven Jonkvrouw
Jacoba, dochter van de Heer
Joh. Bapt. Verheijen. Zij stierf 14 Mei op het
kasteel te Loon op Zant.
III. 25 October 1814 werd er begraven de heer Joannes Baptista Verheijen,
in leven Drossaert van Bokhoven en rentmeester van Prins de
Robecq
(Prins Anna Lodewijk Alexander de Montmorency de Robecq, gehuwd
met
hertogin Alexander Emilie de la Rochefoucauld) overleden
te 's-Hertogenbosch
23 October. Johannes Bapt. Verheijen was 14 Oct.
1746 op het kasteel te
Bokhoven geboren en overleed 23 Oct. 1814 in Den-Bosch; hij was de zoon
van Arnoldus Verheijen, drossaerd van Bokhoven en Godefrida
Hendrica
Clercx (gegevens over hen ziet U aan het eind van dit artikel). Joh. bekleedde
vele waardigheden; behalve Drossaerd of baljuw van de vrije grafelijke
heerlijkheid
Bokhoven bewees hij het vaderland vele en grote diensten en stond
.in hoog aanzien bij Koning Lodewijk. In 1796 en
97 was hij Volksvertegenwoordiger, in 1801 lid van het Staatsbewind waarvan hij
in 1802 en '03 de voorzitter werd: in 1805 lid van Brabants' bestuur, 1806
staatsraad in buitengewone dienst en lid van het wetgevend
lichaam: in 1807 ridder der Koninklijke
orde van Verdiensten, commandeur van de Koninklijke Orde der
Unie,
voorzitter van het Wetgevend Lichaam voor de buitengewone
zitting te Utrecht
Utrecht, 1808 Staatsraad voor de eerste Sectie van Wetgeving in algemene
zaken: 1810 lid en later voorzitter van de algemene Raad van
het departement
der Monden van de Rijn. 1812 Kommandeur van de Keizerlijke
Orde der
Reunie, president van de Kantonnale vergadering van 's-IIertogenbosch.
28 Jan. 1814 Commissaris generaal in het departement der monden van den
Rijn; bij besluit van dé Souvereine Vorst van 7 April
1814 No. 3 benoemd tot
lid der Staten Generaal van Brabant. Verder was hij
voorzitter van verschillende
genootschappen: o.a. proost van de Illustre
Lieve Vrouwe Broederschap
in 1318 te s-Hertogenbosch opgericht.
Joh. Bapt was eerst in 1770 te Hoorn getrouwd met Maria Cornelia van
Grootvelt,
geb. te Hoorn 1 Jan. 1750, overleden op kasteel te Loon op
Zant 6
April 1774 en 8 April d.a.v. in het familiegraf in
de kerk te Bokhoven bijgezet.
Zij was de dochter van Mr Gerebrand van Grootvelt en Anna van Hoeck.
Vervolgens, trouwde hij in Den Bosch 20 Febr. 1775 met Wilhelmina Christina
de Roij (de Roije) van Wichen, aldaar geboren 24 Mei 1751.
Zij overleed op
't Kasteel te Loon op Zant 8 Nov. 1810 en werd daar in de
kerk begraven
p 194
doch zij werd later in het familiegraf te Bokhoven bijgezet.
Zij was de dochter
van Bernard Jacob de Roy, Kolonel en directeur der genie ten
dienste der
verenigde Nederlanden en van Christina Johanna Maria van
Wichen. Uit het
eerste huwelijk vier kinderen, uit het tweede negen.
IV. 3 November 1814 werd het stoffelijk overschot
van Vrouwe Wilhelmina
de Roy, huisvrouwe van de Heer Joannes Baptista Verheyen,
opgegraven
te Loon op Zand, waar zij ongeveer 4 jaren begraven lag.
Toen door de Koning verboden werd om voortaan lijken in kerkgebouwen te
begraven werd door het kerkbestuur op 22 September 1832:
„uit toegedaanheid
en erkentenis aan de HoogEdel Heer Franciscus Xaverius
Verheyen,
„ridder van de Nederlandse Leeuw, Griffier der
Staten van Noord-Brabant,
„en rentmeester van Zijne Hoogheid den Prins de
Laval Montmorency, Grave
„van Bokhoven enz. enz. en aan deszelfs
nakomelingen", . . . gecontracteerd
dat zij voor hen een grafkelder zouden bouwen en „dezelve
voor het daarstel-
„len van enig gedenkstuk voor altoos te bepalen.
H. B. Martini van Geffen schrijft in October 1842 in „Het Graafschap
Bokhoven"
Het volgende: „op het kerkhof wijst een door den kunstenaar Royer
sierlijk bewerkt gedenkteken van wit en grijs marmer met
uitgehouwen wapenschilq,
de voor de adelijke famileje Verheyen te 's-Hertogenbosch
bestemde
begraafplaats aan."
Op die grafsteen staat behalve het familiewapen en de wapenspreuk: „Provide
et constanter" de volgende tekst: D. O. M. (Deo optimo
maximoque, d.i.
aan de allerbeste en opperste God.) Begraafplaats van
Jonkheer Mr. Franciscus
Verheyen, Ridder der orde van den Nederlandschen Leeuw, lid der ridderschap
en griffier der Staten van Noord Braband, geboren den 11
February
1779. De HoogWelgeboren Vrouwe Sophia Maria Josepha de Roy van Zuyderwijn,
p 195
zijne echtgenoote, geboren den 23 January 1791, R. I. P.
Bij mijn ondergrondse onderzoek tocht bevond ik het volgende: een ruimte
van ongeveer 2 x 3 meter: in de 3 meter lange muur waren 5
dichtgemetselde
graven van de negen nissen, een open nis waarin twee kisten
naast elkaar
en daarboven een open nis zonder kisten. Er liggen zeven
overledenen: de
bovenste rij een, links: daaronder een links dichtgemetseld
en twee kisten
zichtbaar staande; op de grond drie dichtgemetselde nissen.
De dichtgemetselde
graven hebben een klein steentje met initialen en jaartal.
Onder op de
grond rechts beginnend zijn begraven:
V. Ja. C. C. V. 1843: aanduidend: Vrouwe Joanna Catharina
Christina Verheyen,
gestorven 24 April 1843 te 's Bosch. Zij was geboren op het
kasteel te Loon op Zand 24 Juli 1777 en stierf
ongehuwd.
In Register of Memorie van Degravenissen die sedert
het jaar 1837 te Bokhoven hebben plaats gehad, schrijft Pastoor van Roosmalen:
„Bij de begraving van mejufvrouw Joanna Catharina Christina Verheven in de
Grafkelder van den Hoog Achtbare Heer F. X. Verheyen, te 's Bosch overleden den
24 april 1843 en alhier te bokhoven begraven den 27
april daaraanvolgende zonder begravenis of lijkdienst:
1e aan de kerk van Bokhoven
voor de begraafplaats zonder begravenismis fl. 6.00
voor baar en baarkleed 4.00
voor de beste ornamenten 3.00
2e aan de Pastorie:
voor bewezene diensten bij de begraving sine sacrificio (zonder
H. Mis) 6.00
voldaan den 29 mei 1843 fl. 19.00
3e aan de Koster voor het bovengemelde lijk
wegens 4 pond waslicht fl. 6.00
wegens bewezen diensten bij het voorgemelde lijk 8.00
voor de misdienaars 0.75
te zamen fl 14.75
nota: deze fl. 14.75 heeft de koster ontvangen
4e aan de doodgraver
voor bewezen diensten bij het bovengemelde lijk fl. 2.40
nota: deze fl. 2.40 heeft de doodgraver zelf ontvangen
notamina:
1e Ik heb de koster zelf zijne regten
met de kaarsen etc. laten inbeuren,
omdat ik met hem niet overeen kwam om zijn regten, want
anderzinds
worden de gelden der kaarsen door den Pastoor ontvangen gelijk
bevorens blijkt.
2e Indien het bovengen. lijk een
begravenismis alhier had gehad dan was het voor de kerk behalve het licht
gezamelijk geweest fl. 17.- en voor de pastorie fl. 12.- .
Daar het voorgemelde lijk het eerste is, dat in de grafkelder op het klein
afgezonderd kerkhof geplaatst is, zoo heb ik
geoordeeld dit wat wijdlopiger aan te halen;
1e. Het lijk is door de Bokhovensche schuit te 's Bosch
afgehaald.
2e. Het lijk alhier aan wal zijnde is
door het Gemeentebestuur gedragen
terwijl de klokken geluid werden.
p 2
3e. Het lijk door het gemeentebestuur aan de poort van het
kerkhof gebragt
zijnde is door de pastoor vergezeld van koster en missedienders
aldaar
afgehaald volgens oude gewoonte en vervolgens zijn
deswegens de
ceremoniën gedaan gelijk alhier in gebruik zijn ofschoon dat
lijk reeds
te 's Bosch beaard was.
4e. De ceremoniën gedaan zijnde zoo is de Pastoor volgens
gewoonte om zeven uren aan de Mis gegaan doch deze Mis was niet voor de
overledenen Jufvrouw en ik heb alsdan ook niet met
zwarte ornamenten gelezen, zoodat het slechts kan genoemd worden: het lijk is
bijgezet en geenszins begravenis of uitvaart.
5e. Alhoewel de uitvaart niet gehouden
werd, zoo werden de kaarsen welke
bij de begraving rondgedragen waren onder de Mis om de looze
baar ontstoken.
6e. Na de begraving is er een maand
lang het gebed verzocht voor derzelve ziel.
Zij was de dochter van Joh. Bapt. Verheyen en van zijn tweede vrouw
Wilhelmina Christina de Roy van Wichen.
VI. Als No. 2: F. X. V. 1851, aanduidend:
Jonker Franciscus Xaverius Verheyen, griffier der
gedeputeerde Staten
van Noordbrabant, rentmeester der grafelijke heerlijkheid
Bokhoven, overleden
te Loon op Zand 22 aug. 1851, begraven 26 aug. 1851.
Aan de kerk:
wegens begraafplaats, baar en ornamenten fl. 17.00
wegens 11 pond was 15.40
Aan de pastorie:
wegens het inhalen, begravenismis en het brengen naar het graf
12.00
Aan de koster
wegens het luiden, inhalen, het spelen van het orgel en het
brengen
naar het graf volgens opgaaf van den Koster 9.00
aan elke misdiender vijfentwintig centen te zamen fl. 1.00
fl. 54.40
Voldaan door Mvr dew. F. X. Verheyen.
Nota: het bovengemelde lijk werd om half drie uit Loon op Zand over
Drunen en Haarsteeg naar Bokhoven overgebracht en kwam alhier
aan omtrent
acht ure des smorgens vergezeld van drie rijtuigen: in het eerste was
het lijk en in de twee andere de familie; het lijk werd door
de Bokhovensche
dragers bij de Gemeint ontvangen en door mij bij het Hooghuis
opgewacht
en van daar naar de kerk gebragt alwaar het lijk verbleef
gedurende het
heilig sacrificie, waarna het lijk plegtig in de grafkelder op
het kerkhof is
begraven, waarna ik de familie in de pastorie heb onthaald
op eenige vervrissing.
De overledene was de zoon van Jan Bapt. Verheyen die in de kerk ligt
begraven en die tweemaal gehuwd was: uit zijn eerste
huwelijk had deze
p 3
vier kinderen; uit het tweede 9 kinderen. Zelf was hij gehuwd met Jonkvr.
Sophia de Roy van Zuidewijn die op No. 5 begraven ligt en van wie hij 11
kinderen kreeg.
Jhr. Mr. Franc. Xav. Verheyen werd 11 Febr. 1779 geboren op het kasteel
te Loon op Zand, alwaar hij 22 aug. 1851 overleed en werd
26 aug. begraven
in het familiegraf te Bokhoven.
Hij promoveerde in de rechten aan de Hogeschool te Leiden op 19 maart
1803. In October 1809 werd hij benoemd tot drossaard in het vrije
graafschap
Bokhoven. In April 1808 Kwartierdrost van het
tweede Kwartier in het
departement Brabant; 1809 jachtofficier en Kwartierdrost te
Breda, in welke
betrekking hij vooral met het oog op de moeilijke
omstandigheden waarin hij
verkeerde, zich in het bijzonder voor Breda zeer
verdienstelijk maakte.
Toen Napoleon in Breda een bezoek bracht, werd hij belast om de Keizer
te ontvangen. In 1810 werd hij lid der commissie voor de
zaken van Holland
te Parijs, welke hoogst gewichtige commissie hem drie
maanden aldaar
bezig hield. 1812 lid der commissie over de gevangenissen; 9
Dec. 1813
Commissaris van Z. K. IL den Prins Oranje over het arrondissement Breda.
16 April 1814 lid der commissie, belast om de
Prins van Oranje Nassau,
Souvereine vorst der Verenigde Nederlanden, te dienen van advies omtrent
de samenstelling der Staten van N. Brab.; Maart 1814
president van een
der Sectien van de verordening der grondwet. 29 Aug. 1814
griffier der
Staten van N. Brabant, een betrekking die hij met grote kennis van zaken
en voorbeeldeloze ijver tot aan zijn dood, 22 Aug. 1851,
dus gedurende 37
jaren, vervulde. In 1814 werd hij lid van de Vergadering der
aanzienlijken.
Eervol en onverschrokken was in het bijzonder zijn houding tijdens de
onlusten in België in 1830 en 1831, toen hij door zijn
beleid veel tot het
behoud der rust en orde bijdroeg. Herhaaldelijk werd hem het
gouverneursambt
van N. Brabant aangeboden, maar hij kon niet scheiden van de
betrekking
van griffier der Staten.
14 Sept. 1820 werd hij benoemd tot ridder in de orde van de Nederl. Leeuw.
Bij besluit van 13 Oct. 1820 werd hij en zijne
wettige toen bestaande en
toekomende kinderen, zowel mannelijke als vrouwelijke,
alsook alle volgenafstammelingen van zijn geslacht en naam door Koning Willem I
in de adelstand verheven.
Hij was bestuurder van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en
Wetenschappen in Noord Brabant, en evenals zijn vader proost van de
Illustre Lieve Vrouwe Broederschap en in Mei 1832
lid van de ridderschap
van Noord Brabant.
26 Nov. 1815 trad hij op huize Zuidewijn in de gemeente Vrijhoeve-Capelle
in het huwelijk met ene de Roy, evenals zijn overgrootvader, Franciscus en zijn
vader Joh. Bapt. gedaan hadden. Zijn
vrouw werd Sophia Maria Jacoba Josepha de Roy van Brinckhorst van Zuidewijn,
later vrouwe van Loon op Zand. Zie voor haar verder onder No. X.
p 4
Als No 3 op de grond: M.L.E.S.J.V. 1853: d.i.
Maria, Louisa, Elisabeth, Sophia, Joanna Verheijen, een jong kind van den
Hooggeboren Heer L. Verheijen, administreerende rentmeester van het graafschap
Bokhoven zijnde de 9 July 1853 te s Bosch overleden en te Bokhoven in
de familiekelder den 11 dier maand begravent
Pastoor van Roosmalen schrijft hierbij:
Dit lijkje is willekeurig, zonder klokkengelui, zonder eenige solemniteit
in de grafkelder geplaatst, doch dit mag in het vervolg niet meer geschieden:
ofschoon zulks op eene onbehoorlijke wijze geschied is,
hebbende de bovengemelde Heer betaald:
Aan de kerk f 9,50 of 8,00 bij consideratie
Aan de Pastoor: ik heb niets voor mij willen hebben
Aan de Koster 4,00
Aan de doodgraver 1,20
Aan de misdienaars, zijnde drie 0,45
p 17
VIII. No. 4 links, middelste rij, dichtgemetseld; opschrift: Wa.E.A.J.M.
Verheyen 1864, n.l. Jonkvr. Wilhelmina, Elisabeth, Arnoldina, Josephina, Maria
Verheyen, gestorven te 's-Hertogenbosch 18 April 1864.
Over haar schreef ik in „Met Gansen Trou" Febr. 1953, jrg. 3 No. 2 in
het artikel „Pensionaat te Engelen." (Zij was daar op pensionaat geweest.)
Jhr. Mr. Joh. Bapt. Verheyen schrijft in zijn dagboek: Den 18 April 1864 des middags te 12 ure overleed te
's-Hertogenbosch ten huize mijner goede moeder mijn teeder beminde zuster
Wilhelmina. Gedurende ongeveer acht dagen had zij met de grootste benauwdheden
te worstelen, zoo zelfs dat zij al dien tijd tot aan haar dood op hare knieën moest zitten met haar beide handen haar hoofd
ondersteunende. Zij is als een heilige afgestorven;
eenige oogenblikken voor haar overlijden verschooning vragende
aan
mama, Sophie, Louis, Frans, Arnold en mij voor hetgeen zij ons
ooit zou
kunnen misdaan hebben. Hetzelfde deed zij aan de dienstboden,
terwijl
zij in het bijzonder de groeten verzocht aan mijne goede
Emilie en kinderen.
Kort daarna was zij een lijk. Zij is den 22 April
in het familiegraf
te Bokhoven begraven.. De lijkkoets werd door drie
rijtuigen gevolgd. De
leden van de raad der gemeente waren tot aan het begin van het
dorp (van
de zijde van Engelen) den stoet te gemoet gekomen en hebben
het lijk in
de kerk gedragen en vandaar naar de laatste
rustplaats."
Zij was het elfde en laatste kind van Jhr. Mr. Franc. Xav. Verheyen en
Sophia Maria, Jacoba, Josepha de Roy van Brinkhorst van Zuidewijn en
werd te Loon op Zand geboren op het kasteel, 20 Juni 1836 en
stierf ongehuwd.
Haar bidprentje heeft als tekst:
Het is geschied zooals het den Heer beliefde: de naam des Heeren zij
gezegend. Job. I. 21.
Ik sterf, maar mijne liefde tot U allen sterft
niet. Ik zal U in den hemel beminnen, gelijk ik U op aarde bemind heb. (B.
Joan. Berchm.)
Zij was eenvoudig en oprecht, God vreezende en afwijkende van het kwaad. Job. I.
Zij opende hare hand voor den behoeftige en hare
armen reikte zij naar
den ongelukkige. Spr. XXXI. 20.
IX. De vijfde dichtgemetselde nis links van de bovenste serie heeft op het
steentje staan: S.M.J.V. uxor de Roy 1868, aanduidend: Jonkvr. Sophia Maria
Josepha Verheyen de Roy van Zuidewijn, echtgenoot van Franc. Xav. Verheyen: zij
stierf te Loon op Zand 21 Mei 1868. Zij was geboren te
Breda 23 Jan. 1791 als dochter van Mr. Adam Jan Frans de Roy, heer van de Brinckhorst
en Catharina Wilhelmina Josephina Maria Montens, vrouwe van Zuidewijn - Capelle
-
X. Als No. 6 ligt begraven Jhr. Mr. Franciscus Xaverius Josephus Verheyen,
raadsheer in 't gerechtshof te 's-Hertogenbosch, hij
werd begraven 11 Jan. 1904, en was de zoon van Jhr. Franc. Xav. Verheyen en
Jonkvr. Sophia de Roy de Zuidewijn. Hij was geboren in Den Bosch 1 Maart 1829 en stierf aldaar 8 Jan. 1904. Hij was
Kantonrechter te Bergen op
p 18
Zoom, daarna rechter te Breda, vicepresident van de rechtbank te 's Bosch
en vervolgens raadsheer van het gerechtshof en lid van de
Ridderschap van
Noord Brabant.
Op zijn kist liggen kransen met op de linten het opschrift: „Aan haren
Vice-President'
Jhr. • Mr. • F. X. Verheven. ' De Ridderschap van
Noord Brabant.*
De plechtigheid van de bijzetting had plaats om ongeveer half twaalf,
uitsluitend op het kerkhof. Voor zijn zielerust werden 3 H Missen besteld.
Voor honorarium en paramenten, zangers en misdienaars, item de 3
bovengenoemde
intenties vroeg en kreeg ik fl. 25,00. (Aldus Pastoor A.
Th. B. van Heyst in begrafenis register).
Hij huwde in Den Bosch op 14 Juni 1870 met
Constantia, Rufina, Maria, Everarda, Cecilia van Bommel, die naast hem begraven
ligt, en stierf kinderloos.
XI. ' De echtgenote van bovengenoemde was in Den Bosch geboren 16 Dec. 1842
en stierf 30 Mei 1889 te Groningen bij gelegenheid van
de Zilveren bruiloft van haar zwager Jhr. Arnold Verheyen en werd vandaar naar
het familiegraf te Bokhoven overgebracht en daar 3 Juni
begraven.
Zij was de dochter van Mr. Joh. Bapt. Wilhelmus Lucas van Bommel en van
Maria Constantia Louise de Marcour.
Nu als aanvulling nog enige wetenswaardigheden over hen die in verband
stonden met de grafelijke heerlijkheid Bokhoven.
Arnoldus Verheyen, geboren te Oirschot 6 Jan. 1704, koopman in lakenen,
rentmeester en Drossaard van Bokhoven, stierf te Loon op Zand op
het kasteel 16 Nov. 1759 en ligt daar in de kerk begraven.
Hij trouwde te
Bokhoven 19 Febr. 1730 met Godefrida Henrica Clercx, die als dochter van
Joannes Clercx en Anna Maria Roovers te Bokhoven werd geboren in 1704
en stierf op het kasteel te Loon op Zand op 16 Juni 1772 en
bij haar echtgenoot
werd begraven. Kaar vader was stadhouder van het vrije
graafschap Bokhoven.
Arnoldus was het vierde kind van Franciscus Verheyen, die gedoopt was
te Eindhoven, 24 Dec. 1665 en president was van de Raden en
Schepenstoel
van Oirschot en einde 1734 te Oirschot overleed. In Oirschot
trad hij 4 Nov. 1696 in het huwelijk met Anthonia de Roy, die aldaar 19 Jan. 1678 gedoopt werd en 25 Juli
1722 in Oirschot begraven werd. Zij was de dochter van Leonardus de Roy en
Ilelena van Doren.
Uit het huwelijk van Arnoldus met Godefrida Clercx kwamen zeven kinderen:
1) Johanna Maria, geb. Oirschot 30 Jan. 1731 en
ongehuwd gestorven op
het kasteel te Loon op Zand 4 Nov. 1811.
2) Johanna Baptista, geboren op het kasteel te Bokhoven 9 Juli 1733 en
aldaar overleden 8 Mei 1735.
p 19
3) Antonia Eleonora, geboren op 't kasteel te
Bokhoven 9 Juli 1733 en overleden te Tilburg 23 Febr. 1799; zij was' gehuwd met Albert Baesten, burgemeester van Tilburg.
4) Franciscus Xaverius, geb. op 't kasteel te
Bokhoven 25 Aug. 1738 en aldaar gestorven 7 Maart
1743.
5) Maria Josepha, geb. kasteel Bokhoven 24 Dec.
1740, gestorven kasteel te Loon op Zand 31 Oct.l801,zij trouwde in Loon op Zand
4 Mei 1762 met Dr. Josephus Nicolaas van Rijswijk.
6) Franciscus Xaverius, geb. kasteel Bokhoven 3
Aug. 1743, gestorven kasteel
Loon op Zand 11 Sept. 1760.
7) Johannes Baptist, geb.. op kasteel te Bokhoven
14 O et. 1746 en overleden in Den Bosch 22 Oct 1814, hij ligt begraven in
Bokhoven: zie zijn leven hierboven bij zijn grafaanduiding.
'Pastoor van Rosmalen memoreert het volgende uit het doopregister:
19 Oct. 1687 gedoopt Matthias, zoon van Johannes Mathijsse Verheijen en
Anna, echtgenoten: Peter en Meter Adrianus de Wit Maria Stooters.
9 Sept. 1689 Anna Maria: zelfde
ouders.
30 Aug. 1691 Emerentiana: " "
26 Maart 1693 Joannes: "
"
4 Aug. 1695 Ilenricus: " "
16 Dec. 1696 Joannes: " "
2 21 Juni 1703 Petrus: "
"
Tot dusver kan ik deze nergens in de stamboom der Fam. Verheijen geplaatst
krijgen.
BRONNEN
1) Familie archief van Mei. Elisa van Stratum,
Vught.,
2) Nederlands Adelboek 1953, 46e jrg. p. 33 sq,
3) Notions sur les families Catholiques nobles et patriciennes, reconnues
avant
la revolution contre l'Espagne dans le departement de
Brabant.
4) Biographie Maastrichtoise.
5) Le grand Theatre sacre de Brabant.
6) Dictionnaire genealogique et heraldique des families nobles de la Belgique
par
Mr. J.V. Goethals, Brussel 1851.
7) Gedenboek, inhuldiging enz. Z.M. Willem II 1840-1842door Dr. Wap Den
Bosch
IB42.
8) Alg. Handelsblad 24 Jan. 1849.
9) Naamlijst en wapenkaart der leden van de regering van 's Bosch enz. door
R. van Zuylen.
10) Het 'Memorial General' door J.B. Rietstap.
11) Journael de Departement des Bouches de Rhin 30 Oct. 1810.
12) Biograph. woordenboek van Kobus en de
Rivecourt.
13) Geneologische Kwartieren van Nederl. geslachten
door Jhr. W.R.v.d.Dussen en
M.P. Smissaert
14) Kerkelijk archief Bokhoven.
Zeer Interessant zou het zijn om de gehele familie Verheijen te
beschrijven:
20
aangezien dit buiten het doel van 'Met Gansen Trou' zou
zijn, zullen we de rest ter zijner tijd elders trachten te publiceren.
R E N T M E E S T E R V E R H E Y E N B O K H O V E N
door P Breugelmans, Pastoor
Bokhoven in MGT 1955
,Met Gansen Trou" Jan. 1955 hebben we al gechreven over
Jhr. Franciscus Xaverius Verheyen. zie blz. 3vv). In
October 1809 was hij benoemd tot drossaard van het vrije graafschap Bokhoven en
in 1815 trad hij in het huwelijk, op 27 November, Mej.
Elisa van Stratum te Vught verblijdde me met het portret en een photo van
de huwelijksoorkonde.
De tekst van de oorkonde is:
In het frontispice staat: Het huwelijk van Den Weledelen Gestrengen Heere,
Mr Francois Xavier Verheyen en Jonkvrouwe Sophia Maria Jacoba Jozepha De Roij,
van Zuidewijn Capelle. Den 27 van Slagtmaand 1815. In een medaillon, hangend
onder een ander medaillon, waarin een kloek met kuikens geschilderd staat, is
te lezen:
,,De klokhen mint haar kiekens, zeer
Dogh ik mijn liefste nog veel
meer."
Een ander medaillon, hangend onder een, waarin een paar boeren met een
hond staat afgebeeld, vertelt deze wijsheid:
,,Hoe trouw den hond is voor de bouwer
Ik ben een vriend nog veel
getrouwer."
p 145
Links een vel papier, waarnaast een ooievaar en waaronder een liggende
vrouw, heeft als tekst:
„Staamboom van de Roy Verheyen
veel vruchten die zich
onderscheijen
Door kloek- en wijsheid, deugd en
zeen
Tot nut van 't
Rijk en Algemeen!"
In het midden zegent een priester het huwelijk van bruidegom en bruid.
Rechts een vel papier, waaronder twee tortelduifjes, geeft te lezen:
„Dat de herage dier beminde loten
uit een regt braaf geslacht gesproten
voorspoedig en gezegend zij:
Dat alles naar heur
welgelukke,
De wijsheid beider schedels
drukke
Wenscht blij de Godsvrucht nevens
mij."
En te midden van veel bloemen staat geschreven:
„Dat voor Uw voeten zij gespreit,
De bloemen der
tevredenheid." p 146
De Familie Verheyen
MGT 1958, pag. 72
In „Met Gansen Trou" 5e jrg. 1955 blz. 20 plaatste ik een memorie van
Pastoor van Roosmalen nl.:
19 Oct. 1687 gedoopt Matthias, zoon van Johannes
Mathijsse Verheyen en Anna, echtgenoten: Peter en Meter Adrianus de Wit en
Maria Stooters;
en verder Anna Maria, geb. 9 Sept. 1689 - Emerentiana 30 Aug. 1691;
Joannes 26 Maart 1693, Henricus 4 Aug. 1695;
Joannes 16 Dec. 1696 en
Petrus 21 Juni 1703. Ik wist deze niet in de
stamboom der fam. Verheyen
te plaatsen.
Dezer dagen zond de heer A. van Bokhoven uit Schijndel mij enkele
gegevens waardoor Anna, de vrouw van Johannes Mathijsse
Verheyen
mij bekend werd als Anneke Peterse van Eyck.
De heer A. van Bokhoven schreef me dat hij gevonden had een memorie
over een „prijsatie enz. gedaan ten verzoeke Johan Mathijsse
Verheyen
enz. mederakende zijne 2 onmondige kinderen bij Anneke
Peterse van
Eyck, zijn overleden vrouw verwect, staende ten huize van
Johan Peterse
van Eyck, alhier in Bochoven, Swager van de voorschreven
Verheyen
20 October 1702, toen R. van Breugel secretaris en Drost van Bokhoven
was". — Nog een bericht waardoor zijn tweede vrouw mij
bekend wordt:
„op heden 21 April 1704 sop hebben de voogden
zaliger Johan Mathijsen
Verheyen en Anneke van Eyck sijn gewesen vrouw enz. een naderen inventaris
welke bij Helena Frans Jonckers de 2de vrouw van de voornoemde
Johan Verheyen zal sijn beseten tot May 1704. Wouter Rem als voogt
van de minderj. zoon van Jan Verheye en Anneke Peeters van
Eyck; sijn
gewesen huysvrouw over verkoop van land te Bokhoven in Maart
1712.
Arnoldus Verheyen was in 1736 schepen in Bokhoven en secretaris in
Bouchoven op l Febr. 1751.
Nog een vondst; Marya Cornelissen Verheyen, overleden te Bokhoven
op 10 Augustus 1703 en ten behoeve van haer kinderen,
verwect bij Jan
van Eyck, ten versoucke van Gabriel van Gammeren, voogd en
aangetrouwde
oom van de onmondige kinderen enz. op aangeven van Jan van
Eyck, vader en voogd van de voorschr. kinderen.
p
72