La
Licorne
THE
PAPACY
|
|
Paus Benedictus XVI verdiende
bij zijn aantreden het voordeel van de twijfel, al kwalificeerde hij als
aartsconservatief en miste hij kwaliteiten van zijn voorgangers. Langzaam
maar zeker heeft hij voldoende bewezen de kerk een grote dienst te kunnen
bewijzen door af te treden |
|
Johannes Paulus II had ongetwijfeld een
sterkere uitstraling al was het maar door de manier waarop hij met zijn
guitige ogen de jouwe zochten. |
|
|
|
Die innemendheid belette hem niet, evenmin als
voorganger Paulus VI, om te
kiezen voor de harde lijn tov kerkgenoten die niet in alles blindelings
volgen. |
|
Alle pausen vanaf Johannes XXIII hebben
binnen een tijdvak van 42 jaar talrijke integere gelovigen -zowel religieusen als leken- vervreemd
van het kerkelijk instituut, met name in Europa. |
|
1958 tot 1963 |
Hun kritische houding tov eigen kerkvolk contrasteert met hun diplomatieke
insteek tov andere geloven. Terwijl de luiken van het katholieke bolwerk naar buiten
op een kier gingen werden de binnendeuren stevig op slot gedraaid.
De voortslepende crisis in de kerk biedt luidruchtige buitenstaanders de
kans hun opvattingen over drugs, condooms, homohuwelijk, abortus en euthanasie
te propageren. Alsof het daarom gaat! Het voorlopige dieptepunt kwam in
februari/maart 2010 toen ook nog bleek hoe verantwoordelijke bestuurders tot op
het hoogste niveau hebben gefaald ‑en krampachtig blijven reageren‑
op berichten over pedofilie door religieuzen. Ondertussen wordt over het hoofd
gezien waar het om gaat en dat is de betekenis van de kerk voor de mensheid,
met inbegrip van de volgzamen en minder volgzamen. Om aan die betekenis te
winnen is het nodig dat wordt ingezet op een drietal punten.
In de eerste plaats omarming van al degenen die zich verwant voelen met het
katholicisme, en dito respect voor verlichte geloofsopvattingen met de nodige
ruimte voor diversiteit. De kerk dient voluit open te staan voor alle gelovigen
van goede wil die een onderdak zoeken bij de rooms katholieke gemeenschap.
Begrip brengt mensen dichter bij het paradijs dan polarisatie, en bovendien is
de wereld te pluriform om alles onder één noemer te vangen. Dit impliceert niet
dat de gehele geloofsleer met zijn schat aan bronnen, tradities en wijsheden
overboord moet worden gezet. Wel is het nodig om in bescheidenheid te oordelen
en niet meteen veroordelend, en om te erkennen dat over bepaalde zaken nu
eenmaal anders kan worden gedacht. Wat belet de kerk in ’s hemelsnaam om alle
gelovigen ruimte te geven? Een vernieuwd, hartelijk welkom zal niet alleen
velen doen terugkeren, maar kan ook een effectief middel blijken om hen te
(re-)activeren.
Dit eerste punt levert de basis voor de uitvoering van het tweede punt, dat
is de -broodnodige- ontwikkeling van de organisatie. Orthodoxe fanatici horen
niet thuis in het bestuur omdat zij de aansluiting met de geloofsgemeenschap
missen, en bovendien niet in staat zijn de leer aan te passen. Het bestuur moet
daarentegen in handen komen van wijze mannen en vrouwen van het type Bisschop
Bekkers. In dit verband moet ook het verplichte celibaat voor kerkelijke ambten
aan de orde worden gesteld. Let wel: het celibaat op zich is een
prijzenswaardige staat die vrijwilligers in positieve zin kan bijstaan bij
verdieping en inzet. Over de celibataire verplichting
daarentegen moet -zowel op theoretische als praktische gronden- worden gezegd
dat dit een risicovolle selectie tot gevolg heeft. Met alle respect voor de
historie die erheen heeft geleid kan ik voor het huidige tijdsbestel niet
anders dan concluderen dat de verplichting
-in objectieve zin- als fout moet
worden beoordeeld, en dat er alle reden is om deze regel af te schaffen. Dat
kan de weg vrij maken om eenieder -man of vrouw, alleenstaand of gehuwd-
toegang te geven tot de kerkelijke ambten, inclusief het priesterschap. Zo’n
aanpassing kan de nieuwe legioenen van
zorgzame engelen leveren die mijn kerk hard nodig heeft.
In de derde plaats meewerking aan het oplossen van problemen van
wereldformaat als daar zijn: armoede, milieubederf, corruptie, machtsmisbruik,
mishandeling, oorlog, Met nadere
woorden: werken aan beschaving. Dat zijn de seculiere taken waar alle krachten
-inclusief die van een revitaliseerde RK Kerk- de komende decennia hard voor
nodig zijn om nog iets van deze wereld te maken.
Laten
de verantwoordelijken zich realiseren dat zij zich eens zullen moeten
verantwoorden voor hun nalatigheden hier op aarde
Het is september 2010. De smerigheid van
talrijke religieuzen ligt op straat en het inzicht over de schade die zij
hebben aangericht groeit met de dag. Broeders, priesters en ook bisschoppen
blijken hun lusten op grote schaal te hebben opgedrongen aan kinderen en
volwassenen, tal van slachtoffers genadeloos aan hun lot overlatend.
Dit soort zaken komen in de hele
maatschappij voor. Ja, en daar probeert de maatschappij dan ook op te reageren,
zoals zij verwachtte dat de kerk zou doen. Maar nee! Het kerkelijk instituut heeft
op alle niveaus en systematisch de kwesties die haar ter ore kwamen in de
doofpot proberen te stoppen.
Daar zit het grote probleem, een probleem
van een omvang en diepgang, die niet door de kerk in zijn huidige vorm kan
worden opgelost. Dat blijkt uit de goedbedoeld lijkende reacties van paus en
bisschoppen, die de afgelopen tijd niet verder kwamen in erkenning dan publicitair
nodig was.
Zo is bijvoorbeeld in België kardinaal Danneels
gruwelijk van zijn voetstuk gevallen, terwijl de bisschop van Antwerpen in de
uitzending dd 19 september van Brandpunt over de vraag 'hoe het nu verder moet'
in vertwijfeling bleef steken, om over het geprevel dezer dagen van de paus
maar te zwijgen.
Nu het kerkelijk gezag het blijkbaar niet
meer weet en het laat afweten, is er alle reden om van onderop aan te geven wat
er moet gebeuren.
De geestelijke verstarring kan worden
overwonnen door een culturele revolutie die de kerk op het spoor zet zoals
hiervoor aangegeven. Ik doe een oproep aan gelovigen en sympathisanten om
broeders, zusters en priesters aan te sporen hun oversten en bisschoppen een
schreeuw naar Rome te laten afgeven met als eis de kerkelijke organisatie, het
kerkelijk recht en de kerkelijke leer aan te passen.