Velden, G. M van der, Een Franse school te Bokhoven. Met Gansen Trou 1971, pp 138-140

 

Naast de Latijnse scholen, waarin het latijn het voornaamste leervak was, ontstond er op het einde van de vijftiende eeuw de behoefte aan scholen, die er op waren ingesteld jongens op te leiden voor de handel.

De Latijnse scholen waren daarvoor minder geschikt, omdat zij eerder bestemd waren, jongens op te leiden voor de geestelijke of kloosterlijke stand, of hen voor te bereiden voor verdere studie in rechten of medicijnen.

Op de Franse scholen werd geen latijn maar o.a. frans gedoceerd. Deze lessen werden aangevuld met het in de andere scholen vaak verwaarloosde vak van rekenen en een primitieve training in handelscorrespondentie, vooral in de franse taal.

Er was namelijk behoefte ontstaan aan de kennis van een internationale levende taal, daar het latijn een dode taal was geworden en door het werk van de humanisten in die dagen te moeilijk. Op grond van de belangrijke plaats die de studie van de franse taal op deze handelsscholen innam, werden deze inrichtingen van onderwijs Franse scholen genoemd. De Franse school kan de voorloper worden genoemd van de latere Hogere Burgerschool, bekend onder de naam H.B.S. 1)

Deze Franse scholen waren zeer verschillend wat het aantal docenten en leerlingen betreft. Sommige van deze instellingen waren klein en droegen een particulier karakter.

Ook Bokhoven heeft zijn Franse school gehad, maar betrekkelijk laat, namelijk pas, voor zover bekend, in de achtiende eeuw. Het zal een zeer klein schooltje geweest zijn. De leerlingen kwamen ook van elders en waren bij de leraar zelf of bij andere families (kosthuizen) ondergebracht.

De gegevens over de Franse school van Bokhoven zijn spaarzaam. In het toch zeer uitgebreide parochiearchief komt de Franse school slechts incidenteel ter sprake. In tegenstelling met de lagere school was deze Franse school geen parochieschool.

In een van de parochieregisters staat in de lijst van de overledenen onder het jaar 1760 te lezen: "Joannes Teunissen, Rotterdamensis, hic in Schola Gallica obiit 25 decembris" (Joannes Teunissen, uit Rotterdam afkomstig, stierf hier in de Franse school op 25 december) 2).

In een ander register van de parochie van Bokhoven, Mortuarium genaamd, wordt wederom een sterfgeval onder de leerlingen van de Franse school genoemd. Onder het jaar 1774 staat te lezen: "18va jan. obiit et 21ma ejusdem mensis sepultus est in navi Ecclesiae Godefridus de Kruijf, commensalis in schola gallica, cujus parentes sunt jansenistae, sed ipse ante administrationem factus est Romano-Catholicus". (Op 18 januari stierf en de eenentwintigste van dezelfde maand werd in het schip van de kerk begraven Godefridus de Kruijf, pensionair in de Franse school, wiens ouders Jansenisten zijn, maar die zelf vóór de toediening van de laatste sacramenten Rooms-Katholiek is geworden3). Als leermeester aan de Franse school van Bokhoven wordt genoemd François van Eersel. De heer A. J. L. van Bokhoven te Schijndel heeft op deze naam reeds gewezen 4). In voetnoot 49) van zijn artikel: "Enkele kasteleins van de vrije heerlijkheid Bokhoven" schrijft hij: "Tijdens de ambtsperiode van deze drossaard (bedoeld wordt Albertus Josephus Duwooz 1753-1775) en ook van die zijner twee opvolgers (Jacobus Duwooz 1776-1783 en Mr. Johan Baptist Verheien 1784-1800), was er een "Franse Meester" in Bokhoven gevestigd. Een akte van het jaar 1771 en een van het jaar 1781 noemen als zodanig François van Eersel. In 1783 woonde deze te Nieuwpoort in Vlaanderen (Rijksarchief Bokhoven R. 22). In 1785 wordt P. A. de Coster als Frans kostschoolhouder te Bokhoven genoemd. Hij huurde een huis aldaar (Rijksarchief. Bokhoven R. 23. f. 23)".

Met betrekking tot François van Eersel bevat het parochiearchief van Bokhoven nog enige gegevens. Op 18 november 1770 huwde hij in tweede echt met Dorothea Beem. Bij deze inschrijving van het huwelijk wordt vermeld, dat hij uit Woensel bij Eindhoven komt, reeds vele jaren te Bokhoven woont en dat hij daar is "munere ludi magistri gallici fungens" (het beroep van franse schoolmeester uitoefende 5). Op 21 januari 1773 werd hun dochter Anna Maria in de kerk van Bokhoven gedoopt. Als peter en meter traden op Joannes Baptista Vleeschouwer en zijn vrouw Anna Maria de Mulder. 6)

Dorothea Beem was de dochter van Joannes Pauli Beem en Catharina Drom. Zij werd gedoopt in de kerk van Bokhoven 24 juli 1732. Als peter en meter traden op Paulus en Sophia van Alkemade. 7)

Op 4 maart 1777 zien we François van Eersel samen met zijn vrouw nog optreden als peter en meter bij het doopsel van Franciscus Mijs. 8)

Hier kan nog worden vermeld, dat pastoor van Roosmalen in 1847 een legger van de grondeigenaren en de gronden en gebouwen van de gemeente Bokhoven heeft getrokken uit het kadaster van Bokhoven, sectie A., van het jaar

1832, waarin onder nummer 140 het gebouw op het betreffende perceel, gelegen langs de tegenwoordige Bokhovense Maasdijk No. 11, genoemd wordt "De Fransche School" en onder nummer 161, gelegen op het huidige Driekoningenplein no. 2, "De Oude Fransche School". Op de oudere kadasterkaart met legger van 1752 komen deze namen nog niet voor. 9)

In 1793 is er opnieuw sprake geweest van de oprichting van een Franse school, nu speciaal voor meisjes. Maar of deze tot stand is gekomen en enige jaren heeft bestaan, is wel zeer twijfelachtig. 10)

G. v. d. Velden, pastoor van Bokhoven

 

1) "Scholen en Onderwijs in Nederland gedurende de Middeleeuwen" door Prof. Dr. R. R.

Post. Utrecht/Antwerpen 1954; blz. 114-115.

"Katholieke Encyclopaedie voor Opvoeding en Onderwijs; deel I, 's-Gravenhage, 1951; blz. 653.

2) Parochie-Archief Bokhoven. Inventaris-nr. 65.

3) idem. Inv.-nr. 71.

4) "De Brabantsche Leeuw"; jrg. 9 (1960), blz. 87.

5) Par.-Arch. Bokhoven. Inv.-nr. 69.

6) idem. Inv.-nr. 66.

7) idem. Inv.-nr. 65.

8) idem. Inv.-nr. 65.

9) idem. Inv.-nr. 476.

10) "Met Gansen Trou", jrg. 20 (1970), blz. 26.