La
Licorne
en
de Parel aan de Maas
ISBN:
978-90-811664-2-3

Uittreksel van LA LICORNE en de Parel aan de Maas aangaande de totstandkoming van het Minuutplan van Bokhoven
|
Een rijtuig trekt over
de dijk van Heusden naar Bokhoven. De enige
passagier van de koets weet als geen ander, dat de route die hij volgt in
grote lijnen bestaat uit twee grote lussen, die de contouren volgen van de
loop van de Maas in vroegere tijden. Maar weet hij ook dat jaren terug een
koninklijk zes‑span dezelfde route heeft
afgelegd in omgekeerde richting? Nee, daar heeft Johannes
niet van gehoord, maar hij weet wel dat hij zich in zijn éénspan de koning te
rijk voelt. Alvorens met zijn instrumentarium naar Bokhoven af te reizen,
heeft de pas benoemde Landmeter van de
Eerste Klasse niet gedraald om in Heusden de
aanschaf te doen waar hij recht op heeft. Zowel de promotie als de overplaatsing was eervol, zo had men hem
verzekerd, want onder de schijn van eenvoud en volgzaamheid zou hij te maken
krijgen met een weerbarstige Rentmeester van de grafelijke domeinen, en dito
gewiekste grondeigenaren en pachters. Los van zijn vorige baas, zal hij nu
zelf verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van de kaarten met de
lijsten van rechthebbenden. Zou zijn oudere broer Bartholomeus
al weten dat ook hij vóór zijn dertigste de begeerde benoeming heeft
verworven? ~~~~~ Waar Johannes geen notie van heeft is, dat in Bokhoven zijn
komst goed wordt voorbereid. Anders dan bij de ontvangst van de Koning gaat
het niet om een ereboog en ander vertoon, maar om eigendomsbewijzen en
grenspalen. Wat dat betreft heeft
de Rentmeester zijn zaakjes op orde, zij het dat hij wel een paar netelige
kwesties de wereld uit geholpen wil zien. Op de Pastorie verdiept Pastoor De Bruyn zich in de papieren die de kerkelijke aanspraken op
de begraafplaats staven. Op andere plaatsen wordt nog gauw een heg
geplant, een boom met wortel en al verwijderd of een takkenheining aangelegd.
De enkeling die zich met deze duistere praktijken bezig houdt, doet dat
ijverig en discreet. ................. Zo, dat valt niet
tegen; het begin is gemaakt. Het rijtuig staat onder een afdak en het paard
in de stal. Zojuist heeft een prettig vrouwspersoon hem een goede maaltijd
geserveerd en voor straks heeft hij een bed. Dan komen de eerste
gasten binnen. Met een korte knik in zijn richting lopen die recht op de toog
af. Daar draaien ze zich met de rug naar de tap om hem onopvallend te bekijken.
Dat komt goed uit, want ook Johannes Bijnen volgt
graag de gebeurtenissen in de gelagkamer. "De Burgemeester zegt dat de Staat ons wil
laten betalen voor ons huiske en ons land." "Zoveel land hedde
gij toch niet." .................... .Dat gezegd zijnde keren de stamgasten hun blik
weer op de vreemdeling. Deze begrijpt wat van
hem wordt verwacht: "Johannes Bijnen,
Landmeter van de Eerste Klasse, aangenaam." |
"Ach, mijnheer de
Landmeter, er gebeuren hier soms rare dingen, maar ge
moest eens weten hoe arm de mensen zijn. Vandaar!" Johannes
beloont zijn gastheer met een begrijpende blik. Aan het begin van de
vorige avond had hij er een hard hoofd in gehad hoe hij zijn werk moest
aanpakken, maar dat veranderde nadat één van de aanwezigen met de staart
tussen de benen het etablissement had verlaten. Opgeruimd staat netjes, had men de man nageroepen. Vanaf dat moment was
hij het middelpunt van de belangstelling geweest, en stukje bij beetje op de
hoogte gesteld van de plaatselijke verhoudingen. Daardoor was hij te weten
gekomen bij wie hij zich de volgende ochtend had te melden, én in welke
volgorde. Zo kwam het dat de Burgemeester het eerst aan de
beurt was. "Inderdaad is de gemeente één van de grote
grondeigenaren, misschien wel de grootste. Daarom zijn we zeer benieuwd naar
het resultaat van uw inspanning." "Daarvoor zult u enig
geduld moeten opbrengen. Zodra ik gereed ben met het Minuutplan en de
bijbehorende lijsten, gaat alles naar mijn superieuren. Voordat zij tot
bekendmaking overgaan, zullen ze alles minutieus controleren." "Minuut, minutieus. Mijnheer de Landmeter, u spreekt voor mij in
raadsels." "Daar kan ik inkomen. Als
cadet landmeter heb ik me ook af en toe het hoofd gebroken over de betekenis
van allerlei woorden. ......................... "Minuere! Minuut stamt af van minuere. Dat is Latijn voor klein." Johannes staart de Pastoor
hulpeloos aan. "Snap dat dan toch beste kerel. Om de tijd
nauwkeurig aan te geven, wordt een uur verdeeld in kleine parten van een minuut,
en zo moet een minuutplan blijkbaar nauwgezet de kleine details in kaart
brengen." "Oh, zit dat
zó," stelt Johannes opgelucht vast. "Nu we het er toch over hebben mag ik uw
aandacht vragen voor een kwestie, die ogenschijnlijk onbeduidend is, maar de
kerk toch ernstig zorgen baart. .......................... "Toevallig vroeg de Burgemeester mijn
aandacht voor hetzelfde probleem, zij het vanuit een wat andere invalshoek.
Ik zal daar zogauw mogelijk naar kijken." ~~~~~ "Ha, ha, eerst het
oor te luisteren leggen in De Valk, dan bij de Burgemeester en de Pastoor. En
bij mij klopt u op het laatst aan." Luc neemt de jonge Landmeter aan de
andere kant van de bureautafel nog eens goed op. "Heel verstandig, zo
liggen de verhoudingen tegenwoordig nu eenmaal. En, niet onbelangrijk, de
gemeente en de kerk beschikken inderdaad over flink wat land; alhoewel niet zoveel als de Graaf." |
"Zo gemakkelijk gaat dat niet. Ik moet
alles kunnen verantwoorden." Johannes
onderbreekt zichzelf omdat hij hoort en voelt dat de dochter des huizes nadert. "S'il te plaît Maman. S'il te plaît Papa.
Voilà Monsieur." "Hortense!" "S'il vous plaît
Monsieur." "Merci bien Mademoiselle,"
prevelt Johannes met een steelse blik op de
zeventienjarige dochter des huizes. "Wat ik
zeggen wil is, dat ik perceelsgrenzen vastleg op basis van consensus tussen
de buren. Als dat van mij wordt verlangd kan ik wel knopen ontwarren, maar ik
ben niet bevoegd ze door te hakken." ......................... "Wel, wel, de heren hebben niet gedraald u
op te zadelen met hun problemen. Of de Graaf maar even zo vriendelijk wil
zijn een strook grond af te staan voor de verbreding van de weg!" "Daar kan niemand u toe dwingen, maar als u
mij toestaat vind ik het wèl een lomp gezicht dat
er karresporen over de begraafplaats lopen." "Dan weet ik het
goed gemaakt. Als de gemeente ermee instemt, zal ik aan de kant van het
kerkhof een bomenrij laten planten op kosten van de Graaf." ~~~~~ In deze tijd van het
jaar zijn de dagen kort, en dat geeft Johannes de
tijd om na gedane arbeid de gebeurtenissen van zijn eerste dag in Bokhoven te
overdenken. Op dit uur komt er geen volk in De Valk, zodat de waardin slechts
af en toe om de hoek hoeft te kijken of zijn glas nog is gevuld. Voor haar heeft
hij geen aandacht meer na zijn ontmoeting met het typje van hiernaast. Vreemd, ja heel vreemd
was het geweest hoe die Bokhovense notabelen zich
druk maakten om dat Lindenlaantje. Daar moet méér
achter zitten, maar wat? Hoe hij het ook wendt of keert, een voor de hand
liggende verklaring is er niet. Nòg niet, want hij
zal er alles aan doen om achter het geheim te komen. ....................... Met een kaars in hand
schuifelen ze door een lange duistere gang. ........................ "Johan stil, die
moet ik hebben." Mijn hemel, daar reikt ze met haar blote hand
naar een spin, die ze razendsnel in een glazen pot
werkt. "Kijk, nou doe ik
er dit verdorde blad bovenop en is het bedje gespreid voor de volgende."
Ze giechelt om haar eigen beeldspraak. "Zie je die vette daar? Die moet
ik zeker hebben," en weer slaat ze toe. "Kijk, een grote rat, zal ik die voor je
meelokken?" "Doe niet zo
flauw, Johan. Trouwens, ratten gebruiken we niet
eens. Muizen, dat is veel makkelijker. Hoor mij: ik zei trouwens. Nu we het er toch over hebben: ik wil later met jou
trouwen." |
(tien jaar later) "Keurige vent, zoals hij ons bij
binnenkomst verwelkomde en naar onze plaatsen begeleidde." "Ik ken Bokhoven van vroeger, toen ik er
met mijn ouders kwam, en heb altijd gedacht dat de Graafse
Kapel voor Bisschoppen en Graven was bedoeld. Ik was helemaal verrast dat de
Koster ons daarheen bracht." "Een Inspecteur van het Kadaster met zijn
charmante echtgenote hebben nu eenmaal recht op de beste plaatsen in de
kerk," weet de Burgemeester de hoge ambtenaar te vertellen. "En hier aan
tafel." Met deze toevoeging van Larose is het
ijs gebroken en volgt een geanimeerd gesprek tijdens het smakelijke ontbijt. Als ze zijn voldaan,
leunen de heren achterover en buigen de dames naar voren om niets van elkaar's verhalen te missen. De Inspecteur, de
Burgemeester en de Rentmeester zien dat even aan om vast te stellen dat hun
echtgenoten voorlopig niet te stoppen zijn, en trekken zich terug in het
zaaltje, waar Luc blijkbaar over alle gemakken beschikt. Nadat de heren zijn
voorzien van grote sigaren en kleine glaasjes steekt de Inspecteur van wal. Het heeft weliswaar
even geduurd, maar dat komt omdat de Minuutplannen overal in den lande
gelijktijdig worden uitgereikt. Voordat men daartoe kon overgaan,
moest het werk van de landmeters nauwkeurig worden gecontroleerd en de
kaarten enkele malen worden gecopiëerd. Vandaar! Burgemeester Antonius
van Eijck, neemt de hem toegestoken rol beleefd in
ontvangst. Vaardig ontrolt hij Blad A2 en spreidt
de vlakke hand op het gedeelte waar het dorp is ingetekend. "Kijk, hier had ik
graag uw advies over. Als gemeentebestuur maken wij ons namelijk grote zorgen
over het gevaar dat ons 's winters en in het vroege voorjaar belaagt." "U weet handig met de kaarten om te
springen." "Dat komt omdat ik
al negen jaar over kopieën van de bladen beschik, en die vanzelfsprekend deel
met de gemeente," maakt de Rentmeester hem duidelijk. "Waarvoor onze hartelijke dank," knikt
de Burgemeester hem toe. "Overstroming,
telken jare kan het dorp worden getroffen door
overstroming. De ene dag stroomt de rivier nog rustig in zijn bedding, de
volgende dag zien we het water met het uur stijgen, en de dag daarop treedt
de rivier buiten zijn oevers." ..................... "Ik hoor van mijn mensen overal hetzelfde verhaal. Rivieren die te
weinig ruimte wordt gelaten, dijken die niet aansluiten, water dat naar de
buren wordt geleid, wegen die oplossen in waterpartijen. Het is een immens
bestuurlijk probleem. De Waterschappen werken alleen
samen als het hun uitkomt, en het centrale bestuur mankeert het aan overzicht
en daadkracht. |