Velden, G. van der, Het verblijf van een aartsbisschop van Lyon in
Bokhoven, in Met Gansen Trou 1970, blz. 24-27.
Op 2 mei
1788 stierf de toenmalige aartsbisschop van Lyon, Mgr. de Montazet. Krachtens een
privilege dat aan zijn titel vastzat, nam de bisschop van Autun de
administratie van het bisdom Lyon tijdens de sedis vacatie over. Deze bisschop
van Autun heette Yves-Alexandre de Marbeuf. Op 15 september 1788 werd hij
bevorderd tot aartsbisschop van Lyon en mocht daardoor de oudste en een van de
belangrijkste bisschopszetels van Frankrijk bezetten. In Autun werd hij
opgevolgd, geheel tegen de verlangens van Yves-Alexandre de Marbeuf, door
Talleyrand, abt van Perigord, die tijdens de Franse revolutie de Kerk verliet
en verder, zoals genoegzaam bekend, in de politiek een voor de Kerk in
Frankrijk minder fraaie rol ging spelen.
Yves-Alexandre
de Marbeuf was 17 mei 1734 te Rennes uit adellijke en zeer godsdienstige ouders
geboren. Toen hij nog maar zes maanden oud was, verloor hij zijn moeder,
Marie-Anne de Kerousi. Zijn vader trok zich terug in de abdij Saint-Germer,
waar hij 9 oktober 1761 stierf.
Na zijn
jeugd op een kostschool te Rennes te hebben doorgebracht, werd de jonge Yves-
Alexandre op twaalfjarige leeftijd door zijn vader gezonden naar het college
van Plessis, de kweekschool van de bisschoppen van Frankrijk.
De lagere
wijdingen ontving hij op 20 december 1754 uit de handen van de aartsbisschop
van Parijs. Een half jaar later werd hij subdiaken gewijd in de kathedraal van
Meaux. Op 26 maart 1756 werd hij diaken gewijd door de bisschop van Beauvais,
kardinaal Potier de Gesvres. Deze nam
hem mee naar Rome naar het conclaaf waarin paus Clemens XIII werd gekozen. Door
de bisschop van Senlis werd hem op 4 april 1759 de priesterwijding toegediend.
Op 22
juli 1759 kreeg hij reeds een belangrijke benoeming. Hij werd aangesteld tot
vicarius generalis van Rouen. De koning, Lodewijk XV, begiftigde hem met de
nodige beneficies waardoor hij een flink inkomen genoot.
De
promoties blijven nu elkaar opvolgen. Op 19 april 1767, hij was toen nog maar
goed 32 jaar oud, werd hij bisschop van Autun. De bisschopswijding had plaats
in de kathedraal van Lyon en geschiedde door de aartsbisschop die hij later zou
opvolgen.
De nieuwe
koning van Frankrijk, Lodewijk XVI, benoemde hem in de maand juli 1777 tot
"ministre de la feuille". Dit hield in, dat hij de portefeuille van
de beneficies had te verzorgen. In deze functie heeft hij medewerking verleend
aan de benoeming van 47 bisschoppen.
Yves-Alexandre
de Marbeuf aanvaardde zijn taak als aartsbisschop van Lyon in een zeer
moeilijke tijd. Men stond aan de vooravond van de Franse Revolutie, die voor de
katholieke Kerk van Frankrijk zulke ernstige gevolgen heeft gehad.
Voor het
dagelijks bestuur van het aartsbisdom Lyon benoemde de nieuwe aartsbisschop
zeven vicarii generales. Onder dezen bevond zich een zekere Jean-Baptiste
Verdollin, geboortig uit Annot (Basses-Alpes). Zijn benoeming had plaats 18
oktober 1788. Deze Verdollin zou de aartsbisschop op zijn gedwongen zwerftocht
door Europa volgen en hem bij al zijn drukke werkzaamheden en zijn vele zorgen
(ook de financiële zorgen voor zijn familie) bijstaan.
De
troebele tijden verhinderden de aartsbisschop naar zijn diocees Lyon te gaan,
om ter plaatse zijn kerkprovincie te besturen. Dit werd hem ook ten strengste
ontraden. Hij trok zich terug te Marolles, niet ver van Parijs. Hier verbleef
hij in het kasteel dat toebehoorde aan de prins de Montmorency-Robecq. De
familie de Marbeuf was geparenteerd aan deze familie. De aartsbisschop
probeerde naar best vermogen vanuit Marolles zijn bisdom Lyon te besturen.
Zoals
bekend heette ook de echtgenote van de eerste graaf van Bokhoven de
Montmorency. Zij was de oudste dochter van Jean de Montmorency, prins van
Robecq. Na het uitsterven van het grafelijk geslacht van Immerselle te Bokhoven
bij de dood van graaf Karel van Immerselle op 11 juli 1741, volgde er een lang
geschil over de erfopvolging. Pas op 8 februari 1753 kwam aan het geschil een
einde en ging het graafschap Bokhoven over naar Anne Lodewijk Alexander de
Montmorency.
|
|
Nog geen twee jaar na zijn benoeming tot aartsbisschop van Lyon, op 12
juli 1790, kreeg Yves-Alexandre de Marbeuf te maken met de op die dag door de
Constituante aangenomen "Constitution civile du clergé", die alle
geestelijken van Frankrijk voor een zware gewetensbeslissing stelde. Omdat de
aartsbisschop van Lyon met het merendeel van de bisschoppen van Frankrijk de
eed op deze Constitutie niet wilde afleggen, was hij uit lijfsbehoud genoopt
het land te verlaten en elders een veilig onderkomen te zoeken. Met zijn familie en verder gevolg trok hij eerst naar België, waar hij
onderdak vond in een ander kasteel van de prins en prinses de Montmorency-Robecq,
gelegen in Resves in Brabant. Daar bereikte hem de vriendelijke uitnodiging
van de aartsbisschop van Ferrara in Noord-Italië, kardinaal Mattei, om
verblijf te komen nemen in zijn paleis. Maar de aartsbisschop van Lyon wees
deze uitnodiging van de hand, omdat hij meende zijn vrienden, de familie de
Montmorency-Robecq, en zijn eigen familie zo maar niet plotseling in de steek
te kunnen laten. Yves-Alexandre de Marbeuf, Ministre de la feuille des Bénéfices
Archévêque de Lyon |
Het
verblijf in Resves was van korte duur. Men vertrok van hier naar Bokhoven in
het jaar 1792, waar, zoals we zagen, Anne Lodewijk Alexander de Montmorency als
graaf van Bokhoven een kasteel bezat. Nu was dit kasteel in 1672 grotendeels
door de Franse troepen verwoest. Maar de voorburcht was behouden gebleven en
voor bewoning geschikt gemaakt en bood voldoende ruimte om de Franse
vluchtelingen te herbergen.
Omdat de
vlucht uit Frankrijk en België geheel onvoorbereid had moeten plaatsvinden, en
de aartsbisschop slechts een koets met een beetje linnengoed, een twintigtal
boeken en enkele zeldzame kostbaarheden had kunnen meenemen, verkeerde de
aartsbisschop spoedig in zeer grote financiële moeilijkheden. Hij ging op zoek
naar een geldschieter. De graaf van Bokhoven vond zijn rentmeester, Joannes
Baptista Verheyen, drossaard van Bokhoven, bereid het nodige geld te lenen. De
aartsbisschop stond erop, dat zodra men tot aflossing van het opgenomen geld
zou overgaan, deze J. B. Verheyen het eerst aan de beurt zou komen, wat later
ook is geschied.
Tot het
gezelschap, dat met de aartsbisschop naar Bokhoven is uitgeweken, behoorde o.a.
ook zijn vicaris-generaal Jean-Baptiste Verdollin. Uit de doopregisters van de
parochie van Bokhoven blijkt dat bovendien de pastoor van Marolles was
meegekomen. Viermaal komt zijn naam voor in de registers van het jaar 1793. Hij
maakte zich verdienstelijk in de parochiekerk van Bokhoven door als peter op te
treden bij doopsels. Zo kennen wij zijn naam, Nicolaas Ludovicus Perinet. Op 24
januari 1793 trad hij ook eenmaal op als getuige bij een huwelijk.
De
vicaris-generaal Jean-Baptiste Verdollin zat ook niet stil tijdens zijn
gedwongen verblijf in Bokhoven. In het huwelijksregister van de parochie staat
op 8 januari 1794 opgetekend, dat het huwelijk tussen Joannes Claudius Pagez en
Maria Catharine Josephina Margara gesloten werd voor "Joannes Baptista
Verdollin, vicarius illustri.mi Lugdunensium archiepiscopi".
Hij heeft
zich ook gemengd in een kwestie rondom Petrus Beckers, norbertijn van de Abdij
van Berne. Deze ijverige priester was sinds 1783 kapelaan te Berlicum. In 1793
werd hij pastoor te Hedikhuizen en in 1805 is hij tot abt van de abdij van
Berne gekozen. Als kapelaan te Berlicum zocht hij naar mogelijkheden om eerst
in Berlicum en later in Bokhoven een soort congregatie te stichten van
vrouwelijke religieuzen met de drie geloften. De toenmalige apostolische
vicaris voor het noordelijk deel van het bisdom Den Bosch, Van Alphen, voelde
niets voor zo'n stichting. Hij achtte de tijd daarvoor nog niet gekomen. J.-B.
Verdollin trad als verdediger op van Petrus Beckers en wist ook de bisschop van
het zuidelijk deel van het bisdom Den Bosch, Mgr. C. F. Nelis, bisschop van
Antwerpen, voor het werk van de Berlicumse kapelaan te winnen. Wat ervan terecht
is gekomen, is niet helemaal duidelijk. Wel is er een brief bewaard gebleven,
die Verdollin vanuit Bokhoven op 25 augustus 1793 heeft gezonden aan Mgr.
Nelis, en waarin hij schrijft over het plan een kostschool te openen voor
meisjes, die er degelijk onderwijs en een godsdienstige opvoeding zouden kunnen
ontvangen. Hij deelt erin mede, dat Mgr. de nuntius van Brussel achter het plan
staat, en vraagt nu de steun van de bisschop van Antwerpen voor een
inschrijving, om de onderneming te kunnen financieren. De prospectus van dit
meisjespensionaat, die bij de brief was ingesloten, is helaas verloren geraakt,
en het is daarom moeilijk te bewijzen, dat de twee pogingen: de onderneming van
kapelaan Beckers om een congregatie van zusters te stichten en het plan om een
kostschool te openen, iets met elkaar te maken hebben gehad. De bezetting van
Bokhoven door de Franse troepen in 1794, die de bewoners van de voorburcht van
het kasteel van Bokhoven hebben verdreven, heeft ook aan de uitvoering van
beide ondernemingen een einde gemaakt.
In het
parochiearchief van Bokhoven (no. 83) is nog een ander dokument bewaard
gebleven van de hand van J.-B. Verdollin. Daaruit blijkt dat hij in het begin
van het jaar 1794 een serie geestelijke gunsten (volle aflaten en de faculteit
om kruisjes, medaljes en rozenkransen te wijden en daaraan volle aflaten, in
het stervensuur te verdienen, te verbinden) van de toenmalige paus heeft
ontvangen voor zichzelf en voor vier vrienden naar eigen keus. Onder deze vier
vrienden behoorde ook de pastoor van Bokhoven, W. J. de Bruyn, die tevens deken
van het dekenaat Heusden was. Op 1 maart van het jaar 1794 maakte J.-B.
Verdollin hem schriftelijk deelgenoot van de hem geschonken geestelijke
gunsten.
Ten
slotte heeft ook de aartsbisschop van Lyon zelf tijdens zijn verblijf in
Bokhoven zich verdienstelijk willen maken voor de parochie en voor de
katholieken van de omgevende dorpen. Met toestemming van de vicarius
apostolicus van 's-Hertogenbosch heeft hij in de kerk van Bokhoven aan 10.807
personen uit 18 verschillende dorpen het H. Vormsel toegediend.
Voor de
naderende troepen uit Frankrijk is Yves-Alexandre de Marbeuf met zijn gevolg
steeds verder van zijn vaderland weg moeten vluchten. Hij is o.a. in Leeuwarden
terecht gekomen en tenslotte in Lübeck, waar hij in de morgen van de 15e april
1799 is gestorven. Zijn vicarius generalis, Jean-Baptiste Verdollin, werd door
de H. Stoel tot administrator van het bisdom Lyon aangewezen. Hij bestuurde dit
diocees vanuit zijn ballingschap tot 1802. In 1808 is hij te Heilbronn
gestorven.
G. v. d. Velden, o. praem., pastoor van
Bokhoven