WAAR GEBEURD
opgetekend door G. v. d. Velden, Pastoor van Bokhoven in MGT
1974, p 61
|
De oudste inwoonster van Bokhoven, de
weduwe Gertrudis Maria van Mil
- van de Broek, vertelde mij in het bijzijn van haar zoon Antoon,
de kerkmeester, het volgende kostelijke verhaal, dat waarschijnlijk niemand in Bokhoven nog kent. Het moet gebeurd zijn in de tweede helft
van de eerste wereldoorlog, waarschijnlijk in het jaar 1917. Bokhoven was
toen nog een zelfstandige gemeente. Burgemeester Versteeg was in
1916 gestorven en er was nog geen nieuwe benoemd, in die dagen was een zekere
Roks, afkomstig uit Klundert,
de veldwachter van het dorp. In de eerste jaren van zijn loopbaan meende hij
streng te moeten optreden, maar dat hadden de mensen van het uiterst kleine
en gemoedelijke dorpje hem gauw afgeleerd. Op een goede dag, het
was in de zomer, kwamen er van boven de Maas, uit Holland ergens vandaan
zoals dat toen heette, een man en een vrouw het dorpje binnengewandeld. Omdat niemand ze kende, trokken ze al
spoedig de aandacht van de dorpsbewoners. Ze beweerden dat ze een belofte
hadden gedaan aan de H. Cornelius, dat ze op
bedevaart waren en dat ze de volgende dag de vroegmis wilden bijwonen en te
communie gaan. De mensen vonden dat maar verdacht. Sint
Cornelis wordt alleen in september vereerd. De twee
vreemdelingen zochten onderdak en klopten bij de drie café's aan. Maar ze slaagden nergens, omdat men ze niet
vertrouwde. Een grote groep mensen bemoeide zich met het geval, maar iedereen
keek ze met argwaan aan. Ja, waar moesten ze nu blijven. Ze moesten toch
ergens overnachten. Ze gingen dus naar |
het gemeentehuis, maar omdat er nog geen
nieuwe burgemeester was, moest de waarnemend
burgemeester de zaak maar opknappen. Nu was er onder het gemeentehuis een
arrestantencel. En men kwam op het idee om de twee bedevaartgangers daar maar
in te zetten. Ze kregen een strozak om op te slapen en veldwachter Roks deed de deur met een enorme sleutel, zoals toen
gebruikelijk, achter hen op slot. Daar zaten ze veilig achter slot en
grendel. Eindelijk deed de arrestantencel een keer dienst en iedereen kon
rustig de nacht ingaan. De twee ingeslotenen
vroegen echter aan de veldwachter vóór hij hen alleen achterliet, of hij hen
tijdig wilde wekken en vrij laten, want ze wilden de vroegmis van zeven uur
bijwonen en bidden bij de H. Cornelius. Daarvoor
waren ze per slot van rekening gekomen. De veldwachter kon dit niet weigeren,
ofschoon niemand in die vrome intenties geloofde. Groot was de verbazing van de Bokhovenaren die toen nog in grote
getale ook op een doordeweekse dag naar de kerk gingen, toen ze de twee onschuldige arrestanten al vroeg
in de kerk aantroffen. Ze hadden een paar kaarsen bij het beeld van Sint Cornelis aangestoken, gingen bij de toenmalige pastoor Van de Acker te biechten en met grote devotie onder de H. Mis te
communie. Allen schaamden zich toen ze zagen dat
ze zich zó in die twee brave mensen hadden vergist en ze zo onheus hadden
bejegend. Ze hebben het wellicht een beetje goed willen maken door ze na de
H. Mis wat vriendelijker te ontvangen. Maar het valt te betwijfelen of de
twee onbekende pelgrims grote propagandisten voor de bedevaart naar Sint Cornelis zijn geworden. |
Resolutie
tegen bedelaars, lediggangers en vagebonden
G. M. van der
Velden, Pastor em. van Bokhoven. in MGT 1977, p96
|
In het begin, van de 18e
eeuw werd het vrije graafschap Bokhoven dagelijks overspoeld door bedelaars
en landlopers. Zij gedroegen zich zo astrant, dat de dorpsbewoners bang voor
hen waren. Drossaard en schepenen zagen zich verplicht tijdig maatregelen
tegen hen te nemen, o m te voorkomen dat die lieden het hele graafschap zouden overmeesteren
tot grote onrust en onveiligheid niet alleen voor de Bokhovenaren,
maar ook voor de bewoners van de omliggende dorpen. Daarom namen drossaard en schepenen op
17 november 1713 het besluit (parochiearchief van Bokhoven, inv. nr. 528), dat alle bedelaars, lediggangers,
landlopers en alle-anderen, waarvan de woonplaats,
handel en wandel onbekend of enigszins verdacht zijn, binnen 24 uren na publikatie van het besluit uit het territorium van het
vrije graafschap moeten zijn vertrokken. |
Zij mogen daar niet meer terugkeren, nog minder zich daar langere tijd
ophouden op straffe van publiekelijk op een
schavotje tentoongesteld te worden met Bamisjaarmarkt
(1 oktober) bij de eerste, en van geseling en brandmerking
bij de tweede overtreding.En mocht iemand van hen vooreen derde maal naar
Bokhoven terugkeren, dan zal na gerechtelijke uitspraak een lijfstraf worden
toegepast zoals volgens 's lands plakkaten zal
behoren te geschieden. Daar werd door drossaard en schepenen nóg aan
toegevoegd, dat deze straffen ook van toepassing zijn voor ingezetenen van
Bokhoven die dergelijke bedelaars, lediggangers,
vagebonden en suspecte personen in hun woningen ontvangen en laten
overnachten. Als secretaris substituut trad bij het schriftelijk vastleggen
van dit besluit op Willem de Boom. Verder werd het
stuk ondertekend door de schepenen, Willem Handricks van Weert, Henderick
van Eijck en Gijsbert Doops. |