Velden, G. M. van der, De laatste Graven en Gravinnen van Bokhoven, in Met Gansen Trou 1973, p 59 - 62

 

De eerste graven en gravinnen van Bokhoven waren van de familie van Immerselle. Ze liggen allen in Bokhoven begraven. De laatste graaf uit deze familie heette Karel van Immerselle. Hij stierf kinderloos 11 juli 1741 en werd op 15 juli begraven. Sinds 1706 stond hij overigens onder curatele, omdat hij niet over het normale gebruik van zijn redelijke vermogens beschikte.

Karel had bij zijn dood nog een zuster [nicht], Albertina-Jeanne-Josèphe d'Immerselle (men schreef de familienaam en de voornamen meestal in het Frans), en Karel liet dus het graafschap Bokhoven voor haar achter. Maar er was een zekere Christina van Salm die rechten op het graafschap deed gelden. Dit leidde tot een twaalfjarig proces.

Op 8 februari 1753 zou in deze kwestie te Brussel uitspraak worden gedaan. Maar 's nachts om twaalf uur kwam men nog juist op tijd tot een minnelijke schikking, waarbij het graafschap Bokhoven werd toegewezen aan Anne-Louis-Alexandre de Montmorency, prins van Robecq, terwijl de heerlijkheid Loon op Zand aan het hoogadellijk geslacht van Salm-Salm kwam.

 

Deze laatste gegevens staan o.a. geheel toevallig vermeld in een p.s. van een schrijven d.d. 17 februari 1753 van Adr. Schoonau, advocaat in Den Bosch, betreffende een aangelegenheid van de Kommanderij van Gemert 1). De tekst luidt: "Als men den 8 deser te Brussel in cas van revisie op het poinct stond, om de saken tussen d'hooge erfgenamen feudaal van wijlen Charles D'Immerselle, Grave van Bockhoven, met sententie te termineren, zijn deselve 's nagts te twaalf uren, in plaats van sententie af te wachten, in deser vouge, zoovermene, geaccordeert. De Prins van Solms (Salm is bedoeld) heeft Loonopsant, het vicomtscap van Aelst, Avely, etc.

De Prins De Roberg de Montmoranci (de Robecq de Montmorency is bedoeld) heeft het graafscap Bockhoven en 55000 gl uyt de revenuen te betalen. Den Prins de Gavre heeft Wommelghem, met de goederen van Boom en dat daervan dependeert.

Wargui trekt jaarlyx 2000 gl te redimeren met 50000 gl capitael. Men doodverft alhier d'heer van Niel met het rentmeesterscap van Loon op Sant, als kennis hebbende aen de Prins van Solms (Salm)".

 

De genoemde nieuwe graaf van Bokhoven Anne-Louis-Alexandre de Montmorency, prins van Robecq, was de oudste zoon van Anne-Auguste de Montmorency, graaf d'Estaire, prins de Robecq, markies de Moerbecque en van Catharine-Félicité de Bellay, die 21 december 1722 in het huwelijk waren getreden.

Hoe had deze Anne-Louis-Alexandre de Montmorency bij het twaalfjarig proces rechten kunnen doen gelden op het graafschap Bokhoven?

In papieren van wijlen Mr. N. J. van Aalst, die bij de verkoop van de landerijen van het voormalige graafschap eigenaar was geworden, wordt hierop enig licht geworpen 2).

 

Albertina-Jeanne-Josèphe d'Immerselle, de eerst in aanmerking komende erfgename van het graafschap Bokhoven, als de enigst overgebleven nakomelinge van de familie van Immerselle, wilde de luister en de roem van het huis de Montmorency Robecque in stand houden. Daarom voegde zij haar bezittingen bij die van haar neef Anne-Auguste de Montmorency.

 

Voor de drost van Estaire kwam op 4 september. 1743 een verdeling van deze samengevoegde goederen tot stand tussen de kinderen van bovengenoemd echtpaar, waarbij het graafschap Bokhoven ten deel viel aan Anne-Louis- Alexandre de Montmorency. De tweede zoon, Louis-Alexandre, ontving het prinsdom Tilly. Het derde kind was een dochter, Madeleine-Françoise. Zij was religieuse en genoot uit de bezittingen bepaalde inkomsten.

Bij de minnelijke schikking van 8 februari 1753 bleef dus het graafschap Bokhoven aan Anne-Louis-Alexandre.

Hij huwde tweemaal. De eerste keer op 26 februari 1745 met Anne-Mauricette de Montmorency-Luxembourg. Uit dit eerste huwelijk werden twee zonen geboren -die beiden vroeg stierven, de eerste in 1749 en de tweede in 1753. De moeder zelf stierf 4 juli 1760.

 

De tweede maal huwde hij op 3 maart 1761 met Emilie-Alexandrine de la Rochefoucauld. Deze laatste stierf 29 januari 1814 zonder nakomelingschap. Omdat de graaf van Bokhoven zodoende zonder directe erfgenaam overbleef, vroeg en verkreeg hij verlof op 25 januari 1794 van de Prins-Bisschop van Luik, en op 18 februari van hetzelfde jaar van de Prins van Oranje, om vrij over zijn goederen en speciaal over het graafschap van Bokhoven te mogen beschikken. Daarna maakte hij op 21 september 1811 zijn testament, waarin hij als universeel erfgenaam aanwees: Anne-Adrien-Pierre de Montmorency-Laval, zijn neef.

 

Deze neef was een zeer vooraanstaand figuur. Behalve graaf van Bokhoven was hij hertog en prins van Laval, "pair de France", "grand d'Espagne de 1-ère classe", hertog van San Fernando-Luis, ambassadeur te Madrid, Rome, Wenen en Londen. Hij was geboren te Parijs 29 oktober 1768, trad in het huwelijk op 17 maart 1788 met Bonne-Charlotte de Montmorency-Luxembourg, en nam bezit van het graafschap van Bokhoven op 14 maart 1814. Hij had één zoon en twee dochters. De zoon werd geboren 13 januari 1794 en stierf ongehuwd 7 augustus 1819. De oudste dochter heette Charlotte-Adèlaïde, de jongste Marguerite-Pauline-Emmanuelle. De graaf van Bokhoven maakte zijn testament 21 maart 1837. Op 6 juni van dat jaar stierf hij.

 

De beide dochters gingen, samen met haar moeder, over tot de verdeling van de goederen van haar vader op 2 juni 1838. Aan Charlotte-Adèlaïde viel het graafschap Bokhoven ten deel, Zij ontving ook "Ia Grandesse de 1-ère classe" en de titel van hertog van San Fernando-Luis, die de koning van. Spanje speciaal aan haar vader had toegekend in ruil voor de titel van Robecque.

 

Charlotte-Adèlaïde trad 6 mei 1817 in het huwelijk met Athanase-Gustave-Charles-Marie, hertog van Lévis-Mirepoix, waardoor hem ook de titel van graaf van Bokhoven ten deel viel. De graaf stierf reeds 7 juni 1851; de gravin jaren later op 24 juni 1872.

In het archief van de parochie van Bokhoven wordt onder no. 188 nog de akte bewaard, waarbij de graaf en de gravin, een jaar voor de dood van de graaf, afstand doen ten gunste van het kerkbestuur van Bokhoven van hun rechten op de zogenaamde "Graafse Kapel", waarin tot aan de restauratie van de kerk na de tweede wereldoorlog de graftombe van Engelbert van Immerselle en Helena de Montmorency stond geplaatst, en 200 gulden geven voor het herstel van deze kapel,

 

Uit het laatst genoemde huwelijk waren twee kinderen geboren: Adrien-Charles-Gui-Marie en Adèlaïde-Charles-Marie-Sigismond. Zij gingen over tot de verdeling van de goederen van hun vader op 9 februari 1853, en tot die van hun moeder op 3 juli 1872. Uit de goederen die de moeder bij haar huwelijk had ingebracht kreeg de oudste zoon het graafschap Bokhoven.

Deze oudste zoon Adrien-Charles-Gui-Marie huwde 28 mei 1844 met Marie-Josephe-Hildegarde-Chislaine de Merode-Westerloo, gravin de Merode. Hij stierf 6 november 1886 en zijn vrouw 28 maart 1899. Ze lieten een kind na: Charles-François-Henri-Jean-Marie, die het graafschap van Bokhoven van zijn ouders erfde.

 

Dit kind is geboren 21 juli 1849. Hij trouwde 28 augustus 1883 met Henriette-Catherine-Marie de Chabannes-la-Palice. Hij was de laatste graaf van Bokhoven en hertog van Lévis-Mirepoix. Hij stierf 10 mei 1915. Vóór zijn dood had hij zijn goederen verdeeld en geschonken aan zijn twee kinderen bij acte van 13 december 1910 en van 27 januari 1911. Deze twee kinderen heten: Antoine-Pierre-Marie-François-Joseph en Charlotte-Félicité-Chislaine-Gauderique-Marie-Philomène. Bij de verdeling kreeg deze op 11 augustus 1887 geboren dochter het graafschap Bokhoven. Zij heeft op 18 januari 1928 de landerijen van de Heerlijkheid Bokhoven verkocht aan de N.V. "Landgoed Bokhoven", waardoor ze in handen kwamen van de familie van Aalst te Hoevelaken. In de pastorie te Bokhoven wordt nog het bidprentje met foto bewaard van de laatste graaf van Bokhoven. De titel van graaf van Bokhoven staat er helaas niet op. De tekst is in de Franse taal opgesteld en begint aldus: "Priez pour de repos de l'âme de Charles, François, Henri, Jean, Marie duc de Lévis Mirepoix et de San Fernando Luis. Pieusement décédé à Léran (Ariège) le 10 mai 1915 dans sa 66-e année.

 

In zijn testament had hij ook zelf een tekst geschreven die op zijn bidprentje moest worden gedrukt, hetgeen ook is geschied. Deze tekst, waaruit zijn diepe geloofszin blijkt, luidt: "Inspirez, Seigneur, a tous ceux qui liront ces lignes, de se souvenir de moi au Saint Sacrifice de l'Autel; je recevrai ainsi un dernier témoignage de leur affection.

O mes chers enfants, au nom de votre Père entré dans son éternité, restez toujours fidèles à Dieu, pensez toujours à votre salut et sauvez votre âme."

 

G. v. d. Velden, pastoor van Bokhoven.

 

1) Hierop maakte de secretaris van de heemkundekring "De Kommanderij Gemert", de Zeereerw. Heer A. M. Pennings, o.praem., mij attent.

2) De nieuwe koper van het kasteelterrein met wallen en grachten, A. J. M. van Dijk, bezorgde mij fotokopieën van deze dokumenten.