Het kalendarium van Bokhoven. MGT 1975 p
175-187
7 januari
In het jaar des Heren 1064 (bedoeld is 1464, zie 16 febr.) stierf Gertrudis
van Hees. Zij vermaakte aan de kerk van Bokhoven een bunder land 11),
gelegen in de zogenaamde Heynkenskamp aan de openbare weg. De kerkmeesters
moeten uit de jaarlijkse opbrengst aan de pastoor twee en een halve stuiver en
aan de koster een stuiver uitbetalen met de verplichting van een gezongen mis
met vigilie. De kerk zorgt voor het branden van kaarsen.
16 januari
In het jaar 1682 stierf Cornelius Cornelissen van Engelen. Hij legateerde
aan de kerk van Bokhoven honderd gulden voor zijn eeuwigdurend jaargetijde met
voorlezing uit het zielboek van zijn naam en die van zijn vrouw Wilhelma
Lamberts. De pastoor zal uit de opbrengst drie gulden en zes stuivers ontvangen
en de koster zestien duiten; wat er overschiet is voor de kerk.
17 januari
In het jaar des Heren 1524 stierf, daags voor het feest van de H. Prisca
maagd, Johanna, echtgenote van Joannes Stevens. Zij vermaakte uit het huis,
waarin Joannes Stevens woonde, (in margine toegevoegd: dit is het hoefke achter
Jan Reiners) aan de kerk voor het houden van het jaargetijde een butken, aan de
pastoor een butken met de verplichting de naam voor te lezen uit het zielboek,
en aan de koster een halve. Eertijds werd dit uitbetaald door Heilken Stolten,
daarna door Philippus Loy, nu door Jan Reiners.
18 januari
In tegenwoordigheid en met vreugdevolle instemming van de Eerw. Heren Lucas
Sjongers, prior, en Leonardus Maes, provisor van (de abdij van) Berne, ontving
de Eerw. Heer Fulcoldus Smidts, pastoor van Bokhoven, op 5 november van het
jaar 1692 12), uit handen van Nicolaus Veders en Cornelius
Lathouwers de honderd gulden welke de vlak hierboven genoemde (16 jan.)
Cornelius Cornelissen van Engelen aan de kerk van Bokhoven had vermaakt.
22 januari
Op zondag 22 januari van het jaar 1548 stierf rond het middaguur de
Edelgeboren Heer van Hemert 13), heer Lubbertus Torck; en op de (-)
dag na
11) Dit perceel kreeg later de naam "Kerkemorgen", volgens de
kadasterkaart van 1832: sectie A. no. 105. Het is niet duidelijk waarom deze
fundatie hier vermeld staat, omdat: 16 februari de aangewezen dag is. ~
12) De pastoor ontving het geld van de fundatie in 1692, dus 10 jaar na de
dood van' Cornelius Cornelissen, de legateur. Zie: 16 januari.
13) Hemert ligt bij Heusden, dicht bij de plaats waar de Abdij van Berne werd
gesticht. De familie Torck of Turck had betrekkingen met Bokhoven toen dit een
baronie was. Goyart Turck was daar baron van 1541 tot 1548.
175
Kerstmis van het jaar 1547 stierf de Vrouwe van Hemert.
Dat hun zielen rusten in heilige vrede. Amen.
26 januari
Heden, in het jaar des Heren 1617, stierf te
's-Hertogenbosch mijn moeder Lucia van den Leemput, weduwe van Arnoldus van den
Dael, die in het jaar des Heren 1600 was overleden. (De zoon, Paulus van den
Dael, was pastoor te Bokhoven van 1617-1628). Onze kerk van Bokhoven ontving
van mijn moeder twee kussens uit goudlaken en verschillende andere zaken. De
zielen van mijn ouders beveel ik in de gebeden van alle pastoors aan.
7 februari
In het jaar 1624 stierf de Zeer Illustre Heer van
Ymmerselle 14), vrijheer en Baron van Bokhoven, Burggraaf van Aalst,
Heer van Ymmerselle, Wommelgem, Itegem, Rameyn. Hij heeft hier in Bokhoven meer
dan 40 jaar gewoond. Al die tijd heeft hij alle armen van heel het dorp
rijkelijk uit zijn eigen middelen onderhouden. Hij heeft het kerkgebouw met
allerlei geschenken en het nodige begiftigd. Bovendien heeft hij bij testament
bepaald, dat jaarlijks aan de kerk zes gulden zouden worden uitbetaald en voor
zijn jaargetijde eveneens jaarlijks zes gulden en daarenboven elk jaar een mud
rogge voor de armen.
16 februari
In het jaar 1464, op de dag zelf van de H.
Juliana maagd, stierf Gertrudis (toegevoegd: Hees, zie 7 jan.). Zij heeft aan
de kerk vermaakt een bunder land gelegen in de Heynkenskamp aan de openbare
weg. Uit de opbrengst daarvan moet de kerk voor haar jaargetijde aan de pastoor
twee en een halve stuiver schenken en aan de koster een stuiver. De kerk moet
zorgen dat een plechtige mis met vigilie wordt gezongen.
1 maart
Nota: Kerk en pastoor ontvangen jaarlijks uit de kamp "Dat Eigen"
15) negen
14) Bedoeld is hier Engelbert I van Immerselle, die baron van Bokhoven was
van 1570 tot 1624. (Invent. Par. Archief Bokhoven, no. 86).
Het testament van Engelbert I van Immerselle is van 3 december 1621.
(Invent. Arch. Par. Bokhoven. no. 86). Zie ook de extracten van brieven die
pastoor van Roosmalen heeft gekopieerd (Invent. Arch. Par. Bokhoven no. 145,
fol. 48 r. en v.).
15) Dit perceel staat op de kadasterkaart van 1832 onder sectie A no. 25-26.
Zie ook: Enkele bezitters van de camp "Het Eygen" te Bokhoven, door
A. J. L. van Bokhoven in M.G.T., jrg. IX(1959), p. 47-48, 59-61; en Figuur van
den camp "Het Eygen", door H. P. Breugelmans, in M.G.T., jrg. VIII
(1958), p. 181-182.
176
Vlaamse groten. Tegenwoordig wordt dit betaald door Godefridus Jansen en
door de vrouw van zijn broer in Hedikhuizen.
5 maart Op vijf maart van het jaar 1445 stierf Frederica, echtgenote van
Johannes Klaassen. Zij vermaakte voor het houden van een passend jaargetijde
aan de kerk voor licht een Vlaamse groot, aan de pastoor een braspenning en aan
de koster een Vlaamse groot. Dit betaalt Joannes Jansen uit het huis van zijn
vader. Tegenwoordig doet dit Mattheus Willemsen. (zie 29 maart)
11 maart
Op elf maart van het jaar 1736 werd in Bokhoven begraven de Uitnemende,
Edele en Grootmoedige Heer Maximilianus Albertus van Dongelbergh 16),
Markgraaf van Reves, Luitenant-Generaal in het leger van de koning van Spanje
(waarschijnlijk: Filips V van Bourbon, 1700-1746).
17 maart
Daags voor het feest van de H. Gertrudis, in het jaar 41 (bedoeld is 1541)
stierf omstreeks vijf uur 's-middags Nicolaus van Malsen 17). In
tegenwoordigheid van zijn vrouw en van de pastoor, de heer Wichman (van
Harderwijk 1533-1558), trof hij nadrukkelijk de regeling, dat aan de vier
bedelorden en aan de broedermeesters van de Sint-Antonius-kapel ten allen tijde
in zijn huis logies en maaltijd zouden worden verschaft (als ze op termijn
komen). Bovendien mag de pastoor van deze kerk jaarlijks een cijns heffen van
drie stuivers uit zijn woning.
24 maart
In het jaar des Heren 1540, daags voor het feest van Maria Boodschap,
stierf 's-morgens omstreeks 10 uur de Edele en Voortreffelijke Heer van
Bokhoven,
16) Zie: M.G.T., jrg. XVIII (1968), p. 189.
17) Nicolaas van Malsen kastelein van de Heerlijkheid Bokhoven. Zie: Enige kasteleins
van de vrije heerlijkheid Bokhoven, door A. J. L. van Bokhoven in De Brabantse
Leeuw, jrg. IX (1960) p. 69-74, 84-89.
Het gaat over de vier bedelorden en de Sint Antoniuskapel te
's-Hertogenbosch.
Pastoor van Roosmalen tekent hierbij aan, dat de woning van Nicolaus van
Malsen in zijn tijd genoemd werd het Hoog of Groot huis. Omtrent het jaar 1805
heeft de toenmalige graaf van Bokhoven (Anne Lodewijk Alexander de Montmorency
de Robecq) dit huis gekocht. Kadastraal is dit perceel met huis bekend in
sectie A onder nummer 239 volgens de kadasterkaart van 1832. Zie ook onder 29
april,
177
Heer Jan van der Aa 18), baron en ridder van 't Gulden Vlies.
Hij heeft deze kerk met grote kosten van de grond af laten opbouwen en haar
begiftigd met zeer schone zilveren en zijden sieraden. Ook heeft hij er in zijn
testament zeer wijselijk zorg voor gedragen, dat voor altijd iedere vrijdag aan
de armen voor twaalf stuivers brood zou worden uitgedeeld. Bovendien vermaakte
hij aan de pastoor voor het houden van zijn jaargetijde acht stuivers, aan de
koster vier en aan de kerk van Bokhoven acht. Deze uitgaven geschieden door de
stad Gorkum.
Vijftien weken later in hetzelfde jaar en op dezelfde dag stierf op de
vigilie (dag 9 augustus) van de H. Laurentius martelaar, omstreeks tien uur
's-avonds de edelvrouwe Elisabeth van Egmond, echtgenoot van onze Heer van
Bokhoven. Zij heeft de sacristie laten bouwen, schonk een nieuw missaal en
verdeelde met veel takt, nog tijdens haar leven, veel geld onder de armen. (In
margine; jaargetijde te houden).
29 maart
In het jaar des Heren 1438 19a),
vierdagen na Maria Boodschap, stierf Joannes Klaassen. Hij vermaakte voor zijn
jaargetijde aan de kerk een Vlaamse groot
18) Jan van der Aa was Baron van Bokhoven van 1486 tot 1540. Voor de
restauratie van de kerk van Bokhoven zie: Consilium de Beke, in Taxandria, jrg.
XXVIII (1921), p. 67-68, waar vermeld wordt, dat in 1521 verlof werd gegeven
voor deze herbouw. Zie ook M. G. Tr., jrg. XIX (1969), p. 85.
Uit een op 4 april 1541 afgelegd officieel getuigenis van Gielis Peterssen,
Bokhovenaar van geboorte en bovendien gedurende 47 jaar administrateur van de
bezittingen van Heer Jan van der Aa, blijkt vooreerst: dat Jans vader Heynric
van der Aa al zijn land in de Heerlijkheid Bokhoven (met uitzondering van de
Duivenkamp) heeft verkocht om uit de onkosten en schade te komen, die de oorlog
met Gelre had meegebracht, en vervolgens: dat de kerkfabriek van Bokhoven,
gedurende enige tijd en met goedkeuring van de inwoners van Bokhoven, de grond
heeft mogen exploiteren, die sinds onheuglijke tijden ter beschikking was
geweest van de Bokhovenaren.
Dit document bevestigt, dat in de dagen van Heynric en Jan van der Aa de
Geldersen danig in Bokhoven hebben huisgehouden, en dat daardoor zowel de Heerlijkheid
als de Parochie voor zware lasten stonden. (Zie: Invent. Arch. Par. Bokhoven
no. 222).
Voor wat de erfrente ten behoeve van de armen betreft zie: Invent. Arch.
Par. Bokhoven, no. 370.
"Vijftien weken later" moet een vergissing zijn. Tussen 24 maart
en 9 aug. liggen 20 weken.
Ter bevestiging dat de kerk van Bokhoven in die dagen aan herstel toe was,
kan gewezen worden op een gift van Herman van Boxtel, alias van Sychen, ten
bedrage van 500 gulden. Daaraan zat de verplichting van een jaarlijkse H. Mis.
Volgens pastoor van Roosmalen stierf Herman van Boxtel 29 sept. 1515 (Invent. Arch.
Par. Bokhoven no. 145 fol. 230 r. en
no. 128 fol. 6 r). De cijns uit het geschonken bedrag is 10 oktober 1841
afgelost (Invent. Arch. Par. Bokhoven no. 145 fol. 38 r.).
19a) Dit is de oudste fundatie die in dit Kalendarium wordt vermeld. Hieruit
blijkt o.a. dat er reeds in 1438 (dus 69 jaar na de oprichting van de parochie)
sprake is van een koster met vaste inkomsten.
178
voor licht, aan de pastoor een braspenning, aan de koster een Vlaamse
groot. Joannes Jansen betaalt dit uit het huis van zijn vader (zie 5 maart).
7 april
Op zes april van het jaar des Heren 1534 stierf Joannes Peters de Oude 19b).
Hij vermaakte voor zijn jaargetijde aan de kerk voor licht twee stuivers, aan
de pastoor twee stuivers en aan de koster een stuiver. Lubbertus Arnolduszn
betaalt dit uit het huis van Robb Robberts. (Met latere hand toegevoegd:)
Tegenwoordig doet dit Beel, de vrouw van Antonius Arnolduszn.
13 april
In het jaar 1610 stierf de Edele Heer Theodorus van Ymmerselle 20),
wereldlijk Heer van Loon (-op-Zand), die aan onze kerk als eenmalige gift
vijftig rijnsguldens vermaakte.
29 april
Op dertig april van het jaar 1554 is Vrouwe Ida van Altforst, echtgenote
van Nicolaus van Malsen, overleden. Zij vermaakte uit de kamp "De
Hogenwert" 21) voor haar jaargetijde aan de pastoor acht
stuivers, aan de koster acht, aan de kerk voor kaarsen 4 stuivers. (In margine:
Walburch Moninx betaalt dit).
Op de laatste dag van de maand april in het jaar 1538 stierf Gerardus Oem
(in margine: Gerit Oem. Aer Gerits). Hij vermaakte uit zijn huis voor zijn
jaargetijde aan de pastoor een stuiver, aan de kerk een stuiver en aan de
koster een halve stuiver. (Later en verderop toegevoegd: Dit is het huis van
Joannes Reinert.)
30 april Op vijftien maart van het jaar 1543 stierf Adriana, de vrouw van
Gerardus, die uit dezelfde woning voor haar jaargetijde aan de pastoor een
stuiver, aan
19b) Jan Peterssen de Oude was schepen te Bokhoven. Het parochiearchief
bewaart twee schepenakten waarin hij als schepen optreedt. Invent. no. 87 en
105.
20) Theodorus van Immerselle was de zoon van Engelbert I van Immerselle. Hij
huwde in 1599 met Maria van Renesse. Hij was Heer van Loon-op-Zand. Hij stierf
14 jaar eerder dan zijn vader en heeft hem dus niet kunnen opvolgen als baron
van Bokhoven.
21) Het perceel "De Hogenweert" staat op de kadasterkaart van 1832
onder sectie A, no. 34. Zie ook onder 17 maart.
Blijkens een akte van 10 maart 1594 (Invent. Arch. Par. Bokhoven no. 116)
gingen deze cijnzen toen reeds niet alleen meer uit de genoemde Hogerweerd,
maar met andere cijnzen samen uit een complex van bezittingen, dat volgens de
kadasterkaart van 1832 onder sectie A de nummers 231 tot en met 243 omvatte en
tot de eigendommen van Jonker Jan van Doerne behoorde.
179
de kerk evenveel, aan de koster een halve stuiver vermaakte. In hetzelfde
jaar en in dezelfde maand stierf ook hun zoon Petrus.
19 mei In het jaar des Heren 1480, op het feest
van de H. Potentiana maagd, stierf Petrus Neumus 22), zoon van
Theodorus Neumus (Nemoris?). Hij vermaakte voor zijn jaargetijde en voor dat
van zijn ouders aan de pastoor drie butkens, aan de kerk twee en aan de koster
een. Lubbertus Adriaans betaalt dit uit het huis van Robb Robberts.
In het jaar 1553 stierf op dezelfde dag Gerarda Hendriks van Brecht, die
aan de kerk anderhalve gulden vermaakte. Daaruit moeten de kerkmeesters voor
het houden van het jaargetijde jaarlijks aan de pastoor zes stuivers en aan de
koster vier stuivers betalen. De erfgenamen van Guilhelmus Stephanuszn in
Ammerzoden keren deze bedragen uit.
12 juni
In het jaar 1546 stierf Godefridus Joanneszn. Gedachtenis van Joannes
Godefriduszn, de vader van de hiervoor genoemde.
29 juni In dit octaaf (van Petrus en Paulus)
stierf Katharina, de echtgenote van Nicolaus Joanneszn. Zij had met instemming
van Nicolaus voor hun jaargetijde uit diens woning vermaakt aan de pastoor twee
stuivers, aan de kerk twee stuivers en aan de koster een blank. Bovendien
jaarlijks uit zijn stuk land 23) vier vat rogge voor de armen van
Bokhoven.
's-Zaterdags na Allerheiligen van het jaar (1545?) 24) stierf
Nicolaus Jo-
22) De schrijfwijze van de eigennaam is niet duidelijk. In de beide registers
van 1608 schrijft pastoor Jan Moors goed leesbaar: Nemens.
Pastoor van Roosmalen weet te melden, dat het huis van Petrus Nemens heelt
gestaan op een perceel, genaamd De Wielen op Het Hoefslag, dat later de naam
Gansenland en weer later de naam Hennewei kreeg. Volgens de kadasterkaart van
1832 ligt deze grond in sectie A onder de nummers 129 en 130. De kamp is dus in
tweeën gedeeld. De ene helft behoorde in 1847 toe aan Adriana Roberts Deckers
en de andere helft aan de "Pastorie Armen" van Bokhoven. De cijns van
drie butkens (71/2 cent) was in het jaar 1664 reeds
verloren gegaan, terwijl de cijns ten gunste van de kerk en de kosterij van
Bokhoven op 10 januari 1851 is afgelost door Robert Deckers aan pastoor van
Roosmalen. De jaargetijden werden in de 17-de eeuw al niet meer gehouden.
23) Dit stuk land kreeg de naam Klaas-Jansen-Kamp, volgens de kadasterkaart
van 1832 onder sectie A. no. 91 en 92.
24) Het jaartal 1545 is hoogst twijfelachtig. Men moet eerder denken aan het begin
van de 15-de eeuw. Zie: Een Bokhovense verkoopakte van 1545, in M. G. Tr. jrg.
XXV (1975), p. 34-36.
180
anneszn 25), die dit testament voor schepenen heeft bevestigd
zoals door de secretaris, heer Jan, is opgetekend. Hij vermaakte voor zijn jaargetijde
bovengenoemde geldsom aan de pastoor, aan de kerk en aan de koster. Omdat de
schout van Engelen, Henricus van Berkerler, en Adrianus Henricuszn (eveneens
uit Engelen) een vierde gedeelte van het stuk land hebben gekocht, geven zij
een vat rogge. (Zie ook hieronder bij 10 augustus).
11 juli
Op elf juli van het jaar 1741 stierf te Loon (-op-Zand) de Hoogedele en
Grootmoedige Heer Karel van Ymmerselle, laatste Graaf van Bokhoven (uit deze
familie), Burggraaf van Aalst, Heer van Loon (-op-Zand), etc.
Hij is te Bokhoven begraven op 15 juli 's-avonds om tien uur. De
uitvaartdienst is ook hier geschied.
9 augustus
Daags voor het feest van de H. Laurentius stierf de Edelvrouwe van
Bokhoven, Vrouwe Elisabeth van Egmond, zoals hierboven (24 maart) daags voor
het feest van Maria Boodschap staat vermeld.
10 augustus Sterfdag van Vrouwe van Wijk,
Margareta 26) geheten, tante van Arnoldus van Wijk. Zij vermaakte
voor haar zielerust ten eeuwigen dage jaarlijks negenentwintig stuivers aan de
pastoor en de kerk van Bokhoven uit de Klaas-Jansen-kamp naast de kamp van de
pastoor. Daarvoor moet een plechtige vigilie en mis worden gezongen. De kerk
moet voor het licht zorgen. Deze Vrouwe Margareta was de vrouw van wijlen
Arnoldus van Wijk de Oude en dochter van Heer Nicolaus genoemd Oem, wereldlijk
Heer van Bokhoven. Zij stierf in het jaar des Heren 1439. De kerk moet
jaarlijks aan de koster drie Vlaamse groten uitkeren. De kerk ofwel de
kerkmeesters, zullen de over-
25) Nicolaus Joanneszn oftewel Klaas Jansen heette volgens pastoor van
Roosmalen (zie: Invent. arch. Par. Bokhoven no. 145, fol. 31. r. no. 14)
Nicolaus Jansen Oem, tijdelijk Heer van Bokhoven. We moeten hem dan
identificeren met Nicolaas Oem van Arkel, zoon van Jan Oem van Arkel. Op 2
april 1398 had de leenverheffing plaats van Colart (= Nicolaas) van Olmen, zoon
van Jan Oem van Bokhoven. De naam Olmen (bij Mol in België) duikt hier op,
omdat Jan Oem gehuwd was met Margaretha van Olmen. Zie: Les Seigneuries Féodales du Pays de Liège.
Table des reliefs, dressée par Stanislas Bomans, Liège. 1871. Voor wat Bokhoven betreft p. 70-74. Zie ook:
Taxandria, jrg. XX (1913), p. 296-302).
26) Margareta was de dochter van de hierboven genoemde Klaas Jansen. Zij
huwde met Arnoldus van Wijck, die de Oude wordt genoemd, omdat er nog sprake is
van een andere Arnoldus van Wijck, waarvan Margareta de tante is. De
verwantschap met Nicolaas Janszoon Oem van Arkel verklaart, waarom de cijns
voor haar jaargetijde genomen wordt uit de Klaas-Jansen-Kamp (campus Nicolai
Joannis). Zie ook onder 16 okt.
181
In een oud register is sprake van een Hollands schild, munt van hertog
Willem (VI), graaf van Holland (Wilhelmusschild).
schietende helft in reserve houden. Henricus van Berkeler, schout van
Engelen, en Adrianus Henricuszn, woonachtig te Engelen, die het vierde deel van
bedoeld stuk land hebben gekocht, betalen jaarlijks een vierde part, te weten
zeven stuivers (zie 29 juni).
21 augustus
Op eenentwintig augustus stierf Gisbertus
Laurentiuszn en op de twintigste dag van dezelfde maand was gestorven Joanna,
zijn vrouw. Zij vermaakten voor hun jaargetijde ten eeuwige dage aan de pastoor
en de kerk van Bokhoven een halve bunder land gelegen in Het Grote Broek 27).
Deze moeten aan de koster drie Vlaamse groten uitbetalen.
Hierbij moet worden opgemerkt, dat in het register van de goederen van de
kerk, opgemaakt 24 januari van het jaar 1613, vermeld staat, dat die bunder
land, in 1490 door Gijsbertus Laurens en diens vrouw Joanna gelegateerd, aan de
kerk toekomt, die daaruit vier duiten aan de koster moet betalen, terwijl daar
geen melding wordt gemaakt van de pastoor.
5 september
Op deze dag van het jaar 1680 stierf Anna Peters 28) van
Amsterdam, die aan de kerk van Bokhoven vermaakte voor haar eeuwigdurend jaargetijde
en voor het voorlezen van haar naam uit het zielboek vier gulden en tien
stuivers jaarlijks, aan de pastoor drie gulden, aan de koster vijftien duiten
en aan de kerk eveneens vijftien. Voor dit jaargetijde ontving de kerk honderd
gulden.
27) Dit perceel kreeg later de naam "Langbroek" en staat op de
kadasterkaart van 1832 onder sectie A, no 89.
Volgens de registers van 1613 (Invent. Arch. Par. Bokhoven no. 129 en no.
244) werden de drie Vlaamse Groten toen betaald met vier stuivers.
Over het houden van een jaargetijde wordt in diezelfde registers niet meer
gesproken en deze zijn ook niet meer geschied. Pastoor van der Lagen (een
gewetensvol man) was niet helemaal gerust over het nalaten van genoemd
jaargetijde. Op 1 augustus 1749 legde hij de kwestie voor aan de Vicarius van
het Bisdom Den Bosch. Deze gaf als zijn mening te kennen, dat de eigenaar van
de grond verplicht is tot dit jaargetijde. Maar zij die de kerkelijke
rekeningen afhoorden, wilden zich aan deze beslissing niet storen. De pastoor
heeft zich toen opnieuw (op 14 september 1764) gewend tot een "geleerd
man", welke als zijn mening te kennen gaf, dat de kerk slechts de
verplichting had de cijns te betalen aan de koster. Toen de kerkmeesters van
Bokhoven een eeuw later (in 1854) kennis namen van de beslissing van 1 augustus
1749, meenden zij toch gehouden te zijn zich bij die beslissing neer te leggen.
Zij besloten bij akte van 6 september 1854 het zingende jaargetijde voor
Gijsbert Laurense en zijn echtgenote Joanna te laten doorgaan en aan de pastoor
jaarlijks daarvoor drie gulden uit de kerkekas uit te betalen.
28) Van Anna Peters is het testament bewaard gebleven (zie: Invent. Arch.
Par. Bokhoven no. 87). De remonstrans is nog aanwezig in de kerk van Bokhoven,
zie hierover: de tentoonstellingscatalogus "Brabants Zilver", 1965,
onder no. 45.
182
Dit bedrag, vermeerderd met tweehonderd gulden, die de genoemde Anna Peters
had vermaakt om een remonstrans te laten vervaardigen, heeft pastoor frater
Theodorus Bedix, met goedkeuring van de kerkmeesters, besteed voor de betaling
van deze remonstrans, aangezien de kerk niet uit andere bronnen over het nodige
geld beschikte.
10 september
Op deze dag 1748 stierf de eerw. Pater Petrus
Bouquet S.J., 29), die vele jaren missionaris was in Den Bosch.
Vandaar verbannen, is hij hier gestorven en begraven. Onze kerk bezit van hem
een zilveren kelk met pateen, beide geheel verguld. Op de pateen staat het Lam
Gods gegraveerd, en aan de onderkant van de voet van de kelk staat het jaar
vermeld waarin de kelk opnieuw werd gemaakt. In het jaar 1846 werd hij aan de
kerk van Hedikhuizen uitgeleend.
26 september
Op deze dag stierf de Edele Heer Engelbert van Ymmerselle, eerste Graaf van
Bokhoven, Heer van Loon (-op-Zand), etc. Hij werd plotseling uit het leven
weggerukt in het jaar 1652.
16 oktober
Op zondag na het feest van de H. Gallus stierf
Vrouwe Margareta 30), echtgenote van Joannes Oem, wapendrager,
wereldlijk Heer van Bokhoven, Zij vermaakte, voor het houden van haar
jaargetijde, aan de pastoor van Bokhoven en aan de kerk een oud schild uit twee
bunders land, gelegen in Het Grote Broek. Nota: Deze cijns was reeds vóór het
jaar 1613 vernietigd, wat ik, J. H. van Roosmalen, pastoor, hierbij getuig.
27 oktober
Op deze dag stierf Gielis Machielsen, die aan de kerk van Bokhoven een
braspenning, aan de pastoor een braspenning, en aan de koster een halve
braspenning heeft vermaakt uit de kamp, gewoonlijk Heyntkenscamp genaamd. Deze
last rust nu op Geraert Donck.
29 oktober
Op deze dag stierf Oda 31), de weduwe van Antonius Tielens. Zij
en haar
29) Over pater Bouquet en de door hem aan de kerk van Bokhoven geschonken
kelk, zie: De Gotische kelk van Bokhoven, door G. v. d. Velden, in: M. G. Tr.
jrg. XVIII (1968), p. 93.
30) Welke Margareta hier bedoeld wordt, is niet duidelijk. Waarschijnlijk de
echtgenote van Joannes Oem van Arkel, die Heer was van Bokhoven van 1438 tot
1449 en die een dochter had, welke eveneens Margriet heette.
31) Deze Oda stierf in het jaar 1618 (Invent. Arch. Par. Bokh. no. 62
fol. 13. r.). Oda (Oyken) Hanricks
was de echtgenote van Anthonis Tielens Clercx. Van hun testament van 3 april
1613 is een afschrift bewaard gebleven (Invent. Arch. Par. Bokhoven no. 87).
183
echtgenoot hebben aan de kerk van Bokhoven drie gulden jaarlijks vermaakt
en wel voor het eeuwigdurend jaargetijde met mis en vigilie. Hun namen moeten
ten alle tijde van de preekstoel worden afgelezen. De kerk zorgt voor het licht
en geeft aan de pastoor en zijn koster hun gerechtigheden.
31 oktober
Op deze dag stierf Anna Guldemonts 32),
die samen met haar man, de voormalige schout Theodorus Gerarduszn, aan de kerk
van Bokhoven jaarlijks drie gulden heeft vermaakt en wel voor het eeuwigdurend
jaargetijde met mis, vigilie en voorlezing van hun namen na de preek. De kerk
zorgt voor het licht en geeft aan de pastoor en de koster hun gerechtigheden
zoals zij onderling overeengekomen zijn.
1 november Op het feest van Allerheiligen in het
jaar 1621 stierf de Eerw. Heer Joannes Vercuylen 33), abt van (de
abdij van) Berne, die pastoor in Bokhoven is geweest.
3 november
Daags na het feest van de H. Hubertus, in het jaar 47 (bedoeld is 1547)
stierf Theodorus Joanneszn.
9 november
In 1677 stierf Symon Willems van den Ancker. Hij vermaakte
jaarlijks aan de kerk van Bokhoven twaalf gulden, waaruit aan de pastoor moet
worden gegeven voor het eeuwigdurend jaargetijde met vigilie en commendatie
(die allemaal gezongen moeten worden; zijn naam zal worden voorgelezen uit het
zielboek) vijf gulden en aan de koster twee gulden.
1 december
Op 1 december van het jaar 1727 werd te Bokhoven begraven de Hoogedele
Vrouwe Isabella van Immerselle 34), Gravin van Bokhoven. Zij is
nooit gehuwd geweest.
32) Anna Guldemonts stierf in 1629 (Invent. Arch. Par. Bokh. no. 63 fol. 65. v.)
Anna Guldemonts van Brussel was de echtgenote van Dirick Gerrits van Loon,
in leven kerkmeester en schout van Bokhoven. Van hun testament van 5 december
1613 wordt een afschrift bewaard (Invent. Arch. Par. Bokhoven no. 87).
33) Johannes Vercuylen was pastoor van Bokhoven van 1603 tot 1608.
34) Isabella van Immerselle was de dochter van Thomas-Ignatius van
Immerselle (de derde graaf van Bokhoven) en Magdalena Francisca t'Serclaes van Tilly. Zie: Nobiliaire des Pays-Bas et du Comté de Boergogne,
par. J. de Herckenrode, vol. 4, Gand, 1868,
p. 1772.
184
TOELICHTING OP DE INGESCHREVEN TEKST
In het kalendarium werden door de pastoors in de loop der eeuwen 37 aantekeningen
ingeschreven, te weten: 21 notities betreffende fundaties van jaargetijden: 14
mededelingen van sterfgevallen van voor Bokhoven belangrijke personen; en 2
andere pro memoria. Behalve heiligenkalender is het kalendarium van Bokhoven
dus tevens een jaargetijden- en dodenboek. Als jaargetijdenboek is het slecht
bijgehouden. Vele fundaties zijn niet
ingeschreven 35) en bij die wel zijn ingeschreven heeft men later
niet gemeld dat ze vervallen zijn.
In dit verband is het interessant de registers van pastoor Jan Moors
(1608-1613) met de aantekeningen in het kalendarium te vergelijken. Pastoor
Moors heeft reeds in het eerste jaar van zijn pastoraat persoonlijk twee
registers samengesteld. Het ene register geeft een opsomming van de bezittingen
en inkomsten van de kerk, het andere een lijst van de goederen en revenuen van
de pastorie {Invent. Par. Archief Bokhoven no. 128 en no. 243).
Van de 21 fundaties waarvan in het kalendarium melding wordt gemaakt zijn
er 15 van vóór 1608. Men mocht verwachten dat deze alle vijftien in de
registers van pastoor Moors terug te vinden zouden zijn. In werkelijkheid kan
men slechts 9 fundaties voldoende duidelijk omschreven terugvinden. Blijkbaar zijn reeds vóór 1608 vele fundaties
en de daarbij behorende goederen of inkomsten in de voorafgaande troebele
tijden voor kerk en pastorie verloren gegaan. Dit wordt bevestigd door de
bemerking aan het slot van de meer officiële registers, die dezelfde pastoor
Moors op 24 jan. 1613 als schepenakten heeft laten opmaken (Invent. Par.
Archief Bokhoven no. 244, 129 en 227). Deze slotwoorden luiden:
"Ende voor soe veele aengaet die andere
goederen, chijnsen en de renten oft
dergelycke jaerlycx incommen, die de voorscreven Kercke oft Heyligen
Geest noch soude mogen competeren en de hierboven nyet gescreven en staen, van de welcke die voorscreven comparanten seijden nochtertijt egeene kennisse te hebben tsij oft die door versuyminge van jaerlycx opbueren oft maenen, als door den
voorleden oorloghe ende troubelen verdonckert ende 't ongebruijck
souden gebracht mogen wesen,
verclaeren daeraff die voorscreven comparanten soe haest als die oft eenige der selver tot hunne kennisse sullen sijn gecommen oft gherecomireert
sullen hebben, daeraff goet
ende claer gescrift te bieten in den register oft
manuaelboeck die uuyt desen tegenwoirdigen gemaect sal wordden
soe voor hun als hunne naecommelingen
soe van pastoors, kerckmeesters
als Heylige Gheestmeesters".
Hieronder volgen dan de passages uit de twee registers van 1608, telkens
voorafgegaan door een verwijzing naar de datum in het kalendarium en een korte
aanduiding van de betreffende fundatie.
7 jan. en 16 febr. (fundatie
van Gertrudis van Hees)
"Noch heeft die kercke enen mergen lants in Heyntkenscamp beneven die stege, genaempt nu den Kerckenmergen, waer uuyt die pastoor jaerlicx heeft twee stuyvers ende die koster enen stuyver. Didt testament heef gemackt Geertruijt van Hees, que obiit anno 1464". (Inv. no.
243. fol. 23. r.)
"Item heef die pastorije
jaerlicx twee stuyvers uut den mergen in Heyntkenscamp,
toebehorende die kercke van Bochoven,
genampt nu den Kerckenmergen,
neffens de Broeckstege, gemack bij testament aen den
pastoor duer Geertruyt van
Hees, que obiit anno
1464". (Inv. no. 128 fol. 5. v.)
35) Uit een schepenakte van 1520 (Invent. Arch. Par. Bokh. no. 87)
betreffende de overdracht van een stuk land (de Ruttenkamp) door Jan Peterssen,
anders geheten Grootvelt, aan Gielis Peterssen, priester, blijkt, dat op dit
perceel een jaarlijkse cijnslast rustte van drie gulden min twee stuivers voor
een mis ten gunste van de Kleine Dienst, van tien stuivers voor de pastoor van
Bokhoven, van zeven en een halve stuiver voor de kerk en van twee en een halve
stuiver voor de koster wegens een jaargetijde. Van deze fundatie is in het
kalendarium niets te vinden.
185
24 maart. (fundatie Heer Jan van der Aa)
"Item hebben noch die kercke,
pastoor en de coster tsamen
enen gulden op die stadt van Gorcum,
waer aff die pastoor heeft
acht stuyver, die kercke
acht stuyver en de die coster
vier stuyver". (Inv.
no. 243. fol. 26 r.)
"Item heef de pastorije
op die stadt van Gorcum jaerlicx acht stuyver van het jaergetijt Heer Jan van der Aa. Verschijnt prima Maij, ende wordt tsamen betaelt met de rente des
H. Geest, die den Heyligen Geest van Bochoven heef op de selve stadt". (Inv. no. 128. tal. 5. v.)
29 april. (fundatie van Vrouwe Ida van Alstforst)
"Item anno xve vier
en de vijftich den xxiij dach feb. heef Joftrou Ida van der Aelstfort gemackt haer testament ende is gestorven den lesten dach
aprilis anno Liiij, ende heef gemackt de kercke van Bochoven vier stuyvers, den pastoor acht stuyvers
ende den coster acht, uut die helft van acht hont lants gelegen op den Hogenweerdt,
waer voor die pastoor ende
die coster sijn gehouden
misse ende vigilie te singen
ende de kercke het wasch te doen. Verschijnt ultimo aprilis.
Nu Joncker Jan van Dorn".
(Inv. no. 243. fol. 26. v.)
"Item den Hogenweerdt gelt
jaerlicx de pastorije acht
stuiver van het jaergetijt van Joftrou
Ida van Malsen. Verschijndt
den lesten Aprilis"..
(Inv. no. 128. tal. 3. v.)
19 mei. (fundatie van Peter Nemens)
"Item Dirck Peterssen opt Hoefslach
gelt sjaers uut een stuck lants,
genaempt de Wiele, van der jaergetijt Dirck Peter Nemenssoon, der kercken enen stuyver ende den pastoor enen stuyver ende twee oort, en de den coster twee oort. Verschijndt Petri ad Vincula. Nu Fredrickxken Peter Tuelinckx".
(Inv. no. 243. fol. 27 v.)
"Item de Wiele op het Hoeffslach,
toecomende oock Fredrickxken, Peter Tuelincx
weduwe, gelt jaerlicx de pastorije van jaergetijt Peter
Nemens drie butkens, scilicet
twee blancke. Verschijndt Petri ad vincula". (Inv. no.
128. fol. 5. r.)
29 juni en 10 aug. (fundatie van Claes Janssen)
"Item gelt nu Henrick Huygensoon uuyt Claes Janssen campken in 't Broeck jaerlicx van enen halven
Wilhelmus schilt die kercke drie delen, scilicet elff stuyvers
min een deyt. Nu Jan Goyertsen,
schout tot Hedichuysen (Inv. no. 243; tot. 25 r.).
"Item heef die pastorije
uut enen stuck lants, genoempt Claes Janssen camp, voor het jaergetijt
van Claes voors.ende sijne huijsvrouwe,
enen halven Wilhelmus schilt, scilicet
vierthien stuyver ende enen halven. Verschijnt op Ste Peter en Paulus Apost.dach". (Inv. no. 128; fol. 4r.).
21 aug. (fundatie van Gisbertus Laurensz. en zijn vrouw Joanna).
"Ghysbert Laurensoen
ende Jenneken sijne huysvrouwe hebben gemackt der kercken en de den pastoir tsamen enen halven mergen, liggende int Lancbroeck. Daeraf moeten sij den coster
betaelen vier stuyver. Qui Ghisbertus obiit anno 1490 den 20 augusti".
(Inv. no. 243; fol. 23 v.).
"Item heef de pastorije
jaerlicx uut den grooten mergen, die de kercke heef in het Lancbroeck,
met den koster enen halven ouden schilt". (Inv. no. 128; fol. 6 r.).
27 okt. (fundatie Gielis Machielsen).
"Item op Ste Symons en de Judas avont is
gestorven Gielis Machielssen
ende heef beset en de gemackt uut Heyntkenscamp
der kerck eenen braspenning
ende den pastoor enen braspenning ende
den coster enen halven
braspenning. Nu Gerit Donck binnen 's-Hertogenbosche". (Inv.
no. 243; fol. 27 r.).
"Item uut Heyntkenscamp in het Broeck heef
de pastorije enen braspenninck
jaerlicx. Verschijnt Simonis
et Jude". (Inv. no. 128; fol. 5 v.).
Van na 1608 zijn er nog slechts 6 fundaties in het kalendarium te vinden,
en wel 16 jan. (18 jan.); 7 febr.; 5 sept.; 29 okt.; 31 okt.; en 9 nov. Van deze fundaties zijn de oorspronkelijke
stichtingsoorkonden of kopieën daarvan bewaard gebleven. De fundatie van 16
jan. (18 jan.) is slechts terug te vinden op de
fundatielijst, die tot in de 20ste eeuw werd gebruikt
(Invent. Par. Archief Bokhoven no. 87). Voor wat de
fundatie van 7 febr. aangaat, en die door Heer Engelbert van Ymmerselle op 24
mei 1619 werd gesticht, zie Invent. Par. Archief Bokhoven no. 86.
186
TEKSTEN OP DE BUITENBLADEN MET VERTALING
........
Nederlandse vertaling:
In het jaar 1363 werd in Bokhoven een niet-parochiale kapel gebouwd,
waarvan minstens het koor volledig is klaargekomen. De kosten werden gedragen
door de dorpsgemeenschap. Zij werd verder met goederen begiftigd. Dit
geschiedde ten tijde van de wereldlijke Heer van Bokhoven Giselbertus genaamd
Coc, ridder, zoon van Ricoldus Coc, ridder.
De kapel werd in het genoemde jaar door de bisschop van Luik als zodanig
erkend op voorwaarde, dat er wekelijks driemaal de H. Mis in zou worden opgedragen.
In het jaar des Heren 1369 werd deze kapel door de bisschop van Luik tot
parochie- en doopkerk verheven.
(f. 36v.)
........
36) Theodoricus van der Meer van 's-Hertogenbosch was pastoor van Bokhoven
van 1613 tot 1616.
37) Met chorus = koor zal hier wel bedoeld zijn het schip van de kapel met de
plaats van het altaar, dus alles zonder de toren. Zie: "Middelnederlandsch
Handwoordenboek" bewerkt door J. Verdam bij het woord "coor".
Zie ook de ingeschreven tekst bij 24 maart.
38) Invent. Arch. Par. Bokh. no. 1 tot en met no. 7. Zie: "De Stichtingsoorkonden van kapel en kerk te Bokhoven" door Dr. H. P. H. Camps in M. G. Tr., jrg. XIX (1969), p. 95-97.
187
........