De Heren van Bokhoven uit het geslacht Oem van Arkel

G.M. van der Velden o.praem. in MGT 1986, pp 33 t/m 36

 

Bokhoven is sinds onheuglijke tijden een leen van het prins-bisdom Luik. De oudste ons bekende leenmannen van dit, aanvankelijk aan beide zijden van de Maas gelegen, zeer klein gebied waren leden

van de familie Van Herlaer. Maar in het jaar 1365 is het leen Bokhoven

overgegaan aan Jan Oem van het belangrijke adellijke geslacht van de Van Arkels. Deze overdracht is gedeeltelijk een familieaangelegenheid geweest en gedeeltelijk een zakelijke kwestie van verkoop, dus een financiële overeenkomst.

Een leen verkopen gaat evenwel niet zonder daarbij de leenheer te

betrekken. En in dit geval dus de prinsbisschop van Luik. In het jaar 1365 was de vroegere bisschop van Utrecht, Jan IV van Arkel, sinds kort bisschop van Luik. Door deze omstandigheid was het aantreden

van Jan Oem van Arkel als heer van Bokhoven nog duidelijker een familieaangelegenheid. Want deze bisschop was zowel met Jan Oem als aan de familie Van Herlaer verwant.

De oorkonden, waarin schriftelijk de voorafgaande onderhandelingen betreffende de verkoop en de leenwisseling zijn vastgelegd, staan respectievelijk op 16 en 1 oktober 13651) gedateerd. In de akte van

1 oktober, die in de Latijnse taal is opgesteld, noemt de bisschop de nieuwe leenman, Jan Oem van Arkel, uitdrukkelijk

zijn bloedverwant en in die van 16 oktober, welke in de Nederlandse taal is geschreven, spreekt Arent van Herlaer, de laatste uit dit geslacht die Bokhoven in leen had, over Jan Oem als zijn neef.

De familierelaties tussen bisschop Jan van Arkel,

Jan Oem en Arent van Herlaer

De naam Jan Oem van Arkel, waaraan telkens in de oorkonden wordt toegevoegd, dat hij de zoon is van Claes Oem van Arkel, komt in de belangrijkste en best gedocumenteerde stambomen van de Van Arkels niet voor 2). Toch behoort Claes Oem van Arkel daarin zijn plaats te

krijgen tussen Jan III, heer van Arkel, en Herbaren van Arkel. In een akte van 5 januari 1321 3) wordt Claes de broer genoemd van Jan, heer van Arkel. Daar staat namelijk: „Wi Jan, here van Arkel, maken cont ende kenleke alle denghenen, die desen brief selen sien ende horen lesen, met kennissen der waerheit, dat wi gheloeft hebben ende geloven voer Clase, onsen broeder, ende Lisebetten, sinen wive, Heinrics dochter was van Emmekoven" enz.

We komen dan tot de volgende stamboom, waaruit de familierelaties met

bisschop Jan van Arkel en met Arent van Herlaer, heer van  Ammerzoden, duidelijk zijn af te lezen.

p 33

 

Jan II, heer van Arkel |1297

x

N.N.

Jan III, heer van Arkel

1297-1326

x

1 ° Mabelia van Voorne

Cunegonda van Virnenburg

 

ex 2° Jan van der Lede

bisschop Jan van Arkel

Claes Oem van Arkel

+13454)

x

Elisabeth Henrix van Emmichoven 5)

Jan Oem I, heer van Bokhoven en Olmen

x

1 ° Margaretha, vrouwe van Olmen

Beel, dochter van Jan van Geldrop

Herbaren van Arkel

+1325/6

x

Elisabeth Heilwich van Arkel, 1312-1337

x

Dirk van Herlaer, heer van Ameide

 

 

 

 

Gerard

+ voor 29-1-1354

Jan

Arent van Herlaer

 + na 16-12-1365

 

Uit bovenstaande tabel blijkt duidelijk, dat bisschop Jan van Arkel en Jan Oem I bloedverwanten waren. Ze hadden een gemeenschappelijke voorvader, Jan II heer van Arkel. Arent van Herlaer was een

achterneef van de beide anderen, die volle neefs van elkaar waren.

De oorkonde van 1 oktober 1365

Deze akte is de schriftelijke neerslag van een leen verheffing. We bezitten een kopie van een „vidimus" 6) van de oorspronkelijke oorkonde. De kopie is van de hand van Joh. Helsemans, notaris in Bokhoven, 7) en is dus afkomstig uit het oudheerlijkheidsarchief van deze plaats.8) De

vidimus" is opgesteld door Johannes van Neynsel, deken van 't dekenaat Woensel, 9) dat onder het aartsdiakonaat Kempenland viel. De deken verklaart, dat hij het origineel in handen heeft gehad en het

p 34

stuk ongeschonden heeft bevonden en voorzien van het zegel van de bisschop. Hij heeft de in de „vidimus" opgenomen kopie gecollationeerd met het origineel met als getuigen verscheidene vooraanstaande en oprechte personen, waaronder Petrus Polshauwer, notaris van het hof van Luik, die afzonderlijk de kopie heeft ondertekend voor wat het collationeren aangaat.

Deze leenheffing veronderstelt, dat de verkoop van het leengoed in feite reeds is geschied, zoals ook in de oorkonde vermeld staat.

De plaats van handeling van de leenverheffing

De leenverheffing is geschied nabij het kasteel van Rummen, gelegen ten westen van Sint-Truiden. De prins-bisschop vertoefde daar in verband met de

belegering van deze streek door zijn soldaten.10)

De graaf van Looz of Loon, Lodewijk IV, was op 22 januari 1336 gestorven.11) Hij was de laatste in de mannelijke lijn. Drie afstammelingen in de vrouwelijke lijn pretendeerden recht te hebben op het graafschap Loon. Diederik van Heinsberg kreeg het graafschap toegewezen. Maar

toen deze in 1361 was gestorven, claimde Arnold van Oreye, heer van Rummen en Kwabeek, de tweede afstammeling in de vrouwelijke lijn, het graafschap.

Intussen nam de prins-bisschop van Luik zelf de titel van graaf van Loon aan. Loon was namelijk een leen van Luik. Arnold van Oreye kwam daar tegen op. Aanvankelijk had hij de steun van Wenceslaus, de

hertog van Brabant, en wellicht ook van de keizer, de broer van Wenceslaus. Op 25 januari 1362 kocht hij de rechten van

Godefried van Dalenbroek af. Ook deze was pretendent graaf van Loon. Maar in 1363 werd Arnold van Rummen door Johanna, die Wenceslaus intussen was opgevolgd, in de steek gelaten. Zij liet de bisschop van Luik leenhulde doen voor de lenen in het gebied, die van Brabant afhankelijk waren. Ook keizer Karel IV van Luxemburg ontzegde hem in 1365 zijn

morele steun. De schepenen van Vliermaal en Valderen, plaatsen in het

graafschap Loon, weigerden hem als graaf te erkennen. Na negen weken

hardnekkig weerstand te hebben geboden

aan het Luikse leger, werd hij in 1365 verslagen en moest hij zijn kasteel in Rummen prijsgeven. Hij deed afstand van al zijn rechten op 21 september 1366 en aanvaardde in ruil hiervoor een rente.

Door dit conflict met de bisschop van Luik, Jan V van Arkel, was hij geruïneerd, terwijl hij tevoren een van de geldschieters van de hertogen van Brabant was.

De inhoud van de akte van 1 oktober

Volgens deze oorkonde verscheen Arnoldus van Herlaer, heer van Ammerzoden, ridder, voor de prins-bisschop van Luik als zijn leenheer, om het grondgebied van Bokhoven met alle daaraan verbonden rechten in leen te ontvangen, zoals zijn voorgangers het in leen hadden

p 35

gehad. Bij die gelegenheid deed zijn oudere broer, Johannes van Herlaer, heer van Ameide, ridder, afstand van zijn rechten op Bokhoven, met het verzoek het leengoed Bokhoven aan zijn broer Arnoldus te gunnen. De bisschop is hierop ingegaan, gaf Bokhoven met alle daaraan verbonden rechten aan Arnoldus in leen en nam van deze op de gebruikelijke wijze

de leenhulde en eed van trouw in ontvangst.

Onmiddellijk daarna heeft Arnoldus het leen weer aan de prins-bisschop volledig teruggegeven met het verzoek het over te dragen aan zijn neef Johannes Oem. Aan dit verzoek werd voldaan en Johannes Oem deed op zijn beurt leenhulde en de eed van trouw. Dit geschiedde in tegenwoordigheid van leenmannen van het prinsdom Luik, die met name worden genoemd, en van vele anderen.

De oorkonde van 16 oktober 1365

Het origineel van deze oorkonde is verloren gegaan, maar een kopie bleef bewaard in het archief van de Abdij van Berne in verband met een proces over het patronaatsrecht van Bokhoven.12)

In deze akte staat letterlijk te lezen, dat Arent (Arnoldus) van Herlaer de „heerelijckheijt ende gherechten- van Boeckhoven hoghe ende leghe" heeft verkocht aan Jan Oem, zoon van Claes van Arkel, zijn neef. Ook verkocht hij tevens aan dezelfde Jan Oem de tiend, de cijnzen, gemene gronden, de aanwas en het visrecht in de door Bokhoven stromende

Maas. Deze keer was zijn broer wederom daarbij betrokken. Hij verklaarde zich bereid de verkochte goederen te „waeren", d.w.z. dat hij de rechten op die goederen wilde waarborgen. Hij gaf ook de redenen op. Hij zei, dat Bokhoven met toebehoren bij de boedelscheiding na de

dood van hun vader, Diederich van Herlaer, en van hun broeder Gerard, aan Arent met aller instemming was toegewezen.

De verkoop van het grondgebied van Bokhoven hield niet in, dat heel Bokhoven eigendom werd van Jan Oem. Arent van Herlaer bezat niet alles. Daar was vooreerst de kapel met het daaraan

 

verbonden land.13) Vervolgens hadden de erfgenamen van Giselbertus Coc bezittingen in de heerlijkheid.14) Ook de hertog van Brabant 15) en de hertog van Gelre, tevens graaf van Zutphen, Willem van Gulic, gaven landerijen „in den ghericht van Bochove" in leen uit. 16) De onderlenen

van Arent van Herlaer gingen bij de verkoop mee over aan Jan Oem met

uitzondering van de elf morgen land, die Heelken van Inghen van hem in onderleen had.17)

De afstammelingen van Jan Oem van Arkel

Jan Oem I, heer van Bokhoven, huwde

tweemaal. Zijn eerste echtgenote heette Margaretha (Margriet) van Olmen, dochter van Nicolaus. Olmen is een plaats bij Mol en Meerhout in België. In de Franse teksten heet Olmen Olive. Door dit huwelijk is Jan Oem ook heer van Olmen kunnen worden. In 1371 kocht hij namelijk de heerlijkheid Olmen van zijn zwager Dirck van den Donck, die gehuwd was met Agnes van Olmen.18) De tienden van het grondgebied van Olmen en het patronaatsrecht van de kerk aldaar hoorden daar niet bij. Deze had Nicolaus van Olmen, de vader van Margriet en Agnes, op 12 maart 1288 geschonken aan Postel, dat toen een priorij van de Abdij van Floreffe was.19)

Uit dit eerste huwelijk werd Claes Oem geboren, die zijn vader als heer van Bokhoven zou opvolgen. Op 2 april 1398 deed Claes de leenverheffing wegens de dood van zijn vader.20)

Verdere zonen en dochters van Jan Oem waren: Jan van Bokhoven; Robbrecht van Bokhoven, die huwde met Gheerwych, dochter van Marie uter Wagen; Jan van Bokhoven, kapitteldeken te Oirschot;

Margriet Oem van Bokhoven, die trouwde met Willem van Uitwijk; Aleyt Oem, die een echtverbintenis aanging met Adam Millinc, ridder; Lijsbeth Oem, die in het huwelijk trad, eerst met Lucas van Erp en

daarna met Jan van der Dussen; en tenslotte nog een bastaard, Jan Oem van Peelt, in 1410 pastoor in Bergen-op-

p 36

Zoom, vervolgens pastoor van Rosmalen en kanunnik van de St. Jan in Den Bosch 21)

De eerste vrouw van Jan Oem I moet vóór 1377 zijn gestorven, Jan Oem ging toen een tweede huwelijk aan met Beel of Bela, dochter van Jan, heer van Geldrop, ridder 22)

Claes Oem van Arkel, heer van Bokhoven van 1398 tot 1435

De tweede heer van Bokhoven uit het geslacht Oem van Arkel, Claes Oem, huwde met Elisabeth Monix.23) Ook uit dit huwelijk werden vele kinderen geboren. 24) Noemen we vooreerst Jan Oem, de derde en laatste uit het geslacht Oem van Arkel, die heer van Bokhoven werd.25) Hij was evenals zijn vader en grootvader tevens heer van Olmen. Vervolgens Aleyt, 26) die trouwde met Mathijs Bacs; 27) Mailen (Oem) van Bokhoven;28) Nicolaas (Oem) van Bokhoven, die huwde met

Petronella Willem de Roover, eigenaar van de Nemelaer en de Moriaen; 29) Weyndelmoet; 30) Claes van Bokhoven, een bastaard;31) en Margareta, die huwde met Arnoldus van Wijck sr.32)

Jan Oem II, heer van Bokhoven van 1435 tot 1449

Jan Oem II, heer van Bokhoven en Olmen, ridder, huwde met Aleid Pieck, dochter van Frank Pieck, heer van Gameren, en van Geertruid van Isendoorn. 33) Zij kregen alleen dochters: Margaretha, 34) Cornelia, die trouwde met Jan van Renesse van Rijnouwen,35) en Johanna, die religieuze werd. 38) Jan Oem II had bovendien een bastaardzoon, Claes van Bokhoven.37)

Margaretha erfde Bokhoven en Olmen en werd dus vrouwe van die beide heerlijkheden. Zij huwde met Henricus van der Aa, zoon van Gerardus van der Aa. 38) Daardoor werd Henricus heer van Bokhoven,

39) wat het einde betekende van de periode, waarin het geslacht Oem van Arkel het in Bokhoven voor het zeggen had. Een nieuw geslacht treedt aan, dat van de Van der Aa's.

 

 

1. De oorkonde van 1 oktober berust in het Rijksarchief van de provincie Noord-Brabantte 's-Hertogenbosch. De oorkonde van 16 oktober is te vinden in: G.M.

van der Velden, Het Patronaatsrecht over Bokhoven. Een proces te Brussel 1769-1770, Tilburg 1978, blz. 182 en Bijlage III, blz. 148.

2. J.W. Groesbeek, De heren van Arkel in De Nederlandsche Leeuw, jrg. 71 (1954), kolom 106-115; 172-181;202-217 A.W.E. Dek, Bijdrage tot de genealogie van het

geslacht Van Arkel, bewerkt naar aantekeningen van J.P. de Man in De Nederlandsche Leeuw, jrg. 83 (1966), kolom 276-290; 301-327; 340-360; 376-402.

CA. Rutgers, Jan van Arkel, bisschop van Utrecht, Groningen 1970.

3. K.N. Korteweg, Rechtsbronnen van Woudrichem en het Land van Altena, Utrecht 1948, blz. 51.

4. Claes Oem wordt genoemd onder de gesneuvelden in de slag bij Stavoren in 1345. Zie: Paul Adam-Even, l'Armorial universel du heraut Gelre (1370-1395), overdruk uit Archives héraldiques suisses 1971, blz. 107. Hier staat ook zijn wapen

beschreven: het Arkelse wapen gebroken met een blauwe uitgeschulpte schildzoom. Zie ook: W.J.F. Juten, De heerlijkheid Bokhoven in Taxandria. jrg. 20(1913), blz. 176.

5. A.J.L. van Bokhoven, De ambachtsheerlijkheden van Emmikhoven en Waardhuizen in De Brabantse Leeuw, jrg. 12 (1963), blz. 51 en 53.

6. Een „vidimus" is een akte, waarbij een gezaghebbende persoon onder zijn zegel verklaart een oorkonde te hebben gezien en dan de tekst van die oorkonde opneemt in zijn gevidimeerde akte. J. Verdam, Middelnederlandsch handwoordenboek. Het origineel (R.A. Arnhem. Archief Ammerzoden inv. nr. 337a) verkeert in zeer slechte staat.

7. In het parochiearchief van Bokhoven komt men in de 16e eeuw Jan Helsemans tegen als kapelaankoster. G.M. van der Velden, De Kosterij van Bokhoven 1369-1969, Tilburg 1976, blz. 21.

8. J. van der Hammen, Inventaris van het oudarchief van de Heerlijkheid Bokhoven in Taxandria, jrg. 34 (1927), blz. 70-91; 169-178; 273-285. In deze inventaris staat wel op blz. 71 vermeld de oorkonde van 16 oktober 1365 en een opdrachtbrief

van de heerlijkheid Bokhoven van 15 september 1365, maar niet afzonderlijk de akte van 1 oktober. Deze kan evenwel vervat zijn in de bundel onder nr. VII.

9. G. Bannenberg, A. Frenken en H. Hens, De oude dekenaten Cuyk, Woensel en Hilvarenbeek, Nijmegen 1968.

10. J. Baerten, Arnold van Rummen, pretendent graaf van Loon in Nationaal Biografisch Woordenboek,

 

 

13. H.P.H. Camps, De stichtingsoorkonden van kapel en kerk van Bokhoven in Met Gansen Trou, jrg. 19 (1969), blz. 95-97.

14. G.M. van der Velden, a.w., blz. 152 en 183.

15. L. Galesloot, Le livre des feudataires de Jean lil, duc de Brabant, 1312-1355, Brussel 1865, blz. 226.

16. P.N. van Doorninck, Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402, Haarlem 1901. De akte van 25 april 1379, blz. 3-4.

17. Dit staat in de akte van 1 oktober 1365.

18. J.D. Wagner, Het geslacht van Bokhoven in Taxandria, jrg. 20 (1913), blz. 299.

19. Th. Ign. Welvaarts, De vroegere tienden van Olmen in Kempisch Museum, jrg. 2 (1891), blz. 14.

20. Stanislas Bormans, Les Seigneuries féodales du pays de Liège, Table des reliëfs, Luik 1871, blz. 70. (Claes wordt hier Colart genoemd.)

21. Voor al deze namen zie: A.J.L. van Bokhoven, Lenen in het Land van

Altena in De Brabantse Leeuw, jrg. 13 (1964), blz. 10. J.A.M. Hoekx, Inventaris van het archief der Parochie Bokhoven, Heeswijk 1969, regest 12, blz. 69. Archief van de Abdij van Berne, Kopieboek I, oorkonde van 1404, blz. 152. L.H.Chr. Schutjes, Geschiedenis van het bisdom 's-Hertogenbosch, dl. IV, St. Michiels-Gestel 1873,236.

22. JAM. Hoekx, a.w., inv. nr. 510.

23. H.J.M, van Rooij, Het Oud-archief van het Groot-Ziekengasthuis te's-Hertogenbosch, dl. 2 Regestenlijst, 's-Hertogenbosch 1963, regest 685. Bosch' Protocol, okt. 1446 - sept. 1447, fol. 308.

24. W.J.F. Juten, a.w., blz. 176.

25. Archief van de Abdij van Berne, een oorkonde van 5 september 1445 en een van 10 september 1447.

26. Bosch' Protocol, okt. 1471 - sept. 1472, fol. 139.

27. Bosch' Protocol, okt. 1448 - sept. 1449, fol. 340.

28. Bosch' Protocol, okt. 1450 - sept. 1451, fol. 274.

29. Bosch' Protocol, okt. 1448 - sept. 1449, fol. 106. A.F.O. van Sasse van Ysselt, De voorname huizen en gebouwen van 's-Hertogenbosch, dl. 3, 's-Hertogenbosch

1914, blz. 386.

30. Bosch' Protocol, okt. 1450 - sept. 1451, fol. 274.

31. Bosch' Protocol, okt. 1447 - sept. 1448, fol. 408.

32. Het Kalendarium van Bokhoven in Met Gansen Trou jrg. 25 (1975) onder de datum van 10 augustus.

33. J.D. Wagner, a.w., blz. 299.

34. J.D. Wagner, a.w., blz. 300. Bosch' Protocol, okt. 1469 - sept. 1470, fol. 177.

35. Bosch' Protocol, okt. 1466 - sept. 1467, fol. 30. A.F.O. van Sasse van Ysselt, a.w., dl. 1, 's-Hertogenbosch 1911, blz. 391.

36. Bosch' Protocol, okt. 1476 - sept. 1477, tol. 245.

37. Bosch' Protocol, okt. 1467 - sept. 1468, tol. 25 en okt. 1473-sept 1474, fol. 5.

38. J.D. Wagner, a.w., blz. 300.

39. Stanislas Bormans, a.w., blz. 70