La
Licorne
THE MONUMENT
The
official description of the House of La Licorne on the National List of
Monuments reads as follows:
Inleiding.
La
Licorne (de eenhoorn), WOONHUIS, in de huidige gedaante opgetrokken in Neo‑Gotische
vormen. Het woonhuis bevat een, aan de straatzijde gelegen kern die voor een
groot deel nog uit de zestiende of zeventiende eeuw stamt; mogelijkerwijs gaat
de oorsprong van het gebouw nog verder terug tot het in 1498 verwoeste eerste
kasteel van Bokhoven dat zich op deze plaats bevond en waarvan in de kelder
funderingsresten zijn aangetroffen. De functie van het oude gedeelte is
onduidelijk; er is sprake van een opslagplaats voor kruit. Dit bouwwerk is
grotendeels opgenomen in het huidige gebouw, dat aan de voorganger de
merkwaardige 3/8 sluiting aan de straatzijde dankt. Iets ten westen van het
huidige pand is het in 1794 grotendeels verwoeste tweede kasteel van Bokhoven
gelegen. Van dit kasteel resteren gedeeltelijk nog de muren en de
slotgracht. De
kasteeleigenaars zijn na de verwoesting het oude huis als woning gaan
gebruiken. Waarschijnlijk is toen besloten de bestaande bebouwing uit te
breiden met een grote kamer aan de achterzijde en met een aan de westzijde
gelegen traptoren in zestiende‑eeuwse stijl, ook is toen de houten
gordingenkap vernieuwd en de trapgevel gezet. Het is aannemelijk dat in die
tijd ook de van tudorbogen voorziene vensters en ornamentiek zijn aangebracht.
In de tuin zijn verschillende bouwfragmenten aangetroffen van natuurstenen,
gotische venster‑ of deuromlijstingen. Het is onduidelijk waar deze
bouwfragmenten van afkomstig zijn. In 1981 is aan de oostzijde een
kleinschalige woninguitbreiding met garage gerealiseerd. Het huis is markant
gelegen in een ruime groenaanleg met vrij uitzicht op de achtergelegen polders.
De groenaanleg valt, evenals de aanbouwen aan de oostzijde, buiten de van
rijkswege geldende bescherming.
Omschrijving.
Gedeeltelijk
vrijstaand woonhuis van één bouwlaag op rechthoekige grondslag met een 3/8
sluiting en een achtkante traptoren met spits. De achtergevel (zuidzijde) is
getrapt. De gevels zijn opgetrokken in baksteen en zijn aan alle zijden
gepleisterd, deels in blokverband. Het pand is voorzien van een zadeldak met
driezijdig schild aan de voorzijde en is gedekt met leien. De dakbedekking is
deels vernieuwd. Het pand is aan de noordzijde gedeeltelijk onderkelderd. De
traptoren is voorzien van in gele baksteen gemetselde, omlopende speklagen en
heeft smalle, kruisvormige openingen voor de lichttoetreding. Het metselwerk is
in kruisverband aangebracht. De kroonlijsten van zowel het huis als de
traptoren zijn rijk geornamenteerd met onder meer kleine consoles en metopen.
Verder is er onder de goot een omlopend muizentandfries met siermetselwerk
daaronder aangebracht. De getrapte gevel heeft drie met een tudorboog getoogde
gevelopeningen waarvan de kozijnen en ramen vernieuwd zijn. De opmerkelijke 3/8
sluiting aan de straatzijde heeft twee vensters en een openslaande dubbele
glasdeur. Deze zijn alle getoogd met een tudorboog en hebben een geprofileerde
omlijsting. De vensters hebben vierdelige ramen met een roedenverdeling. In de
dakschilden zijn rond 1980 vierkante vensters met tuimelramen aangebracht. Aan
de voorzijde van het huis bevindt zich tegen de zijgevel en de traptoren aan
een lage blokvormige aanbouw onder een plat dak. Deze aanbouw dateert uit de
bouwtijd van het woonhuis en heeft een rechthoekig venster aan de westzijde.
Aan de oostzijde bevinden zich drie, in 1981 aangebrachte bouwvolumes onder
zadeldaken die buiten de van rijkswege geldende bescherming vallen. Intern is
de indeling enkele malen gewijzigd. De meeste oude elementen zijn nog aanwezig
in de kamer aan de straatzijde. Deze heeft nog een plafond van moerbalken met
opgelegde kinderbinten. De sleutelstukken zijn voorzien van een kraalprofiel.
In de scheidingswand tussen de voor‑ en de achterkamer is een deuropening
aangebracht met een houten omlijsting en overspannen met een tudorboog. De
houten deuren zijn opgeklampt. In de negentiende eeuw is onder de moerbalken
een onderslagbalk op een centraal geplaatste houten staander aangebracht. De
houten gordingenkap is bij de modernisering van het huis in het begin van de
negentiende eeuw opgetrokken met hergebruik van enkele elementen van de eiken
voorganger. Op enkele delen zijn nog de gegutste telmerken zichtbaar. De
verbindingen bestaan deels uit houten toognagels en zijn deels gespijkerd. De
voorkamer is vrijwel geheel onderkelderd en heeft een vlak plafond. Het
kelderniveau komt iets boven de begane grond uit en zorgt voor een klein
niveauverschil in de woonkamer. In de negentiende‑eeuwse achterkamer is
op, wat waarschijnlijk, de boezem van een verwijderde schouw is, een polychrome
beschildering aangebracht van het familiewapen van de familie Levis de
Mirepoix. De
noordelijke muur van deze kamer bestaat nog grotendeels uit metselwerk van het
eerste gebouw. Dit metselwerk is grotendeels in het zicht gelaten. Hierin zijn
de contouren van een dichtgezet venster zichtbaar.
Waardering.
Het
huis is van algemeen belang. Het heeft cultuurhistorische waarde als bijzondere
uitdrukking van de typologische ontwikkeling van het op historische vormen
teruggrijpend woonhuis. Voor deze vormentaal lijkt te zijn gekozen, vanwege de
herinnering aan het voormalige kasteel van Bokhoven. De plaats van het huis
heeft archeologisch belang vanwege de naar alle waarschijnlijkheid nog
aanwezige resten van het eerste kasteel van Bokhoven. Het pand heeft
architectuurhistorisch belang vanwege de ongebruikelijke samenvoeging van
architectuurvormen en vanwege de nog aanwezige gave bouwelementen uit de
periode van voor 1800. Verder is het van belang vanwege de kwaliteit van de
toegepaste neogotische stijlelementen. Het woonhuis is van belang vanwege de
typologische zeldzaamheid van een dergelijk samengesteld bouwtype.