La Licorne

DE TAFEL

  

Moeder had een tafel gekocht, en wel voor een koopje op de veiling.

Dat het ding tweedehands was kon ons niet schelen. Het ging erom dat we voortaan met zijn allen zonder ellebogenwerk konden zitten. Nou, dat zat wel goed, want deze tafel was niet alleen een stuk breder dan de vorige, zij kon ook tot grote lengte uitgeschoven worden.

De grote verrassing kwam op het laatst als de extra tafelpoten tevoorschijn kwamen. Nee, een tafel met acht poten, waar je met de hele familie, ooms en tantes incluis omheen kon zitten, dat hadden ze nog bij niemand.

       

Vanzelfsprekend bleef die volle omvang  van de tafel meestal verholen, temeer als onze ouders van huis waren en wij slechts met zijn tienen waren, zoals op die dag. De plaatsen die wij dan aan tafel innamen mochten er voor een buitenstaander volkomen willekeurig uit hebben gezien, in werkelijkheid luisterden de posities nauw. Terwijl de oudsten zonder blikken of blozen de tafelhoofden opzochten klampten de kleintjes zich hongerig tegen hen aan, niet beseffend dat zij zó voor de middelmoot een schild vormden tegen eventueel geweld. "Jullie twee opruimen en afwassen," kwam het van een van de einden. "Dat moeten wij anders ook altijd", klaagde ik. "Daarom net, en verder geen smoesjes," snauwde # 3 terug. Dat was de taal die nodig was om # 4 en mij tot aktie te porren, en getraind als we waren klaarden we de taak in luttele tijd, al waren de pannen nog zo aangebrand geweest.

De rest had ondertussen het spel op de tafel uitgelegd. Vanaf dat moment waren we elkaars gelijken en schoven dicht tegen elkaar rond het versleten kartonnen bord. Het was # 1’s idee geweest om het deze keer anders te doen; # 2 had dat niet vertrouwd, maar de rest had roekeloos ingestemd.

"Luister: alles blijft bij het oude, alleen gaat het nu niet om die pruts huizen en hotels maar om echte spullen. Als je gooit op een plaats die nog niet is verkocht, claim je iets dat je wilt erven en rekent af voor de prijs die op het bord staat. Verder  kun je gewoon handelen met de stukken."

Dat klonk helder en sloot aan bij een stille wens die ik was gaan koesteren. Het was mij namelijk ter ore gekomen dat sommige mensen met rentenieren in hun levensonderhoud wisten te voorzien. Vanaf het moment dat mij duidelijk was geworden wat dat inhield leek me dat wel een lekker leventje en had ik mij voorgenomen hun goede voorbeeld te volgen. Toen ik de tafel rondkeek vermoedde ik achter de onbewogen gezichten soortgelijke gedachten. Hoe dan ook, het duurde niet lang of onze blikken doolden door de kamer, en onze gedachten dwaalden door de rest van het huis op zoek naar begerenswaardige objecten. Het werd er stil van, zo stil, dat we de klok hoorden tikken.

Toen keken de oudsten elkaar eens aan en begonnen onnozel te grinniken. De rest zag dat even verwonderd aan en volgde toen in de pret. Besmuikt gegnuif en gegiechel groeide aan tot een niet aflatend gegier dat pas ophield toen # 4 brulde: "Ik ga liever bij Tante Netta winkelen." De adempauze die daarop viel werd onderbroken door # 1, die uitriep: "Subliem, dat is het, we doen het met de spullen van alle ooms en tantes." Dat was de zet die nodig was om het spel echt te laten lijken en onze dromen dichterbij te halen. Hoevaak hadden we niet overwogen het ouderlijk huis te verlaten om elders -onbekommerd en in goed gezelschap- een beter bestaan op te bouwen? Eens zou toch wel die kinderloze oom opduiken om te onthullen wie zijn geliefde bloedverwant was.

Met het nodige tact probeerde ik richting te geven aan deze gemengde gevoelens: "Laten we ons beperken tot de familie waar het meest  te halen is." stelde ik kies voor.

"Wat doen we met hem," informeerde # 6 met een kort knikje in de richting van # 10.

"Ach, die mag meedoen voor spek en bonen, hè jonge," pleitte # 9 voor het joch.

"Geef 'm maar Dorpsstraat ons Dorp," sarde # 8.

"Nee, ik kies spek en bonen," reageerde 't manneke fel vanuit zijn hoge troon.

Dat geregeld zijnde, gingen we verder met de opzet van ons nieuwe spel. "Ik wil weten om welke spulletjes het gaat," bracht # 7 in, en met een brutale blik in de richting van de oudsten: "jullie kunnen wel vanalles verzinnen, maar wij hier," zei hij met een breed gebaar naar het jongere volk, "weten niet wat er allemaal te koop is."  Nou, dat sneed hout!

    

"Goed, haal voor allemaal potlood en papier," verordonneerde # 1. Het moet worden toegegeven: aan oude schriften hadden we geen gebrek in huis, en zó zaten we alras te bedenken wat er te halen viel. Nou, het bleek dat allen hun ogen en oortjes goed de kost hadden gegeven.

"Genoeg hiervan, het lot zal nu uitwijzen wie er mag beginnen," beval # 1 na een poos, "vooruit, waar blijven de touwtjes."

# 8 frutselde wat aan het koperen slotje van de kinderstoel om het blad weinig zachtzinnig over de jongste zijn hoofdje te wringen.  Hij stalde het ventje op de vloer en sleepte de kinderstoel naar de kast. Daar klom hij handig omhoog om met de touwtjespot naar beneden te komen. Hij rolde het geval op zijn kant en stak zijn knuist in de opening om er met een knotje touw uit te komen. # 1 knipte daar eindjes van en hield ons het hele bundeltje voor. Negenmaal werd er een kort eind getrokken.

"Goed, ik mag dus beginnen," concludeerde # 1 terwijl hij het laatste eindje wegfrommelde.

"Ik wil dat laatste stukje wel eens zien," begon er een, maar toen ging het mechanisme van de klok opgewonden ratelen ter voorbereiding van de twaalf slagen van het middernachtelijk uur.

 

©             

Key

Back to Master Page