La Licorne

EUROPE

Enkele kanttekeningen bij de ontwerp Europese Grondwet.

 

De stilte die voorafging aan de storm over de Europese Grondwet maakte mij nieuwsgierig, en in zo'n geval biedt Internet uitkomst. Http://www.grondweteuropa.nl/ is gauw gevonden en bergt behalve de tekst van de grondwet, veel info eromheen.

Na het nodige geblader sprongen er voor mij een drietal vragen uit, namelijk:

 

Welke omvang krijgt de Unie? Wat heeft Nederland nog te vertellen? Wat, als de Grondwet wordt weggestemd?

 

Welke omvang krijgt de Unie?

Volgens Art I -1 van de ontwerp grondwet

staat de Unie open voor alle Europese staten

die haar waarden eerbiedigen

en zich ertoe verbinden deze gezamenlijk uit te dragen. Helaas staat er niet bij welke die 'Europese staten' zijn?

 

Een soort antwoord vond ik wel op de site van de eu,

waar staat dat –vrij vertaald-:

'de geografische grenzen van de Unie niet zijn bepaald'.

 

Vanuit de historische ontwikkeling van de Unie deugt deze open deur niet. Ik zie mezelf nog staan -zo’n halve eeuw geleden- ergens achterin café De Momus op het Vrijthof in Maastricht. Een debat over Europa trok toen nog volle zalen. Ook toen waren er kritische kanttekeningen, maar over het algemeen zag de bevolking de beginnende gemeenschappen van 'de zes' zeker zitten. De stemming zakte bij de uitbreiding naar 'de vijftien', maar werd geaccepteerd. En passant bedankten Noorwegen en Zwitserland voor de eer. Gemor ontstond bij de recente uitbreiding met tien nieuwe lidstaten. De import van armoede en goedkope arbeidskrachten tijdens een economische recessie bij 'de vijftien' viel slecht. De toetreding van Roemenië en Bulgarije lijkt ook al zo’n beklonken zaak waar geen burger om heeft of is gevraagd.

 

Dat  de stemming onder de bevolking van de oude lidstaten tov Europa zo terughoudend is, komt door de houding van het gros van de politici zelf tegenover de voortsukkelende EU die hen, en ons argeloze burgers, steeds weer voor voldongen feiten stelt. De recente besluitvorming over Turkije laat zien hoe zoiets gaat. In verre verleden aan ons opgedrongen door de Verenigde Staten om het schild tegen het Communisme te versterken, was er eind 2004 alle aanleiding om van gedachten te veranderen met een beroep op de gewijzigde omstandigheden op het wereldtoneel. Turkije hoort immers niet bij Europa, noch cultureel, noch geografisch.

 

Toen desondanks aan dat land een datum voor het begin van onderhandelingen werd toegezegd zonk het vertrouwen van de bevolking in het vermogen van de politiek om in te spelen op veranderingen tot een dieptepunt. Het zou mij niet verwonderen als dat het historisch keerpunt is geweest. Blijkbaar ging er bij de Europese elite toen ook een lichtje branden, want diezelfde Eurolite trachtte vervolgens het besluit te relativeren, met als absoluut dieptepunt de toezegging aan de Fransen van een referendum. Over 10 tot 15 jaar wel te verstaan! Als de kwestie niet zo serieus was geweest was het ook hilarisch hoe vervolgens de Cyprus-kaart uit de mouw werd getoverd. Geen wonder dat de bevolking kritisch gestemd is geraakt, en dat laat merken ook in protesten, tegen de Euro, het Stabiliteitspact, de Dienstenrichtlijn, de Grondwet, en verdere verdieping en uitbreiding van de Unie.

 

Wat betreft dat laatste krijgen eerst de nog niet aanzittende staten van voormalig Joegoslavië het zwaar. Bij mijn weten liggen in Europa verder nog Wit Rusland, Oekraïne, Georgië, de Russische Federatie, Moldavië, Armenië en Azerbeidzjan. Aangezien 'de geografische grenzen van de Unie niet zijn bepaald', zijn er rond de Middellandse Zee en verderop in Afrika en Azië nog wijdere horizonten.

 

Mij dunkt dat de burger mag weten waar de Europesche Unie ophoudt. Ergens las ik een verklaring dat Australië niet kan toetreden. Wat een geruststelling! 

 

Wat heeft Nederland straks nog te vertellen over wetgeving en begroting?

 

Hoe kan ons land -met een bevolking van 3,5% op het totaal- zich in het grote geheel handhaven. De Artikelen I-20 t/m I-25 van de ontwerp grondwet geven wetenswaardige informatie over de competenties voor wetgeving en begroting.

 

Het Europees Parlement oefent samen met de Raad van Ministers de wetgevings- en begrotingstaak uit. Het heeft ook controlerende en adviserende taken, en kiest de voorzitter van de Commissie. In het Europees Parlement is de burgerij van de lidstaten degressief evenredig vertegenwoordigd, met een minimum van zes en een maximum van zesennegentig zetels per lidstaat. Met deze regel geven de grote landen wat zetels af ten faveure van de kleintjes. Ons land zit daar tussenin en komt er met 3,9% van de zetels (27 op een totaal van 732) niet slecht van af. Bij verdere uitbreiding van de Unie zullen de verhoudingen vanzelfsprekend verschuiven.

 

De Raad van Ministers oefent samen met het Europees Parlement de wetgevingstaak en de begrotingstaak uit. Deze raad heeft verder bepaalde beleidsbepalende en coördinerende taken. Hij bestaat uit een vertegenwoordiger van iedere lidstaat op ministerieel niveau. Naar gelang het beleidsterrein dat aan de orde is wisselt de Raad van samenstelling. Tenzij anders bepaald, besluit de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

 

Die gekwalificeerde meerderheid wordt gevormd door ten minste 55% van de leden van de Raad die ten minste vijftien in aantal zijn en lidstaten vertegenwoordigen waarvan de bevolking ten minste 65% uitmaakt van de bevolking van de Unie.

 

Uiteraard overstemt zo'n gekwalificeerde meerderheid de niet-kwalificerende minderheid, die bestaat uit maximaal 45% van de leden van de Raad met een gezamenlijke bevolking van ten hoogste 35% op het totaal van de Unie. Om de consequenties daarvan te doorzien ga ik uit van de bevolkingscijfers die voor 2005 gelden.

 

l a n d

b e v o l k i n g

 

 

a a n t a l

%

 

 

 

Malta

399.900

0,1

Luxemburg

451.600

0,1

Cyprus

730.400

0,2

Estland

1.350.600

0,3

Slovenië

1.996.400

0,4

Letland

2.319.200

0,5

Litouwen

3.445.900

0,8

Ierland

4.027.500

0.9

Finland

5.219.700

1,1

Slowakije

5.380.100

1,2

Denemarken

5.397.600

1,2

Oostenrijk

8.114.000

1,8

Zweden

8.975.700

2,0

l a n d

b e v o l k i n g

 

a a n t a l

%

 

 

 

Hongarije

10.116.700

2,2

Tsjechië

10.211.500

2,2

België

10.396.400

2,3

Portugal

10.474.700

2,3

Griekenland

11.041.100

2,4

Nederland

16.258.000

3,5

Polen

38.190.600

8,3

Spanje

42.345.300

9,2

Italië

57.888.200

12,6

Gr Brittannië

59.651.500

13,0

Frankrijk

61.684.700

13,5

Duitsland

82.531.700

18,0

 

 

 

Europese Unie

458.599.000

100,0

 bron: 'NL L 319/16 Publicatieblad van de EU 20.10.2004

 

Uit dit staatje blijkt dat de EU van de 25 bestaat uit 6 grote landen, 18 kleine, en één ..., ja een wat? Een groot klein land? Nee, toch liever: een klein groot land. Het is interessant om door te rekenen in welke samenwerkingsverbanden Nederland het onderspit delft tegenover een gekwalificeerde meerderheid, zoals voorzien in het ontwerp voor de grondwet. Er zijn tal van formaties denkbaar, waarvan hier een tweetal wordt uitgewerkt op basis van de criteria 'netto betaling' en 'geografische ligging'

 

-     Netto betaling. Zoals bekend behoort Nederland samen met Zweden, Duitsland, België, Groot Brittannië en Frankrijk tot de grote netto betalers aan de EU [http://www.grondweteuropa.nl/9326000/1f/j4nvgjok6iwsea9_j9vvgjnazrhmix9/vgtka3tzdbwr?nctx=vgaxlcr1jzjo]. De overige 19 landen betalen -netto- marginale bedragen, of zijn -netto- kleine of grote ontvangers. Uit het cijferwerk blijkt dat een alliantie van de grote netto betalers zonder Duitsland het in de Raad van Ministers aflegt tegenover de rest. Ik vind het bedenkelijk dat een verbond van Duitsland met de 19 financieel vrijblijvenden op tal van terreinen de lakens kan uitdelen.

-     Geografische ligging. Historisch en geografisch heeft Nederland bijzondere banden met België, Groot Brittannië, Ierland,  Denemarken, Zweden, Finland, Estland, Letland, Litouwen en Polen. Zo'n noordelijke alliantie heeft in de Raad van Ministers onvoldoende gewicht om een besluit tegen te houden van de gekwalificeerde meerderheid die kan worden bijeengelegd door de overige leden. Het stelt niet gerust dat ook in deze samenstelling de belangen van Nederland opzij kunnen worden gezet.

 

Ik moet er niet aan denken dat de Nederlandse belangen in de Raad van Ministers nu eens zús en dan weer zó in het nauw komen. Een blik op het rijtje landen is voldoende om te beseffen hoe verschillend ze zijn. Dat houdt in dat de belangen fors uiteen kunnen lopen. In geval van een meningsverschil is er ‘per definitie’ geen eenheid, dus geen unie, en moet er geen integraal EU besluit vallen. Soevereiniteit laat zich immers niet overstemmen. In geval van een impasse kan er beter verder worden onderhandeld om tot een compromis te komen, of tot een verdrag tussen een kleiner aantal staten dat het wel eens is geworden met elkaar.

 

Wat moet er gebeuren nu de Grondwet is weggestemd?

 

De Eurolite was en is erop uit om ons te doen geloven dat de ontwerp grondwet eigenlijk bijna nergens over gaat: niet over de Euro, niet over de toetreding van Turkije, ja over wat eigenlijk wèl. Gemakshalve wordt er overheen gestapt dat het zowiezo de eerste keer is dat de mensen iets over Europa mochten zeggen. Nou van die kans hebben ze inmiddels gebruik gemaakt om hun algemene stemming over Europa tot uitdrukking te brengen. Dat recht is hun gegeven!

 

Nu er een 'Non en Nee ligt is deze grondwet van de baan.

Uit tactische overwegingen haalt een deel van de Eurolite de schouders op, terwijl anderen het doen voorkomen of hemel en aarde vergaan. Het zou van meer moed, realiteitszin en creativiteit getuigen als ze zich zou beraden en uitspreken over de kansen die hierdoor ontstaan. Dat dit zou leiden tot ernstige vertraging is niet geloofwaardig, als men bedenkt dat voor de totstandkoming van deze grondwet 6 jaar was uitgetrokken.

 

Het verzet tegen de grondwet is ingegeven om uiteenlopende redenen, maar over het algemeen niet vanuit een algehele afkeer van Europese samenwerking. De mensen zien heus wel de voordelen daarvan voor de vrede, veiligheid, welvaart en noem het maar op. Het wegstemmen van de grondwet is een geschenk van het volk aan zichzelf en de politiek, dat nu de bijna verspeelde kans krijgt de EU om te vormen tot een verband waarin soevereine staten samenwerken op terreinen die zij wensen, en waarvoor zij kunnen rekenen op brede steun van de bevolking. Zo kan de EU een vorm krijgen die wordt gezien als een vanzelfsprekend goed, en niet als een bedreiging.

 

©        

Key

Back to Master Page