La Licorne
DE HEUGLING
|
Robert Haasnoot1) plaatst De
Heugling2) in een
herkenbare omgeving en tijd. Maar anders dan Dan Brown in de Da Vinci
Code zet hij zaken naar zijn hand, het aan de lezer overlatend een en
ander te reconstrueren. Vanuit mijn kennis heb ik hieronder
fictie en feiten over enkele onderwerpen naast elkaar gezet. 2) Uitgeverij De Geus,
2005 |
|
|
Fictie |
Feiten |
|
De Heugling figureert in het boek als de
Verteller van de gebeurtenissen in Zeewijk rond 1900. Op initiatief van de
gemeente wordt een visserijtentoonstelling voorbereid. Willem J Vesser is
aangestelt als architect van het tentoonstellingsgebouw en de kunstenaars
Castelijne, Borge en Riddering zetten zich belangeloos in voor de
organisatie. Johan Castelijne gold als de grootste onder hen.
Deze is van Indische afkomst en bewoont ‘De Schuur’, die onder architectuur
van Verlagen aan de Boulevard is gebouwd. Zijn Engelse vrouw Fay Hill zou hem
op enig moment met dochtertje Randy overhaast hebben verlaten. Een van zijn
doeken De deemstering en de Calvinist
toont de Heugling met lange, knokige handen die de knieën omklemmen,
vertrokken mond en opengesperde ogen.
Castelijne was bevriend met de beroemde schrijver Hendrik Bouwman. Borge heeft het affiche voor de tentoonstelling
ontworpen. |
Rond de eeuwwisseling ontstond in Katwijk
aan Zee het idee om een Visscherij- en
Schilderijententoonstelling te organiseren. De in Katwijk welbekende
architect H J Jesse kreeg de opdracht een paviljoen te ontwerpen. De
kunstenaars Toorop, Sluiter en Munthe zegden hun medewerking toe. De
tentoonstelling vond plaats in de zomer van 1902 De schilder Jan
Toorop (1858-1928) was getrouwd met Annie Hall, en hun dochter heette Charley. Hendrick Petrus
Berlage (1856-1934) ontwierp voor hen een huis met atelier aan de boulevard, De Schuur. In 1891 maakte hij Les Calvinistes de Catwijck. Toorop was bevriend met de schrijver Herman
Heyermans (1864-1924). Het affiche voor de tentoonstelling is van de
hand van de kunstschilder G A L Morgenstjerne Munthe (1875-1927). |
|
Enkele jaren daarvoor was met de bouw van een
villa op het hoge duin aan het eind van de Boulevard begonnen naar het
ontwerp van een niet nader genoemde kunstenaar. De opdrachtgever Wijnand
Marseau had de architect gevraagd om een
huis zo mooi en wit als de witte, schots en scheven huizen van Algiers, waar
hij een paar jaar had gewoond. Kasba-achtig met platte daken. Leo
Donsbrug, gevierd kunstenaar en oprichter van Stiel-Leven had meewarrig het
hoofd geschud over het ontwerp, waarop de jonge architect zo pijnlijk in zijn
kunstenaarshart was getroffen dat hij sindsdien niets meer met het ontwerp te
maken wilde hebben. De bouw vergde ruim en jaar. Wijnand vernoemde de villa
naar zijn zus Sigrid, maar deze eiste dat haar naam van de gevel werd gehaald,
waarna het huis Villa Allegonda is
gaan heten naar het ouderlijk huis op Java. |
In werkelijkheid is aan het eind van de
negentiende eeuw op genoemde plaats een villa van bescheidener omvang en
eenvoudiger stijl tot stand gekomen. De eerste bewoner was Munthe, die het huis vernoemde
naar zijn dochter Sigrid.
Gedurende de Eerste Wereldoorlog werd
de woning grondig aangepast en op stand gebracht door Pierre Emile René
Trousselot (1878-1956), kortweg René.
De vermaarde kunstschilder Menso Kamerlingh Onnes (1860-1925) heeft daarvoor
het ontwerp gemaakt, terwijl zijn zoon Harm -zelf veelzijdig kunstenaar-
opdrachten regelde voor zichzelf en zijn vrienden. Zo werd het ontwerp
technisch uitgewerkt door de aankomend architect J J P Oud (1890-1963),
ontwierp Harm een keramiek dat werd uitgevoerd Willem C Brouwer (1877-1933)
en leverde Theo van Doesburg
(1883-1931) een glas-in-loodraam. De laatste geldt samen met Pieter Cornelis
Mondriaan (1872-1944) als de oprichter van het tijdschrift De Stijl. |
|
Wijnand overlijdt in de zomer van 1902 |
De zus van René heette Emelietje. René overleed
in 1956 |
|
Tentoonstellingspaviljoen naar ontwerp van H J Jesse |
Voorontwerp tentoonstellingsaffiche van Munthe |
|
|
|
‘De Schuur’ naar ontwerp van Berlage |
|